|
LAND VAN HERKOMST : Frankrijk
GESCHIEDENIS
De Poitevin ( oorspronkelijke naam : Chien du Haut-Poitou ) dateert uit het begin van de 18de eeuw en is één
van de oudste Franse speurhonden. De Marquis Francois de Larrye wordt gezien als de vader van dit ras.
Hij werd ook Père Poitevin genoemd. Deze knappe Hounds bevolkten de regio van Haut-Pitou.
Engelse Foxhounds werden, na een
verwoestende hondsdolheidplaag, gekruist met de weinige overgebleven exemplaren, in een poging om het ras nieuw
leven in te blazen. De nieuwe Poitevin lijkt natuurlijk meer op het Engelse ras dan zijn voorgangers.
Het ras werd oorspronkelijk gebruikt voor het achtervolgen van wolven. Deze zeer actieve,
stoutmoedige, snelle en levendige hond kan een prooi een hele dag lang achtervolgen. Hij is niet bang voor
een braamstruik. Met zijn scherpe neus, zijn krachtige stem en vaardigheid als meutehond is hij uitstekend
geschikt voor de jacht op het hert. Net als alle andere meutehonden is hij niet erg geschikt voor een leven
in een gezin. Hij moet erop getraind worden om niet het spoor van het ene dier te verlaten, voor dat van een
ander.
IDEALE RASKENMERKEN
De kleur van de Franse Poitevin doet denken aan veel Engelse meutehonden. Het ras heeft de echte
Houndskleuren, m.a.w. hij is driekleurig met een zadel, of oranje met wit. Dit is een rasechte, redelijke
grote Hound die minder oor heeft dan menig andere Franse meutehond. De Poitevin wordt gekenmerkt door zijn
uitstekende symmetrie. Hij ziet er evenwichtiger uit dan de meeste speurhonden. Het lichaam is strak
gespierd en de huid is nogal strak voor een Hound. Het hoofd is mooi geprofileerd, smal en heeft een
duidelijke jachtknobbel. Schofthoogte : reuen 62 tot 72 cm en teven 60 tot 70 cm, met een gewicht van
ongeveer 35 kg. Hoofd : lang en slank, benig, niet erg breed. Iets toelopende snuit. Grote,
brede en prominente neusspiegel. Ogen : groot, bruin, met zwarte randen. Oren : vrij laag aangezet,
slank, gemiddeld breed en lang en licht gevouwen. Lichaam : lang, met een lange smalle hals, zonder
keelhuid. Zeer diepe borstkas, hoger dan breed. Lange ribben. Buiklijn is iets opgetrokken.
Gespierde lendenen en een goed gespierde rug. Ledematen : goede gespierde, stevige benen. Vrij lange,
zeer stevige wolvenvoeten. Staart : middellang, slank zonder pluim. Elegant in een boog gedragen.
Vacht : kort en glanzend. Kleur : driekleurig, met een zwarte mantel of grote vlekken. Soms zwart en
oranje. Wolfsgrijs komt algemeen voor.
AARD : de Poitevin is absoluut geen lastige hond om mee te werken. Dit elegante dier wordt door een
kleine groep van Houndliefhebbers in Frankrijk gefokt. Hij is echt vriendelijk en aandachtig. Hij
maakt zich geliefd bij diegenen die met hem werken, door zijn levendige in intelligente aard.
ACTIVITEIT : dit is geen hond voor het leven in de stad en hij wordt niet graag alleen gelaten. Hij
is van nature een meutehond, heeft dus dagelijks behoefte aan veel ruimte en lichaamsbeweging, en is geschikt voor
het leven in een kennel.
BIJZONDERHEDEN
Deze hond moet regelmatig worden geborsteld. Ook moet er geregeld aandacht worden besteed aan zijn oren. |