|
LAND VAN HERKOMST : Wales ( Engeland )
GESCHIEDENIS
De Welsh Terriėr lijkt sprekend op een verkleinde versie van
de Airedale Terriėr. Hij is ongeveer zo groot als
de Ruwharige Fox Terriėr. De
Welsh en de Airedale hebben veel kenmerken gemeen, zoals de vorm van het lichaam, de kleur van de vacht en het
talent voor de otterjacht, maar de Welsh Terriėr is wel ongeveer zo'n 20 cm kleiner. Hij stamt af van
de oude Black and Tan Terriėr en werd in Wales, waar hij vandaan komt, vooral
gefokt voor de jacht op de vos, de otter en de das. Volgens sommigen is de Welsh één van de oudste Engelse
Terriėrrassen. Oorspronkelijk bestonden twee variėteiten van dit ras, een Engelse en een Keltische variant.
De Keltische variant - als werkhond gefokt - won het van de Engelse in 1885. Zijn oorspronkelijke benaming
was de 'Carnarvonshire Welsh Terriėr'. Deze honden zijn door de jaren heen nog heel oorspronkelijk gebleven.
Het is een middelgrote Terriėr met een rechthoekig uiterlijk. Qua karakter zijn ze nog steeds trouw en
beschermend. Het zijn waterliefhebbers en uitstekend af te richten voor de jacht.
IDEALE RASKENMERKEN
Schofthoogte : reuen en teven niet hoger dan 39 cm, met een gewicht van ongeveer 9 kg. Uiterlijk
: stoer, compact lichaam; vrij, stuwend gangwerk. Vacht : hard, draadachtig en dik. Kleur : liefst black and
tan of black grizzle and tan; zwart onder hakken beslist niet gewenst. Hoofd : vlakke, vierkante schedel, met
stevige, vierkante snuit; kleine, donkerbruine, wijd uit elkaar geplaatste ogen; kleine, v-vormige, gevouwen oren
( knopoor ). Staart : meestal ingekort, vrolijk gedragen, maar niet over rug ( bananenstaart ).
VACHT : ruwhaar; m.a.w. de dekharen zijn vrij hard van structuur, voelen stevig aan en hebben een heldere
kleur. De wolharen zijn zachter, korter en liggen tegen de huid aan. Ze zijn ook veel lichter van kleur. Wanneer
de vacht rijp is, staan de haren in alle richtingen in bosjes bij elkaar. Dan kan de vacht worden geplukt.
VERHARING : blokverharing. DAGELIJKSE BEHANDELING : borstelen met een grove borstel of met een
speciaal in de hand liggende terriėrborstel. Garnituur en poten : met een grove kam. GROTE BEHANDELING :
gebeurt in de ruiperiode ! Deze periode is goed te bepalen. Als u merkt dat de hond wat haar gaat kwijtraken,
kunt u een paar haren tussen duim en wijsvinger nemen en ze met een lichte draaiing van de pols uit de huid
proberen los te trekken. Laat het haar gemakkelijk los, dan is de vacht rijp. Moet u echt trekken, dan is de hond
nog niet aan trimmen toe en kunt u beter nog even wachten met plukken. Gaat men namelijk te vroeg plukken, dan
moet men het haar lostrekken uit het haarzakje en irriteert men daarmee de huid. Een pasgeplukte hond is
meestal geen echte schoonheid. Het mooie komt pas bij het natrimmen, een vier tot acht weken na de grote beurt.
Doordat de vacht eruit gehaald werd, reageert de huid en begint met het aanmaken van wol. De nieuwe vacht
zit dan na enkele weken onder de wollaag. Bij het natrimmen wordt die wollaag weggetrimd, zodat de nieuwe vacht
eronder te voorschijn komt als korte, diepglanzende haartjes. In principe gebruiken we nooit een schaar of
tondeuze bij ruwharige honden. Uitzonderlijk bij de geslachtsdelen, rond de anus en tussen de voetkussentjes.
Voeten worden rondgeknipt. VOOR- EN NADELEN VAN DE VACHT : door het trimmen is de hond in één keer
zijn dode haar kwijt.
AARD : de Welshie is niet verlegen of timide, hij heeft een vrolijke en levendige aard. Hij is speels
en voor niets bang, overdreven strijdlustig en nooit gemeen. Hij is nogal nieuwsgierig ( zoals alle Terriėrs
trouwens ) en is lief voor kinderen. Het is een pientere kerels en een geschikte hond als werkdier en als
huisdier. De Welsh Terriėr is een aanhankelijke, rustige en gehoorzame hond met een gelijkmatig temperament.
ACTIVITEIT : de Welsh Terriėr is een hond die van nature met de meute meerende. Hij moet daarom veel
beweging krijgen om alle energie kwijt te raken.
OPVOEDING : deze hond is slim genoeg om snel door te hebben wat u van hem wilt, maar kan diezelfde slimheid
ook gebruiken om u om de tuin te leiden. Geef de hond een afwisselende training en blijf hoe dan ook consequent. |