|
LAND VAN HERKOMST : Frankrijk
Varianten : Dwergpoedel - Grote Poedel - Middenslag Poedel - Toypoedel
GESCHIEDENIS
Waar de Poedel ( of Caniche ) eigenlijk oorspronkelijk vandaan komt, is altijd voor een stuk een geheim gebleven.
Zowel Frankrijk als Duitsland eisen dit ras op, maar de FCI heeft de oorsprong aan Frankrijk toegewezen. Wat als
een paal boven water staat, is zijn populariteit. Al vanaf de 16de eeuw staan Poedels afgebeeld op schilderijen en
ze waren aan menig vorstenhof geliefde huisdieren. Ondanks satijnen kussens en pluche, is de rasnaam
waarschijnlijk afgeleid van het Duitse woord 'budeln,' dat zoveel betekent als in water 'poedelen'. Hiermee wordt
tot uitdrukking gebracht dat Poedels van oorsprong Waterhonden zijn. Tegenwoordig wordt aangenomen dat het moderne
ras zich in Frankrijk heeft ontwikkeld, waar het in circussen optrad en het als vakkundige jachthond eenden
apporteerde. Het ras werd bewonderd om zijn fantastische neus en grote intelligentie, die hem in staat stelt om
zelfs in het donker door te gaan met het ophalen van gewond wild. Wetenschappers getuigen van de méér dan
normale intelligentie van de hond. Hij heeft een zeer ruime hersenholte en de volledig ontwikkelde sinussen
zijn indicaties voor de extreme mentale capaciteiten van deze hond. Er
zijn vier slagen die eigenlijk
alleen in grootte verschillen. De Grote Poedel ( of Standaard, Koningspoedel
- zie foto rechts )
is het oudste type, dat afstamt van talentvolle Waterhonden. Waarschijnlijk is
de Barbet één van zijn
voorouders. Poedels werden zo vaak voor waterwerk gebruikt, dat ze in een gemakkelijk werktoilet werden geknipt,
waardoor ze beter konden drijven. Al gauw werden ook de Middenslag Poedel, de
Kleine Poedel ( of Dwergpoedel ) en de Toypoedel populair. Beide waren waarschijnlijk
al in het midden van de 18de eeuw bekend als aantrekkelijke kunstenmakers in circussen en bij rondtrekkende
groepjes toneelspelers. Misschien werd hij in het begin populair om zijn aantrekkelijke, dikke vacht. Daar valt
heel wat mee te doen, want hij kan in een aantal aantrekkelijke 'toiletten' worden geknipt. Bovendien heeft de
Poedel een aantal fraaie kleuren, zoals abrikooskleurig en bruin. Maar het allerbeste aan Poedels is uiteraard hun
aanhankelijke, slimme, volkomen op de mens ingestelde, temperament. Daar kan bijna geen andere hond aan tippen.
IDEALE RASKENMERKEN
Schofthoogte: reuen en teven variërend van 25 tot 60 cm, verdeeld in slagen ( specificatie vindt u verder op deze
bladzijde, onder 'Bijzonderheden' ). Het gewicht varieert natuurlijk ook naargelang de grootte van de Poedel.
Uiterlijk: evenwichtig, vierkant lichaam; levendig, moeiteloos gangwerk. Vacht : overvloedig, fijn, wollig,
kroezend. Kleur : de toegestane kleuren zijn zwart, bruin, grijs, abrikooskleurig en éénkleurig wit. Hoofd:
licht gewelfde schedel met lange, rechte snuit; wijd geplaatste, ovale, donkere ogen; lange hangoren. Staart:
traditioneel gecoupeerd tot op 1/3 of 1/2; een lange, goed gedragen staart is niet fout.
VACHT : krulvacht; m.a.w. de dekharen en wolharen zijn spiraalvormig gedraaid en samengevoegd.
VERHARING : bijna geen verharing. DAGELIJKSE BEHANDELING : goed uitborstelen met een
pinnenborstel. GROTE BEHANDELING : scheren ( in model ), knippen, borstelen, kammen, wassen en
drogen. Er zijn vier geaccepteerde trim-methodes voor dit ras. Opletten voor de Poedel dat hij niet té kort wordt
geschoren. Dat kan de oorzaak zijn van scheerbrand, irritatie van de huid en de hond kan lelijke zonnebrand
oplopen. VOOR- EN NADELEN VAN DE VACHT : deze vacht vraagt veel borstel- en kamwerk.
AARD : het is een edele en betrouwbare hond, die al zijn positieve kenmerken kan behouden ondanks zijn
vreemde haartooi. Mensen die niet van Poedels houden kunnen moeilijk begrijpen waarom de echte liefhebbers
van het ras zo volharden in het blijven verzorgen van hun hond, op een zo doorgedreven manier. Deze gewoonte
is echter zo diep geworteld door de traditie. De hond zelf schijnt van al die speciale aandacht blijkbaar
geen last te hebben. Hij is vrolijk, gehoorzaam, aanhankelijk, leergierig en hij kan goed met kinderen en
ook met andere honden opschieten.
ACTIVITEIT : de Poedel heeft nog niets van zijn instincten verloren en blijft een uitstekend apporterende
jachthond. Hij heeft derhalve veel beweging nodig. Pas op dat u dit ras niet aanschaft omdat u zou denken dat het
een modepopje is ! Niets is minder waar.
OPVOEDING : dit ras leert relatief snel en is zeer gevoelig voor de intonatie van uw stem.
BIJZONDERHEDEN
Er bestaan dus vier slagen of verschillende grootten bij de Poedel : de Grote Poedel (45 tot 60 cm), de Middenslag
Poedel (35 tot 45 cm), de Dwergpoedel (28 tot 35 cm) en Toypoedel (onder 28 cm, 25 cm is ideaal). Toiletten: op
shows worden Poedels in een aantal voorgeschreven modellen ('toiletten') in de ring gebracht. Het opvallendst is
het bekende leeuwentoilet, waarbij de achterhand is geschoren en de voorhand luxueus is omhuld met vacht.
Het zogenaamde Engels toilet is identiek aan het leeuwentoilet, maar heeft een paar extra's, zoals
polsmoffen, topknot en armbanden. Het eenvoudigst is het 'modern toilet', waarbij de vacht de belijning van
het lichaam volgt en over het gehele lichaam gelijkmatig is bijgeknipt. De Koordenpoedel
heeft een vacht waarbij het haar in lange, vervilte koorden is gegroeid. Voor showdoeleinden moeten deze minstens
20 cm lang zijn. Waarschijnlijk stamt de Poedel van
de Barbet af. Dat is een oude Franse
Jachthond op waterwild. Hij heeft een schofthoogte van 45 tot 55 cm en een dichte, overvloedige, gekrulde of
gegolfde vacht in de kleuren zwart, kastanjebruin, grijs, wit, vuilwit, zwart-wit of bruin-wit ('koffie met
melk'). De Poedelpointer
is een bewuste Duitse kruising tussen de Poedel en
de Pointer. Deze hond heeft veel mee van
de Duitse Staande Draadhaar. |