|
LAND VAN HERKOMST : Frankrijk
GESCHIEDENIS
Dit is een zeer oud Frans jachthondenras. Deze hond heet de Petit Basset Griffon Vendéen, omdat er ook een grotere
versie bestaat, de Grand
Basset. De Petit werd gefokt uit zijn grotere broers. Alle Bassets staan laag op de benen
voor de jacht door kreupelhout. Zoals alle Griffons, zijn Griffons Vendéen ruwharig; ze zijn bekend om hun
fijne neus. De Petit is een sterke, actieve hond, die makkelijk een dag lang jaagt. Hij heeft een welluidende
stem. De moeilijke terreinomstandigheden van de Vendée stellen hoge eisen aan jachthonden. Ze zijn actief, bruisen
van energie en zouden er het liefst de hele dag op uittrekken. Ze werken tamelijk zelfstandig en kunnen dus
eigenzinnig zijn. De Bassets en Briquets werken bij voorkeur in kleine groepen; de jager volgt te voet. Deze hond
geniet een grote belangstelling in Amerika en Engeland, waar actieve eigenaars dit ras promoten.
IDEALE RASKENMERKEN
Schouderhoogte: reuen 38 en teven 34 cm, met een speling naar beneden van 1 cm. Gewicht : van 11 tot 16 kg.
Uiterlijk: krachtig gebouwd, iets gestrekt lichaam; vrij, krachtig gangwerk. Vacht : ruwharig, middellang, met
wenkbrauwen, snor en baard, langer haar op oren en staart. Kleur : deze honden zijn éénkleurig ( haaskleurig
of grijs/wit ), tweekleurig ( wit met grijze, rode, oranje of zwarte vlekken ) of driekleurig ( wit-zwart-rood,
wit met haaskleur, wit-grijs-rood ). Eénkleurig vaalrood ziet men liever niet. Hoofd: gewelfde schedel met
niet te lange snuit; grote donkere ogen; laag aangezette, lange, ronde hangoren. Staart: hoog gedragen, uitlopend
in een punt.
VACHT : ruwhaar; m.a.w. de dekharen zijn vrij hard van structuur, voelen stevig aan en hebben een heldere
kleur. De wolharen zijn zachter, korter en liggen tegen de huid aan. Ze zijn ook veel lichter van kleur. Wanneer
de vacht rijp is, staan de haren in alle richtingen in bosjes bij elkaar. Dan kan de vacht worden geplukt.
VERHARING : blokverharing. DAGELIJKSE BEHANDELING : borstelen met een grove borstel of met een
speciaal in de hand liggende terriërborstel. Garnituur en poten : met een grove kam. GROTE BEHANDELING :
gebeurt in de ruiperiode ! Deze periode is goed te bepalen. Als u merkt dat de hond wat haar gaat kwijtraken,
kunt u een paar haren tussen duim en wijsvinger nemen en ze met een lichte draaiing van de pols uit de huid
proberen los te trekken. Laat het haar gemakkelijk los, dan is de vacht rijp. Moet u echt trekken, dan is de hond
nog niet aan trimmen toe en kunt u beter nog even wachten met plukken. Gaat men namelijk te vroeg plukken, dan
moet men het haar lostrekken uit het haarzakje en irriteert men daarmee de huid. Een pasgeplukte hond is
meestal geen echte schoonheid. Het mooie komt pas bij het natrimmen, een vier tot acht weken na de grote beurt.
Doordat de vacht eruit gehaald werd, reageert de huid en begint met het aanmaken van wol. De nieuwe vacht
zit dan na enkele weken onder de wollaag. Bij het natrimmen wordt die wollaag weggetrimd, zodat de nieuwe vacht
eronder te voorschijn komt als korte, diepglanzende haartjes. In principe gebruiken we nooit een schaar of
tondeuze bij ruwharige honden. Uitzonderlijk bij de geslachtsdelen, rond de anus en tussen de voetkussentjes.
Voetjes worden rondgeknipt. Kijken of er vuil in de ogen zit en reinigen, oren reinigen en plukken. Het
teveel aan haar tussen de voetzolen wegknippen. Indien nodig nagels knippen. VOOR- EN NADELEN VAN DE
VACHT : door het trimmen is de hond in één keer zijn dode haar kwijt.
AARD : deze honden hebben een grote schare nieuwe aanhangers gekregen door hun bezielde, dartele houding.
Het perfecte beeld van deze vrolijke metgezel wordt gecomplementeerd door hun vrijmoedige en luchtige aard.
De Petit Bassets zijn zelfstandig, trouw, vriendelijk maar ook eigenzinnig.
ACTIVITEIT : de Basset Griffon Vendéen vereist veel lichaamsbeweging. Het is een energiek en actief ras.
BIJZONDERHEDEN
De Grand Basset Griffon Vendéen ( zie foto
rechts) is
een groter slag, maar nog steeds een kortbeen. Het is een laag gebouwde hond met een schofthoogte van 38 tot
42 cm en met een gewicht van ongeveer 18 kg. Hij verschilt enkel qua grootte van
de Petit Basset; de persoonlijke
kenmerken en de aard van de honden zijn praktisch identiek. Deze hond heeft een zeer gespierde, brede
croupe en een lange, brede en rechte rug. Hij heeft rechte benen en grote
stevige voeten met gesloten tenen. De Grand Basset Griffon Vendéen, de
snelste van alle Bassethonden, is vastberaden, kan een hoog tempo volhouden en dringt tot in de stekeligste
struiken door. Deze variëteit werd ontwikkeld voor de jacht op haas.
De Briquet Griffon Vendéen
( zie foto links )
heeft een schofthoogte van 48 tot 55 cm met een gewicht van ongeveer 29 kg. Het hoofd is vrij kort in
vergelijking met zijn Griffon-familieleden. Hij heeft rechte en gespierde lendenen en een stevige, korte rug.
Gespierde benen met stevige botten. De voeten zijn niet te groot en hebben stevige voetzolen. Zijn wenkbrauwen
zijn nogal borstelig. Over de benaming Briquet bestaat nogal wat verwarring. In het algemeen zijn het
ruwharige honden die wat hoogte betreft het midden houden tussen de Petits en de Grands van het betreffende ras.
Briquets zijn ontwikkeld om langzaam en te voet, op vrijwel elk wild behalve op konijn, te jagen. Hij wordt
speciaal gebruikt bij de jacht op hert en wild zwijn.
Grands zijn meer voor het grote werk met de meute gevolgd door jagers te paard. Petits zijn niet altijd Basset (
kortbeen ). Bekende Petits zijn
de Petit Bleu de Gascogne en
de Petit Gascon-Saintongeois,
met een schouderhoogte tussen 50 en 60 cm. Ook de
Anglo-Français valt in
deze categorie, net als trouwens
de Zwitserse Laufhunde. Ook
de Duitse Brak moet tot deze
middenslag lopende honden worden gerekend, ook al heeft hij al eeuwen een eigen geschiedenis. Naast al deze
soorten bestaat ook de Grand Griffon Vendéen,
die uitgebreid wordt behandeld op een aparte pagina. In Nederland maken liefhebbers van een kleine brak, de
zogenaamde Steenbrak, zich sterk voor zijn behoud en voor erkenning. Hij lijkt
het meest op een kleinere uitvoering van de Duitse Brak.
|