|
LAND VAN HERKOMST : Slowakije
GESCHIEDENIS
De Slovensky Hrubosrsty Stavac ( of Slovensky Hrubosrsty Stavac Ohar ) behoort tot de rassengroep van de
Continentale Staande Honden van het Brak-type. Buiten Slowakije wordt hij weinig of niet opgemerkt. Het ras
is oud in het land van herkomst. Vanaf het midden van de negentiende eeuw tot aan de periode voor de Eerste
Wereldoorlog kwam hij tamelijk veel bij jagers voor, maar na de oorlog was hij bijna uitgestorven. In de jaren
dertig van de 20ste eeuw werd het ras gereconstrueerd met behulp van onder andere de
Weimaraner en
de Cesky Fousek. Het nieuwe ras, de Slovensky
Hrubosrsty Stavac, werd in 1982 door de FCI officieel erkend. Het is in de eerste plaats een jachthond,
gespecialiseerd in de activiteiten na het schot, zoals apporteren, spoorzoeken en het opsporen van aangeschoten
wild. De hond schijnt oplettend te zijn en gemakkelijk te trainen. Deze Stavac is een harde werker die kan
gebruikt worden in het water, op het land of in de bossen. Het is een goede retriever.
IDEALE RASKENMERKEN
De Slovensky Hrubosrsty Stavac Ohar is een licht rechthoekig, middelgrote jachthond met een ruwe vacht. Hoofd
: tamelijk langgerekt, daar neus en bovenschedel even lang zijn. Vlakke neusrug en zwarte neusspiegel. Goed
ontwikkelde kaken, licht aangeduide achterhoofdsknobbel, uitgesproken wenkbrauwen. Ogen : amandelvormig,
barnsteenkleurig; pups en jonge honden hebben een azuurblauwe iris. Oren : direct boven de ogen aangezet,
middelmatig lang, breed bij de aanzet, met afgeronde punten. Gebit : schaargebit. Hals : middelmatig lang en
droog. Lichaam : ruime ovale borstkas, goed ontwikkelde voorborst, goed gewelfde ribben. De rug is recht en stevig
en van middelmatige lengte; helt iets van schoft naar staartaanzet. Licht gewelfde lendenpartij en een ietwat
opgetrokken buiklijn. Ledematen : goede botten, de voorhand is goed gespierd en goed gehoekt, goede hoeking van
achterbenen met goede musculatuur. Voeten : goed gesloten, met sterke voetzolen en donkere nagels. Staart :
middelmatig grof, hoog aangezet, wordt in beweging horizontaal en in rust hangend gedragen. Vacht : ondervacht en
ongeveer 4 cm lang dekhaar. De ondervacht moet fijn en dicht zijn, en het dekhaar grof en ruw. Op het hoofd is de
vacht korter. Borstelige wenkbrauwen. Kleur : zilvergrijs; zilvergrijs met donkere aftekening, of zilvergrijs met
donkere haarpunten ( schimmel ). Schofthoogte : reuen 62 tot 68 cm en teven 57 tot 64 cm. |