header_honden

Totaal bezoekers:
Totaal pagevieuws:
Online bezoekers:
 
 
 
   


 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

A    B   C    D    E    F    G    H       J    K       M    N    O    P    Q    R    S    T    U    V    W    X       Z

Tiroler Brak

 

heeft veel beweging nodig - bestand tegen alle weerstypen - speurhond - goede waakhond

 






LAND VAN HERKOMST : Oostenrijk
Varianten : Gladhaar - Ruwhaar - de Niederbracke

GESCHIEDENIS
De Tiroler Brak ( of Tyroler Bracke, Oostenrijkse Brak ) behoort tot de hondenrassengroep van de Lopende of Drijvende Honden en is oorspronkelijk afkomstig uit het westen van Oostenrijk. Hij is waarschijnlijk het resultaat van kruisingen tussen verschillende Duitse, Oostenrijkse, Franse, Zweedse en misschien ook Zwitserse Hounds.  Hoewel het type al jaren geleden erkend en beschreven is, lijkt hij nog steeds erg op de rashonden waaruit hij is ontstaan. De Tiroler lijkt erg veel op de Europese speurhonden, maar tegelijkertijd verschilt hij ook erg van de meeste honden van deze groep. Het ras komt voor in twee verschillende vachtsoorten : gladharig en ruwharig en er bestaat ook een 'kortbenige' variant van deze hond : de Niederbracke.  De vacht van de Tiroler is echter altijd dik en bestand tegen extreme temperatuurverschillen, ongeacht de structuur van de vacht.  Deze hond wordt niet voor niets 'de gebruikshond van de bergjager' genoemd.  Deze veelzijdige hond jaagt op haas en vos, en wordt ook als speurhond gebruikt. Hij is geschikt voor de jacht in het bos of in de bergen. Hij heeft een zeer scherpe neus, een goede stem en een evenwichtig temperament. Hij is een aanhankelijk gezelschap.

IDEALE RASKENMERKEN
Het hoofd is breed, met een brede iets gewelfde schedel. Duidelijke stop. Rechte snuit. Korte lippen. De ogen zijn rond en donkerbruin.  Oren : hoog aangezet, breed, afgerond aan het einde. Het lichaam is iets langer dan hoog. Stevige nek zonder keelhuid. Geprononceerde schoft. Goed gewelfde, diepe en middelbrede borstkas. Licht opgetrokken buiklijn. Brede, lange en enigszins hellende croupe. Stevige, rechte rug. Ledematen : goed gespierde benen en grote voeten met gesloten tenen. Staart : hoog aangezet en lang. In actie hoog gedragen. Een staart met lang en dicht haar wordt gewaardeerd. De vacht : vrij dik, vlak tegen het lichaam liggend. Glad- of ruwharig. Duidelijke broek op de dijen. Ondervacht. De vacht moet regelmatig worden geborsteld. Kleur : fawn of black and tan; driekleurig. Geelrood of black and tan ( zwarte mantel ) variŽteiten hebben goed gedefinieerde roodachtige-tan aftekeningen op de benen, borst, buik en hoofd. Beide variŽteiten mogen witte aftekeningen hebben ( kraag, borst, benen en voeten ). De schofthoogte voor reuen bedraagt 44 tot 50 cm en voor teven 42 tot 48 cm, met een gewicht van ongeveer 20 kg.  De schofthoogte van de kleinere variant, de Niederbracke, bedraagt 30 tot 39 cm.
AARD :
dit is een goedaardige hond, die - indien hij voldoende kans krijgt om zich uit te leven - altijd te vertrouwen is.
ACTIVITEIT :
deze hond heeft voldoende ruimte en veel lichaamsbeweging nodig, bij voorkeur door gebruik te maken van zijn jachtinstincten.

 

naar hondenrassen >>

 

Nieuwe pagina 1

© copyright WorldwideBase 2005-2009