LAND
VAN HERKOMST : Frankrijk
Varianten : Langharig - Geitharig - Gladharig
GESCHIEDENIS
Andere benamingen : de Berger des Pyrenees, Petit Berger. De Pyreneeën zijn sinds de oudheid al goed bevolkt
geweest met fantastische honden. De Berger des Pyrenees als herdershond en
de Pyrenese Berghond als kuddebewaker.
Dit is een onhoudbaar duo dat hun taken met een ongekende hoeveelheid talent kan vervullen. Snelheid en
beweeglijkheid zijn de kwaliteiten die men bij het fokken van de Petit Berger nastreeft, evenals de mogelijkheid
om het meest gruwelijke weer te kunnen weerstaan, ook al wordt het eten niet altijd op tijd gereserveerd.
Het ras is het resultaat van isolatie, die door het terrein en de omstandigheden die heersen in de Pyreneeën werd
gecreëerd. De Pyrenese Herdershond komt voor in de gehele Pyreneeën. Het ras wordt daar gebruikt als helper van de
herder en de boeren. Op het land helpt dit ras de boer bij van alles. Waarschijnlijk is dit ras voortgekomen uit
kruisingen tussen plaatselijke honden en Briards
en Beaucerons, die na hun werk bij het
hoeden in de Pyreneeën waren achtergebleven. Het lichaam werd door het harde werken in de bergen gevormd tot de
huidige verschijningsvorm. Dit is een herder met een vrij zware vacht. Hij is van een goed formaat en heeft
voor zijn grootte een behoorlijk gespierd frame, dat gyroscoop-achtig gebouwd is. Hij heeft een laag
zwaartepunt en staat stevig op zijn benen, in harmonie met zijn taak. De Pyrenese Herdershond komt in een
aantal vormen voor. Het verschil zit hem in de lengte van de vacht en de kleur.
IDEALE RASKENMERKEN
We bespreken hier de drie meest voorkomende types. De langharige (zie foto onderaan)
heeft een ruige vacht, die vervilt als men hem niet goed verzorgt. De geitharige
(zie foto onderaan) heeft een halflange vacht, die wordt beschouwd als de typische vacht voor dit ras.
Hij heeft een broek. Tenslotte hebben we de soort met de gladharige snuit
(zie foto onderaan). Die heeft een halflange, ruige vacht en op het gezicht en de voorbenen is de
beharing minder. De kleur kan voor alle soorten geelbruin, gestroomd, grijs of blauw zijn, met witte
tekening. De gladharige kan echter ook 'harlekijn' gekleurd zijn. Hoofd : de schedel is matig
ontwikkeld; die is vlak met een lichte voorhoofdsgroef. Het hoofd is driehoekig van vorm, geen stop en een
rechte snuit. De ogen zijn donkerbruin en zijn zwart omrand met een uitdrukkingsvolle blik. De neus is zwart.
Tamelijk korte oren; matig breed bij de aanzet en niet te dicht bij elkaar geplaatst. Het onderste deel van het
oor moet staand zijn. Schaargebit. De staart is niet te lang, laag aangezet en aan het einde een
haak vormend. Goed bevederd. De staart mag niet boven de ruglijn uitkomen. Soms wordt de staart gecoupeerd of is
de hond staartloos geboren. Tamelijk vlakke voeten, ovaal van vorm. Schofthoogte: bij reuen : 40 - 48 cm, teven :
38 - 46 cm. Bij volmaakt typische dieren is een tolerantie van 2 cm naar boven toegestaan. Het gewicht ligt
tussen de 8 en de 14,5 kg.
VACHT : die is lang of halflang. De beharing die in alle gevallen overvloedig aanwezig is, is bijna vlak of
licht golvend. Op de dijen en de croupe is de vacht weelderiger en wolliger. Qua structuur zit de vacht tussen
geitenhaar en schapenwol in. Op de snuit is de beharing korter, terwijl de ogen niet bedekt mogen zijn. Aan
weerszijden van het hoofd staat de beharing van voren naar achteren alsof er een wind doorheen waait.
AARD : de Berger is een pittige en zelfbewuste hond. Hij is waarschijnlijk toebedeeld met méér dan
zijn deel machismo, net als dat het geval is wanneer een jongere broer vergezeld gaat van zijn oudere broer.
De Petit Berger is een werker in hart en nieren. In het gezelschap van vreemden is hij echter verlegen en
terughoudend. Hij is intelligent, zeer levendig ( zelfs wat gespannen ) en waakzaam, wat neigt naar
wantrouwen.
ACTIVITEIT : dit is een zeer actieve en beweeglijke hond, die dan ook heel wat beweging nodig heeft.
|
Langharig
|
Geitharig |
Gladharige snuit |
 |
 |
 |
|