Paleontologisch onderzoek van skeletten en fossielen heeft uitgewezen
dat de eerste katachtigen ongeveer dertien miljoen jaar geleden op aarde
verschenen. Drie miljoen jaar later kwamen uit deze soort de zogeheten
'grote katten' voort, namelijk de leeuw, de tijger en het luipaard. Toch
zou het nog geruime tijd duren voordat de eerste tamme kat haar intrede
deed.
De oudste aanwijzingen voor het bestaan van tamme katten zijn gevonden
bij de Egyptenaren. Eén en ander wijst erop dat in het Egypte van twee
millenia voor Christus een kat voorkwam die dicht bij de mens leefde, en
dus fungeerde als huiskat. Zo werden in een graftombe die dateert van
1900 voor Christus, de beenderen van zeventien katten teruggevonden, met
daarnaast een stel melkschaaltjes.
Het grootste aantal bewijzen voor de aanwezigheid van een kat als
'huisdier' in het toenmalige Egypte, dateren echter uit de perioden
vanaf 1600 voor Christus. Veel grafschilderingen uit die periode geven
katten weer die zich onder de stoel van de eigenaar bevinden.
( Foto links : de Smilodon Fatalis - ongeveer 10.000 voor
Christus )
De kat vervulde in de Egyptische cultuur een drietal
functies. Ten eerste was ze om verschillende redenen erg nuttig,
bovendien had ze een belangrijke symbolische betekenis en tenslotte
vervulde ze ook een sociale functie.
Volgens een bepaalde hypothese werden de eerste tamme katten niet
doelbewust door de mens gekweekt. Veeleer zou de kat zich zelf
'opgewerkt' hebben van indringer tot huisdier, en wel door zich
nuttig te maken. Dit was voornamelijk door het verdelgen van
muizen en andere knaagdieren die regelmatig de enorme Egyptische
voorraadschuren plunderden. Bovendien kon de kat ook de typische
Egyptische irrigatiedammen, die gebouwd werden om landbouwgronden
vruchtbaar te maken, behoeden voor ondergraving door ratten.
Voor de Egyptenaren was de kat een geschenk van de goden, een heilig
dier dus. Op het doden van een kat rustte bijgevolg een zwaar taboe, dat
niemand ongestraft doorbrak : op het doden van een kat stond immers de
doodstraf.
De plechtigheid waarmee de begrafenis van katten gepaard ging,
verduidelijkt de symbolische functie die de kat in de
Egyptische cultuur vervulde. Net zoals de mens werden katten na hun dood
gebalsemd en in linnen gerold, waarna het lichaam in een mummiekistje
werd geplaatst. Aangezien het geloof in een leven na de dood ook voor de
kat van toepassing was, werd haar voedsel meegegeven onder de vorm van
gemummificeerde muizen. Soms werden katten zelfs bijgezet in het
familiegraf van de eigenaars.
De veelvuldige aanwezigheid van de kat als thema in de toenmalige kunst
is een andere aanwijzing voor haar symbolisch belang. Geschilderd op
papyrus en gips, gebeeldhouwd in steen en hout, en gegoten in goud en
brons, komt de Egyptische kat voor in musea over de ganse wereld.
Tenslotte vervulden katten in het oude Egypte ook een sociale
functie. Wie wou doorgaan voor rijk of vooraanstaand, beroemde zich
op het bezit van meerdere, liefst gevlekte katten. Die werden niet enkel
vertroeteld en gekoesterd, maar ook streng bewaakt. Dit laatste zou de
emigratie van de Egyptische kat naar Europa gedurende lange tijd
verhinderd hebben, zodat de tamme huiskat in Europa verschijnt met
verschillende eeuwen vertraging.
In het
middeleeuws Europa krijgt de kat niet langer goddelijke
eigenschappen toegedicht. Haar status degradeert van Egyptische godin
tot duivelstrawant. In de dertiende eeuw heerste in Europa immers het
geloof in het bestaan van heksen, en werd algemeen aangenomen dat katten
vermomde heksen waren. Ze werden dan ook behandeld als heksen. Net zoals
hun eigenaars werden ze verbrand, gemarteld en gestenigd. De daling van
de kattenpopulatie die daarvan het gevolg was, zou niet zonder gevaar
blijken.
Toen de middeleeuwse ridders terugkeerden van de kruistochten, brachten
zij een nieuwe rattensoort, meer bepaalde de zwarte rat, over naar
Europa. De vlooien van deze rat waren de verspreiders van de pest, die
in Europa maar liefst vijfentwintig miljoen slachtoffers maakte en
waarbij hele stadspopulaties werden uitgeroeid. Toevallig of niet vond
op het hoogtepunt van de epidemie een herwaardering van de kat plaats.
Vanaf dat moment nam de pestepidemie af. |