|
LAND VAN HERKOMST : Japan
GESCHIEDENIS
De Shikoku, waaromtrent er trouwens bitter weinig informatie te vinden, onderscheidt zich van zijn maat de
Shiba Inu door zijn grotere afmetingen en de kleur van zijn vacht. De Shikoku vindt zijn oorsprong op de
Shikoku eilanden, aan de overzijde van het binnenland, vlakbij Osaka. De Japanners waren zo ingenomen met de
mogelijkheden van de Pointers en
de Duitse Herders, dat ze alle
buitenlandse rassen aanmoedigden en hun inheemse rassen negeerden. In een onderzoek van de heer Haruo
Isogai, gedaan in de jaren dertig van de vorige eeuw, werden de honden van het land naar afmetingen ingedeeld, in
een poging om de inheemse rassen een nieuw leven in te blazen. De Shikoku was één van de meest genegeerde
inheemse rassen, omdat hij groter was dan de minder genegeerde
Chins en Shiba's
en omdat hij minder vermogend was dan de Akita Inu,
die de favoriet bleef en geëerd werd. De Shikoku is een gespecialiseerde jager op herten en men refereerde
wel aan hem als 'deerhound', hoewel hij absoluut niet lijkt op
de Westerse Deerhound ( bijvoorbeeld die van Schotland ).
IDEALE RASKENMERKEN
De Shikoku heeft een schofthoogte van 43 tot 54 cm en is gestroomd of rood gekleurd. Net als de andere
middelgrote Japanse rassen is zijn vacht kort, hard en steil met een zachte, dikke ondervacht. De
samenstelling van het lichaam is karakteristiek voor Poolhonden : de bevederde gekrulde staart, de staande
driehoekige oren; het redelijk goed gevormde hoofd en een halflange snuit.
AARD : het is een loyale jager en een gezelschapshond die tegen elk weerstype bestand is. Hij is
behoorlijk onafhankelijk en kan zich afstandelijk en gereserveerd gedragen. Indien hij goed is opgevoed is
hij zeer gehoorzaam en met de goede aanpassingen is hij een fantastische vriend.
ACTIVITEIT : deze hond heeft behoefte aan voldoende ruimte en lichaamsbeweging.
OPVOEDING : zoals bij alle Poolhonden heeft ook de Shikoku een consequente opvoeding van doen. |