|
LAND VAN HERKOMST : Zuid Afrika
GESCHIEDENIS
De Rhodesian Ridgeback komt niet uit Zimbabwe ( Rhodesië ), alhoewel hij daar de nationale hond is, maar uit
Zuid-Afrika. De rasstandaard is in 1922 opgesteld door Dr. Francis Barnes in Bulawayo, Rhodesia.
Het ras is pas in 1925 erkend door de nationale Kennel Unie van Zuid-Afrika. Hij heeft ook een Afrikaanse naam,
Pronkrug ( of Afrikaanse Leeuwhond ). Uit oorspronkelijke inheemse jachthonden ( zoals de Hottentot Jachthond,
die nu is uitgestorven ) en honden van de 16de eeuwse Europese immigranten, zoals Mastiffs, Bloedhonden en
Terriërs ontstond bij selectie op kracht, moed en hittetolerantie, een lopende hond die zelfs voor leeuwen geen
blokje om gaat. De naam 'Leeuwhond' is dan ook ontstaan door de bekwaamheid van de hond om leeuwen lastig te
vallen door ze te blijven bestoken met strategische aanvallen, zodat ze naar het geweer van de jager worden
gelokt. Een strook haar op de rug groeit tegendraads ( ridge ) in de roodgouden vacht, en vormt een
opmerkelijk patroon. Als huishond heeft hij veel ruimte en veel beweging nodig. Dan toont hij ook zijn rustige,
vriendelijke aard.
IDEALE RASKENMERKEN
Schouderhoogte : reuen 64 tot 69 cm en teven 61 tot 66 cm. Het gewicht gaat van 29 tot 34 kg.
Uiterlijk : evenwichtig, gespierd lichaam; krachtig, actief gangwerk. Vacht : kort, dik, glad en glanzend - een
symmetrische kruin ( streep ) loopt over de ruggegraat van de schouders tot de heupen. Dit komt bij geen enkel
ander ras voor, uitgezonderd in mindere mate bij de Thai Ridgeback. Gemiddeld is de streep bij de Rhodesian 5 cm
breed. Kleur : licht- tot roodachtig tarwekleurig, iets wit op borst en tenen en een donker masker zijn
toegestaan. Hoofd : tamelijk lange, vlakke schedel, krachtige snuit; ronde ogen, kleur in overeenstemming met
vacht; middelmatig grote, ronde hangoren. Staart : sterk, uitlopend in een punt, licht gebogen.
VACHT : kort stokhaar; m.a.w. 3 à 6 cm lange, stevige haren met of zonder ondervacht. VERHARING :
blokverharing. DAGELIJKSE BEHANDELING : met een grove kam en borstel de losse haren verwijderen.
GROTE BEHANDELING : wanneer de vacht verhaart, ziet men tegen de tijd dat de hond gaat verharen kleine
pluisjes wol uitsteken. Dat is het teken dat de hond echt aan het verharen is. De loszittende ondervacht kan men
met een herdersharkje verwijderen. Kijken of er vuil in de ogen zit en reinigen. Oren reinigen. Nagels knippen
indien nodig. VOOR - EN NADELEN VAN DE VACHT : die vergt weinig onderhoud, maar laat wel veel losse
haren achter in huis.
AARD : de Ridgeback is intens royaal en liefhebbend. Hoewel hij vriendelijk is voor vreemden, blijft
hij voor een stuk wantrouwig en staat klaar om u desnoods te verdedigen. Hij is van alle markten thuis, en
zijn baas zal genoegen scheppen in het feit dat hij alle taken, die hem zijn toevertrouwd, met plezier en
punctueel zal uitvoeren. Hij is intelligent, energiek, aanhankelijk, gehoorzaam en lief voor kinderen.
Hij blijft echter steeds op zijn hoede en heeft een sterke bewakingsdrift.
ACTIVITEIT : de Ridgeback heeft veel energie. Hoewel dit ras het heerlijk vindt om ergens opgerold te
liggen luieren, moet het dier zijn energie kwijt en heeft hij veel ruimte nodig.
BIJZONDERHEDEN
Naast de Rhodesian Ridgeback hebben we dus ook een tweede ras dat een dergelijke 'tegendraadse' haarstreep op
de rug bezit : de Thai Ridgeback ( zie foto hiernaast ). De Thai
Ridgeback is een ras dat reeds beschreven wordt in Thaise geschriften van 350 jaar geleden. Waarschijnlijk bestaat
dit ras al vierhonderd jaar in oostelijk Siam ( nabij de grens met Cambodja ). In Phu Quoc, een eiland in de
golf van Siam, werd dit ras door westelijke hondenliefhebbers het eerst ontdekt in de 19de eeuw, toen het eiland
werd gekolonialiseerd. Om achter de precieze herkomst van de Thai Ridgeback te komen werd genetisch materiaal
gebruikt en werd vooral onderzoek gedaan naar de "ridge", de streep haar op de rug van de hond dat in
tegengestelde richting groeit. Thailand werd als land van oorsprong voorop gesteld. Vooral in het oostelijk
gedeelte van Thailand werd dit ras gebruikt voor de jacht op het hert, de tapir en op vogels. Meestal had deze
jacht plaats in de dichte jungle. Naast de jacht werd de hond ook gebruikt als waakhond en geleidehond van "carts",
het gebruikelijke transportmiddel in die periode. Nu wordt het dier vooral als gezelschapshond gebruikt en
is het een aangenaam dier in huis. Pas in 1993 werd dit ras door de FCI erkend.
RASKENMERKEN : de Thai Ridgeback is een middelgrote hond die iets langer dan hoog is. Hij is goed gespierd en
heeft een krachtig en actief voorkomen. De kleur moet egaal zijn, licht kastanjerood ( hoe dieper hoe beter ),
zuiver zwart, blauw, zilver of beige. De schedel is vlak en loopt geleidelijk toe naar de punt. De snuit is
wigvormig met een lange en sterke neusrug. De ogen zijn middelgroot, amandelvormig en donkerbruin van kleur. Bij
blauwe en zilverkleurige honden mag de oogkleur amber zijn. De oren zijn goed geplaatst en staan redelijk ver uit
elkaar. Zij zijn vrij groot, driehoekig, iets naar voren stekend en stevig rechtopstaand. De staart: dik aan de
wortel en geleidelijk toelopend. De punt reikt tot aan de sprongen. Soms in een lichte boog ( sikkelvormig )
gedragen. VACHT : de beharing is kort. Schofthoogte : bij reuen 55 tot 62 cm en bij teven 50 tot 57 cm.
AARD : het is een actieve, intelligente, taaie en aanhankelijke hond die lief is voor kinderen. Hij is niet
luidruchtig.
ACTIVITEIT : de Thai Ridgeback is gek op rennen en actief bezig zijn, maar zal zich ook gemakkelijk aan
wat minder beweging aanpassen. Thai Ridgebacks zijn goede eters. Hou hun figuur in de gaten ! |