|
LAND VAN HERKOMST : Zuid - Wales
GESCHIEDENIS
De Welsh Corgi Cardigan zou al in de 10de eeuw ( in het jaar 920 ) zijn genoemd in een Engelse wet over
veehonden. Van oudsher is hij een ijverig boerenhondje, dat behendig vee en pony's kan drijven. Tot 1850 was de
Corgi de enige hond die in bepaalde gebieden van Wales voorkwam. Later werd dit ras door
de Border Collie verdrongen en werd hij minder
vaak gebruikt als werkhond. Zijn naam betekent dwerghond ( "cor" = dwerg, "gi" = zowel reu als hond in het
algemeen ). Soms heeft hij een blauw oog en een bruin oog. Dat gaat vaak samen met de kleur 'blue merle' :
een grijsblauwe ondergrond met zwarte vlekken. Misschien kwam de Cardigan al rond 1200 voor Christus met de Kelten
naar Wales. Met zijn korte benen moest hij het als veedrijver van een speciale techniek hebben: hij gaat dicht bij
de koeien of pony's hun hielen blaffen en er desnoods zelfs in bijten, en zorgt er dan voor dat hij de
onvermijdelijke trap van de koe of pony kan vermijden. Zijn perfecte afmetingen zorgen ervoor dat hij
onvermoeibaar en volhardend zijn werk doet. Het ras werd in 1928 voor het eerst officieel erkend door de
Britse Kennel Club. In 1943 werd het ras gesplitst in twee variëteiten : de Welsh Corgi Cardigan en de Welsh Corgi Pembroke.
De Cardigan is iets groter dan de Pembroke en heeft een lange staart. Het zijn plezierige honden en de
Cardigan is rustiger van aard dan de Pembroke. Nu zijn deze Corgi's vooral gezelschaps- en showhond.
IDEALE RASKENMERKEN
Schofthoogte: de ideale schofthoogte is 30,5 cm. Cardigan-reuen mogen tussen de 15 en de 18 kg. wegen.
Teven wegens iets minder. Uiterlijk: stoer, evenwichtig lichaam; levendig, vlot gangwerk. Vacht : korte,
harde haren, dicht ingeplant. Kleur : alle kleuren zijn toegestaan, mits het wit niet meer dan 30 % beslaat.
De Cardigan komt veel voor in gestroomd, zwart met wit, beige en blue merle. Hoofd: brede, vlakke schedel
met stevige snuit; donkere, zwart omrande ogen; grote, staande oren ( prikoor of staand oor ). Staart : lang en
laag aangezet.
VACHT : kort stokhaar, m.a.w. 3 tot 6 cm lange, stevige haren met of zonder ondervacht. VERHARING
: blokverharing. DAGELIJKSE BEHANDELING : met een grove kam en borstel de losse haren
verwijderen. GROTE BEHANDELING : wanneer de vacht verhaart, ziet men tegen de tijd dat de hond gaat
verharen, kleine pluisjes wol uitsteken. Dat is het teken dat de hond echt aan het verharen is. De loszittende
ondervacht kan men met een herdersharkje verwijderen. Enkel wassen indien echt nodig. Kijken of er vuil in de ogen
zit en reinigen, oren reinigen en nagels knippen indien nodig. VOOR- EN NADELEN VAN DE VACHT : vraagt
weinig onderhoud, maar laat wel veel losse haren achter in huis.
AARD : dit zijn actieve en aanhankelijke metgezellen. De Cardigan is werkelijk een grote hond in een
kleine verpakking. Hij gaat zacht en vriendschappelijk om met familie en bekenden. Hij is intelligent,
kalm, betrouwbaar en lief voor kinderen. Het is een geharde, onvermoeibare waakhond.
ACTIVITEIT : dit ras vertoeft graag buiten. Neem de hond ( van zodra hij volwassen is ) regelmatig mee op
langere, afwisselende wandelingen. Met een Welsh Corgi kunt u meedoen aan verschillende takken van de hondensport,
bijvoorbeeld Fly-ball en behendigheid. Er zijn zelfs Cardigans bekend die als lawinehond worden ingezet. De
Cardi is van oorsprong een werkhond, dus beweging is zeer gewenst. Let op zijn figuur !
OPVOEDING : in de regel is dit ras probleemloos op te voeden. De Cardigan wil graag iets leren en is snel
van begrip. Daarnaast blinkt hij uit in diverse takken van de hondensport. In de opgroeifase moet dit ras wat
gespaard worden. Maak dus geen al te lange inspannende wandelingen voordat de hond volwassen is en laat hem in die
periode geen trappen lopen.
SOCIALE AANLEG : de Cardigan kan soms wat overmoedig zijn ten opzichte van andere honden. U doet er goed
aan ze al vroeg met katten en andere dieren te socialiseren, zodat deze combinaties in de toekomst geen problemen
geven. Over het algemeen gaan Cardigans goed om met kinderen.
Op
heel wat punten hebben de Welsh
Corgi Cardigan
en de Welsh Corgi Pembroke dezelfde raskenmerken. Onder andere de vacht ( kort stokhaar ) en de
vachtverzorging zijn identiek. Vanaf 1943 werden de twee rassen apart beschouwd. De verschillen
zetten wij even voor u op een rijtje.
KENMERKEN : de Pembroke is iets kleiner dan de Cardigan,
weegt iets minder en heeft een kortere staart. De Welsh Corgi Pembroke wordt gehouden door de Engelse
koninklijke familie. Zodoende heeft de Pembroke een grotere populariteit dan de Cardigan. De Pembroke is
minder rustig dan de Cardigan. Hij heeft ook iets meer aanleg om te knabbelen en dat moet hem afgeleerd
worden als hij jong is.
Hij is intelligent, heeft een sterke persoonlijkheid en kan wat 'brutaal' zijn. De
schofthoogte : voor reuen en teven ongeveer 25 tot 30,5 cm. Het gewicht van de reuen is tussen de 9 en
de 11 kg, en dat van de teven tussen de 8 en de 10 kg. Ook de kleurenstandaard van de Pembroke is
anders : de Pembroke kan een vacht hebben in de kleuren rood, beige ( sable ) en ‘black and tan’, al dan
niet met witte aftekeningen op de borst, hals en poten. Wat wit op de kop en snuit is toegestaan. De staart
wordt zoveel mogelijk gecoupeerd en Pembroke puppy's worden vaak zelfs zonder staart geboren, wat bij de
Cardigans nooit het geval is. Zijn korte staart en zijn meer 'vosachtige' expressie onderscheiden hem
van de Cardigan. Wat betreft de aard zijn het allebei levendige, actieve waakhondjes, maar de Pembroke
is iets alerter en zenuwachtiger.
BIJZONDERHEDEN
Drie andere rassen die ook als kleine, sobere, maar stoere boerderijhond werkten, zijn
de IJslandse Herdershond,
de uit Zweden afkomstige Norrbottenspets ( zie onder ) en
de Noorse Buhund . Ze werkten als
veedrijver en schaapshond, of als waakhondje op het erf van de boerderijen. Alle drie hebben spitse, staande oren,
een over de rug gedragen, gekrulde staart en een stoer lichaam.
De Norrbottenspets ( of Noorse Spits,
Scandinavische Spets ) is
een Zweedse jachthond, waakhond en gezelschapshond. Lichaamsbouw : vierkant gebouwd, droge hals,
wordt trots gedragen. Geprononceerde voorborst. Diepe borstkas. Gespierde, licht hellende
croupe. Buiklijn is enigszins opgetrokken. Brede, korte lendenen. Korte, sterke gespierde
rug. Hoofd : droog, sterk, wigvormig. Middelbrede, nogal platte schedel. Licht gewelfd
voorhoofd. Geen uitgesproken stop. Rechte neusbrug. Zeer puntige snuit. Smalle,
droge lippen. Ogen : middelgroot, amandelvormig, schuin in de schedel geplaatst. Donker van
kleur. Oren : Hoog aangezet. Strak rechtop gehouden. Staart : hoog aangezet en in een grote boog
losjes gekruld over de rug gedragen, waarbij de staartpunt de zijkant van de dij raakt. Ledematen :
gespierde benen. Kleine, stevige, zeer compacte gesloten voeten. Vacht : kort, hard, dicht.
Kort haar op de kop en de voorkant van de benen. Langer op het lichaam, achterkant van de dijen, en
onder de staart. Fijne, dichte ondervacht. Kleur : alle kleuren toegestaan. Ideale vachtkleur is
een witte ondergrond met oranjegele aftekeningen. Schofthoogte : reuen ongeveer 45 cm en teven
ongeveer 42 cm, met een gewicht van ongeveer 10 kg. Aard : deze moedige, levendige en stoere hond is
zeer actief en heeft een groot uithoudingsvermogen. Hij heeft een evenwichtige persoonlijkheid en is
nooit nerveus of agressief. Deze aanhankelijke hond kan goed overweg met kinderen. Het is ook
een goede waakhond. Verzorging : de Norrbottenspets kan zich aan het stadsleven aanpassen, mits hij
regelmatig voldoende beweging krijgt. Vaak borstelen is nodig. |