|
LAND VAN HERKOMST : Zwitserland
GESCHIEDENIS
De Sint-Bernard ( of Sint Bernhardshond ) is de eeuwenoude reddingshond uit de Alpen, hoewel het onwaarschijnlijk
is dat hij ooit St. Bernard, de monnik die in de 12de eeuw leefde, heeft gezien. Hij werd traditioneel gefokt in
de kloosters bij de Grote Sint-Bernardpas. Deze hond is waarschijnlijk ontstaan uit plaatselijke Berghonden of
Sennenhonden. Omdat hij lange tijd alleen in deze kloosters werd gefokt, was zijn bestaan vaak bedreigd.
Oorspronkelijk waren deze honden kortharig, maar door kruising met andere rassen ontstond ook de langharige
variëteit. De tegenwoordige Sint-Bernard heeft met zekerheid invloed ondergaan van
de Newfoundlander, en waarschijnlijk ook van
de Deense Dog. De kortharige variant was beter
geschikt om in de sneeuw te werken, omdat sneeuw en ijs zich minder gemakkelijk konden vastzetten in de vacht.
Deze honden voelden lawines aankomen en konden zich goed oriënteren in de sneeuw. Hun taak bestond erin om
reizigers, die in de sneeuw verdwaald waren of bedolven waren onder een lawine, op te sporen en te redden.
De bekendste Sint-Bernard is "Barry", die tussen 1800 en 1810 zeker 40 mensenlevens zou hebben gered ! Deze
stoere hond moet echter goed worden gesocialiseerd. Hij heeft het imago een echte mensenvriend te zijn. Dat is hij
ook, maar hij heeft nu eenmaal ook de eigenzinnigheid en energie van een echte berghond. Niet alleen door zijn
formaat heeft hij daarom veel ruimte, een goede socialisatie en een goede opvoeding nodig.
IDEALE RASKENMERKEN
Schofthoogte : reuen 70 tot 90 cm ( standaard : minimum 70 cm ) en teven 65 tot 80 cm ( standaard : minimum 65 cm
). Het gewicht is afhankelijk van de schofthoogte en de zwaarte van de bouw van de hond. Uiterlijk :
krachtig, gespierd lichaam; krachtig, stuwend gangwerk. Kleur : wit, met kleinere of grotere roodbruine platen, of
met al of niet onderbroken roodbruin dek over rug en flanken ( mantelhond ); ook gestroomd roodbruin, donker
masker gewenst; bruingeel of aanleg voor zwart op lichaam getolereerd. Hoofd : brede, iets gewelfde schedel, met
korte, krachtige snuit; middelgrote, donkerbruine ogen; grote driehoekige hangoren. Staart : lang en zwaar,
gebogen aan het einde.
VACHT : we onderscheiden twee soorten : de kortharige Sint-Bernard en
de langharige Sint-Bernard.
De kortharige vacht : stokhaar ( kort stokhaar ), m.a.w. 3 tot 6 cm lange,
stevige haren met of zonder ondervacht.
VERHARING : blokverharing. DAGELIJKSE BEHANDELING :
met een grove kam en borstel de losse haren verwijderen. GROTE BEHANDELING : wanneer de vacht
verhaart, ziet men tegen de tijd dat de hond gaat verharen, kleine pluisjes wol uitsteken. Dat is het teken dat de
hond echt aan het verharen is. De loszittende ondervacht kan men met een herdersharkje verwijderen. Enkel wassen
indien echt nodig. Oren reinigen, kijken of er vuil in de ogen zit en reinigen. Het teveel aan haar tussen de
voetzolen wegknippen en indien nodig de nagels knippen. VOOR- EN NADELEN VAN DE VACHT : vergt weinig
onderhoud, maar wel veel losse haren in huis.
De langharige vacht : kort golvend haar met een dikke ondervacht; m.a.w. de dekharen zijn licht
golvend. Er komen veel wolharen voor. Het haar kan recht vallen, maar ook een duidelijke golf vertonen.
VERHARING : blokverharing.
DAGELIJKSE BEHANDELING : kammen en verluchten met een grove kam.
Opgepast : de ondervacht laten zitten ! GROTE BEHANDELING : in de ruiperiode de losgekomen ondervacht
en de losse dekharen met een herdersharkje verwijderen. VOOR- EN NADELEN VAN DE VACHT : het borstel-
en kamonderhoud valt mee. De hond kan niet getrimd worden en dat betekent vrij veel haaroverlast in de ruitijd.
AARD : de ietwat sombere, maar nooit slecht gehumeurde expressie van de Sint-Bernard siert één van de meest
vriendelijke honden. Zijn gedrag is evenwichtig en aanhankelijk, waardoor hij een vriend is van zowel de
volwassenen als de kinderen. Hij is kalm, intelligent, betrouwbaar en dol op kinderen.
ACTIVITEIT : de Sint-Bernard houdt van beweging. Pas op met puppies dat zij niet zich teveel
inspannen, want hun gewrichten moeten eerst op sterkte komen. Laat de hond ook niet te zwaar worden !
OPVOEDING : jonge dieren moet u al vrij snel leren dat ze niet aan de lijn mogen trekken, omdat dit op
latere leeftijd tamelijk moeilijk af te leren is. Het is ten slotte de bedoeling dat u met de hond gaat wandelen,
en niet omgekeerd. Ook voor de Sint-Bernard geldt, net als voor alle Dogachtigen, dat ze met veel begrip
opgevoed moeten worden. Zorg ervoor dat de hond in zijn opgroeifase lichamelijk niet te zwaar belast wordt. |