In de
zeventiende eeuw werden katten opnieuw geïntroduceerd in
'beschaafde' kringen. Onder de impuls van het Franse hof, vooral vanaf
Lodewijk de vijftiende, verwierf de kat opnieuw de status van
'troeteldier'. Meer nog, in de salons werd menige discussie gehouden
over het thema van de 'mystieke krachten' van de kat.
In de
negentiende eeuw kwam het 'nuttigheidsaspect' van de kat weer op de
voorgrond.
Door
de groei van de steden ontstonden steeds meer archieven, die dankbare
broeinesten bleken voor knaagdieren. Zij bouwden er hun nest en vraten
er gaten in het papier. Ook andere creaties van de nieuwe tijd, zoals
pakhuizen, spoorwegdepots, postkantoren en bibliotheken hadden af te
rekenen met een knaagdierenoverlast. Om die te verdelgen werden katten
'aangeworven'. Voornamelijk in Engeland waren die 'katten in
staatsdienst' erg populair. Zelfs bedrijven deden een beroep op katten,
die aangeworven werden als personeel. Een aantal van deze 'officiële'
katten werd beroemd : zo doodde een tabbypoes voor het White City
Station in Londen zo'n 12.480 ratten in zes jaar tijd en ving een
tabbykater die voor een bedrijf in Lancashire werkte, gemiddeld 10.000
muizen per jaar !
Tijdens
de Tweede Wereldoorlog, toen elke graanoogst van levensbelang was,
werd in Engeland een programma opgezet waarbij katten ingeschakeld
werden om de knaagdierenpopulatie op boerderijen onder controle te
houden. Uit een studie was gebleken dat op boerderijen waar ratten en
katten in dezelfde mate vertrouwd zijn met de omgeving, de kat een
overlast van ratten kan verhinderen, maar niet alle ratten kan
verdelgen. Wordt de boerderij echter rattenvrij gemaakt met behulp van
andere middelen (zoals vergif of rattenvallen), dan is de kat in staat
nieuwe indringers op afstand te houden, en dat in een straal van 45
meter rond het huis en de schuur.
Een andere bevinding was dat katten die gevoed worden door de eigenaar,
zich meer thuis voelen, en dus betrouwbaarder zijn. Wordt de kat echter
niet gevoed door de eigenaar, in de veronderstelling dat ze zelf maar
voor haar voedsel moet instaan, dan blijkt ze gaan reden te hebben om
uitgerekend op de eigen boerderij te gaan jagen, en trekt ze ook naar
velden, bossen en andere boerderijen. Uiteraard is ze in dit geval
nauwelijks van nut voor de eigenaar.
In de
periode na de Tweede Wereldoorlog, die gekenmerkt wordt door de
opkomst van pesticiden en bestrijdingsprogramma's voor knaagdieren,
achtten de gemeenten het niet nodig om nog langer katten als
muizenvangers te huisvesten in moderne gebouwen. Langzamerhand verliest
de kat dus opnieuw haar functie als knaagdierenverdelger, en het is niet
zo denkbeeldig dat ze eens overbodig zal worden, zoals het geval was met
de fretten die eertijds in Griekenland als muizenvangers werden ingezet.
Gelukkig stellen we heden ten dage vast dat de huiskat een vaste
plaats in onze maatschappij heeft verworven en er heel veel
dierenliefhebbers de kat in hun hart dragen. Toch moeten we jammer
genoeg ook vaststellen dat de kattenpopulatie in de
dierenasiels
steeds maar toeneemt. |