|
LAND VAN HERKOMST : Duitsland
GESCHIEDENIS
De Westfaalse Dasbrak ( of Westfälische Dachsbracke, Sauerlander Dachsbracke ) behoort tot de rassengroep van
de Lopende of Drijvende Honden, onder Laagbenige rassen. In feite bestaan er twee soorten 'Dasbrakken' : de
Westfaalse Dasbrak en de Alpenlandse Dasbrak. De Westfaalse komt het meest voor, is
iets kleiner en heeft een iets ander hoofd dan de Alpenlandse. Voor de rest lijken beide apart erkende rassen erg
op elkaar. De Westfaalse Dasbrak is ontstaan in het Duitse Westfalen uit de kruising van
een Duitse Brak en
een Dashond. Op die manier werden de
bewezen graaf-bekwaamheden van de Dashond gecombineerd met de snelheid en het reactievermogen van de langbenige
Brak. Hoewel de meningen verschillen, zijn er bewijzen die aantonen dat deze hond al eeuwen bestaat. Het ras werd
voornamelijk gebruikt voor de jacht op vos en haas, maar ook op wilde zwijnen. Deze kleine jager met zijn
brede borst staat vierkant op vier stevige benen. Buiten Duitsland komt hij niet of nauwelijks voor.
IDEALE RASKENMERKEN
De Westfaalse Dasbrak is een tamelijk kleine hond met een gestrekt lichaam. Het lichaam is middelmatig lang,
met iets opgetrokken buik en sterke rug die iets invalt achter de schouders. De borst is smal en niet te diep. De
benen zijn kort en recht en hebben flink bone. Middelmatig lange en sterke hals, met keelhuid. Kleur : rood
tot geel met een zwart
zadel of zwarte mantel; met typische witte brakaftekeningen : vlam of bles rond de snuit, witte kraag, wit op de
bost, benen en punt van de staart. Tweekleurig is niet gewenst, zwarte aftekeningen op het hoofd evenmin.
Chocoladekleurige aftekeningen zijn een fout. Hoofd en schedel : smalle, tamelijk lange schedel en snuit met
geringe stop. De neus is groot en donker van kleur, met goed geopende neusgaten. De ogen zijn donker en
amandelvormig. De oren zijn breed, middelmatig lang en hangen vlak tegen het hoofd aan. Schaargebit. De staart is
lang en dik; de voeten kort en sterk. Vacht : ruw en zeer dicht. Kort op het hoofd, oren en onderbenen.
Langer op de hals, rug en onderkant van de staart. De vacht vraagt een regelmatige borstelbeurt. De schofthoogte
ligt tussen de 30 en de 38 cm, met een gewicht van ongeveer 15 kg.
AARD : de Westfaalse Dasbrak is koppig en heeft een scherp reukvermogen . Hij is vechtlustig en heeft een
groot uithoudingsvermogen en doorzettingsvermogen. Hij is behendig en lenig. Hij kan sporen volgen en een hol
binnendringen. Hij is aanhankelijk en gehoorzaam, en daardoor een goed gezelschap. Het is een schrandere en
dappere hond, met een gelijkmatig temperament.
ACTIVITEIT : deze hond heeft veel energie en heeft dus behoefte aan voldoende ruimte en veel
lichaamsbeweging.
OPVOEDING : dit ras vraagt een degelijke consequente opvoeding. |