|
LAND VAN HERKOMST : Amerika
GESCHIEDENIS
De Plott Hound is ook in zijn land van herkomst niet erg bekend. Zijn voorouders waren een soort brakken die bij
de jacht op wilde zwijnen werden gebruikt. Jonathan Plott uit Duitsland nam ze mee naar de Verenigde Staten toen
hij in 1850 emigreerde. Doordat de familie Plott met deze hond bleef werken, werd hun familienaam een deel van de
rasnaam van deze brak. Ook nu nog worden Plott Hounds door deze familie gefokt en als jachthond gebruikt. Het
oorspronkelijke geslacht werd gevormd door een mengeling van Bloedhonden en Curs. Voor gezelschapshond hebben ze
teveel bewegingsdrang en jachtpassie. Ze worden vaak bij
de Coonhounds ingedeeld, omdat ze
behalve op grofwild ook bij de jacht op de wasbeer worden gebruikt.
IDEALE RASKENMERKEN
Schofthoogte : reuen en teven van 51 tot 61 cm, met een gewicht van 20 tot 25 kg. Uiterlijk: gespierd,
stevig, lichaam; krachtig, soepel gangwerk. Vacht : kort, gladaanliggend, glanzend. Kleur : meestal
gestroomd, maar ook 'saddled brindle' ( black and tan gestroomd ) en 'smoke blue' ( rookkleurig blauw ) worden
aanvaard. Velen hebben een zwart zadel. Hoofd : vlakke, brede schedel, met een lange, wigvormige snuit;
donkere ogen; grote, vlakke, laag aangezette hangoren. Staart : lang en dik, loopt uit in een punt, licht gebogen
gedragen.
AARD : door zijn achtergrond is het ras een fijne metgezel. Zuidelijke eigenaren beweren dat zij snel
leren, vlug achtervolgen en zich snel aan iemand binden. Tijdens de jacht merkt men echter niets van hun
innemende aard. De moed en het doorzettingsvermogen die zij tonen wanneer zij kat en muis spelen met een 200
kilo zware beer of een woedend wild zwijn, zijn bewonderenswaardig. |