|
LAND VAN HERKOMST : Polen
GESCHIEDENIS
De Owczarek Nizinny ( of Berge Polonais de Vallée, Herdershond van de Vallée ) is één van de Poolse
Herdershonden. Dit ras komt uit de laagvlakte, terwijl de andere Poolse Herdershond ( de Tatrahond ) uit
de hoogvlakte komt. Volgens sommigen is het ras met de Hunnen naar Polen gekomen. Volgens andere
bronnen is de Nizinny het resultaat van een kruising rond de 16de eeuw, tussen een
Puli en andere Berg-Herdershonden. Een
noodzakelijke kruising, omdat men een werkhond wou die zich in het Poolse landschap zou kunnen handhaven en die
niet door het ruwe klimaat zou worden aangetast. Vooral in de omgeving van Wojewodschaft Bydgoszsz hielden
boeren een dichtbehaard Herdershondje, dat verwantschap vertoonde met onder andere
de Schapendoes,
de Bearded Collie en
de Bobtail. Dit hondje was een
veelzijdige helper van de herder. Het duurde echter een tijd voordat het ras de aandacht kreeg van kynologen en
werd tentoongesteld. Op een gegeven moment was er een reu, "Smok" genaamd die qua uiterlijk en innerlijk
ideaal was. Deze hond werd de grondslag voor de verdere fok. Mevrouw Danuta Kordegarda bouwde een
prachtige stam op deze hond. Dit was noodzakelijk want het ras was tijdens de tweede wereldoorlog met
uitsterven bedreigd. In 1963 werd het ras erkend door de FCI. Momenteel geniet dit ras een steeds
groter wordende populariteit en komt steeds vaker op tentoonstellingen voor. De Nizinny wordt gebruikt als
vee- en schapenhoeder, waakhond en gezelschapshond.
IDEALE RASKENMERKEN
De Polski Owczarek Nizinny is een middelmatig grote hond, compact gebouwd, sterk en
gespierd. Het lichaam is matig lang met brede en diepe borst. De ribben zijn goed gerond. Licht gebouwde benen,
niet te kort doch sterk. Matig lange hals zonder keelhuid. Kleur : elke kleur en aftekening
toegestaan. Hoofd en schedel : het hoofd is matig groot, goed in verhouding en zeker niet grof. Beharing dicht op
de schedel. De schedel verhoudt zich als 1:1 tot de voorsnuit. Eventueel is de voorsnuit iets korter. Matig brede
schedel, licht gewelfd. De stop is goed aangegeven. Rechte neusrug en krachtige kaken. Grote donkere neus met goed
geopende neusgaten. Middelmatig grote ogen, ovaal van vorm, met een levendige en doordringende blik. Oren van
middelmatige grootte, hartvormig breed en hoog aangezet. De voorkant van het oor ligt tegen de wang aan.
Schaargebit. De staart is gecoupeerd of van nature zonder staart. De voeten zijn ovaal, met gesloten,
iets gebogen tenen. Nagels zo donker mogelijk. De vacht : lang, dicht en grof. De ondervacht is wollig en
dicht. Lange hoofdharen bedekken de ogen op karakteristieke wijze. De vacht dient het best dagelijks
geborsteld te worden. Schofthoogte : reuen 45 tot 50 cm en teven 42 tot 47 cm. Het gewicht bedraagt 15 tot
20 kg.
AARD : de aangeboren herdersinstincten van het ras hebben zich goed aan het hedendaagse leven aangepast.
De hond is aanhankelijk, oplettend en moedig. Het is een intelligente hond met een sterke persoonlijkheid en
een opvallend sterk herinneringsvermogen, die zich dominant gaat opstellen, veel blaft en ook bezitterig is.
Hij is wel zeer trouw en dol op zijn baas en de kinderen.
ACTIVITEIT : in principe is dit geen stadshond, al heeft hij zich daaraan aangepast. Het is wel een
hond die zich goed voelt op de buiten en bestand is tegen een leven onder slechte weersomstandigheden. Hij
heeft veel beweging nodig om in conditie te blijven.
OPVOEDING : deze hond is wantrouwend tegenover vreemden en daardoor een uitstekende waakhond. Hij
heeft beslist een consequente opvoeding nodig. |