|
Aanschaf van een huiskat
Bij
de aanschaf van een kat kan men het best een jong dier nemen. Komt het
in een gezin waar al één of meer dieren aanwezig zijn, dan moet men het
eerst aan zijn nieuwe omgeving laten wennen alvorens het met de andere
dieren kennis te laten maken. Het hulpeloze en blinde jong (kitten) van
een poes wordt na een gemiddelde draagtijd van negen weken geboren.
Ongeveer tien dagen na de geboorte gaan de oogjes open. De eerste drie
weken kan de poes zelf voor haar jongen zorgen, maar het is, vooral bij
een zeer groot nest, verstandig daarna voor bijvoeding te zorgen.
Hiervoor is in de handel speciale kunstmelk voor jonge poesjes in
poedervorm verkrijgbaar. Daarnaast kan men ook al wat fijngesneden runds-,
schapen- of kippenvlees geven. De kittens kunnen op een leeftijd van 6–8
weken (bij Oosterse rassen houdt men liever twaalf weken aan) bij de
moeder weggehaald worden.
De opgroeiende poes moet men in het begin minimaal viermaal per dag te
eten geven, bijvoorbeeld twee melkmaaltijden en twee vleesmaaltijden. De
melkmaaltijd mag een papje zijn en de vleesmaaltijd mag bestaan uit
gekookt of rauw vlees. Hiervoor is zeer geschikt rundvlees (hart of
kopvlees), schapenvlees of kippenvlees (hart, maag). De opgroeiende poes
stelt, voor wat betreft de vitaminen (met name vitamine A en D) en de
mineralen (vooral calcium en fosfor), hoge eisen, zodat men deze stoffen
nog apart moet toevoegen. Ook bij het gebruik van kant en klaar
kattenvoer, waarvan de samenstelling meestal alleen geschikt is voor
volwassen dieren, is veelal toevoeging van een
vitaminen-mineralenmengsel noodzakelijk.
Geslachtsrijpheid
Bij een voorspoedige groei treedt op een leeftijd van ongeveer zes
maanden zowel bij het poesje als bij het katertje geslachtsrijpheid op.
De krolsheid van het poesje blijkt uit haar onrustig gedrag, vaak
gepaard gaande met luidruchtig miauwen en met pogingen de woning te
ontvluchten. Deze krolsheid treedt bij geslachtsrijpe dieren over het
algemeen minstens tweemaal per jaar op, maar in sommige gevallen ook
veel vaker, tot zelfs eenmaal per maand. Ten tijde van de eerste
krolsheid mag de poes niet bevrucht worden. Primair moet men trachten
contacten tussen de krolse poes en kater(s) te vermijden. Soms is dit
moeilijk te verwezenlijken. Dan bieden tabletjes om krolsheid te
voorkomen uitkomst. Eerst op een leeftijd van zo'n elf maanden kan men
een poes laten steriliseren. Het castreren van een kater kan het beste
geschieden op een leeftijd van ongeveer negen maanden.
Hygiëne en benodigdheden
Een echte binnenkat, die geen gelegenheid heeft om zo nu en dan naar
buiten te gaan, dient men een kattenbak ter beschikking te stellen,
gevuld met turfmolm of grit, en een bakje waarin men gras heeft gezaaid.
Dit laatste eet de kat om zijn maagdarmkanaal door het uitbraken van
haarballen te zuiveren. Heeft de kat wel de mogelijkheid om naar buiten
te gaan, dan kan men het beste een kattenluikje maken, zodat het dier
naar wens in en uit kan lopen. Een krabpaal is nuttig, als men de poten
van tafels en stoelen wil sparen. Deze wordt niet gebruikt om de nagels
te scherpen, maar is een hulpmiddel om oude nagels kwijt te raken, zodat
de nieuwe scherpe punten te voorschijn komen.
Wil men een kat een halsbandje omdoen, zorg er dan voor dat zich in deze
halsband een stukje elastiek bevindt, zodat, wanneer de poes met zijn
halsband aan een tak of iets dergelijks blijft hangen, hij de band kan
kwijtraken; dit geldt ook voor de antivlooienhalsbandjes.
Kattenziekte en besmetting
Gevreesd is de kattenziekte. De inenting hiertegen kan gelijktijdig met
die tegen niesziekte geschieden. De inenting tegen de laatste ziekte
dient echter ieder jaar te worden herhaald. De kat kan ook besmet zijn
met Toxoplasma gondii, die bij de mens toxoplasmose kan veroorzaken. Een
bekende aandoening is het eosinofiele granuloom, veelal gelokaliseerd op
de bovenlip, maar ook wel aan de onderlip, de tong, het verhemelte en
aan de binnenkant van de wang. Het granuloom ziet er in het begin uit
als een rood gezwelletje, maar kan vrij snel groter worden. De
behandeling is vaak niet afdoende, maar soms echter is deze zeer
succesvol.
Ziekten
Buikvliesontsteking kan ontstaan doordat vreemde voorwerpen in de darm
door de darmwand heenprikken. Een bijzondere vorm is FIP (feline
infectieuze peritonitis), veroorzaakt door een virus. Deze infectie
verloopt dodelijk. Het dier sterft binnen één tot acht weken.
Urinewegaandoeningen kunnen variëren van nierontsteking tot ontsteking
van de urineleiders en van de blaas. De chronische nierontsteking komt
vooral bij oudere dieren voor. De blaasontsteking is berucht, vooral bij
gecastreerde katers. Vaak ziet men kalkafzetting in de blaas, en vooral
bij gecastreerde katers waarbij de penisuitgang wat vernauwd is, kan een
afsluiting ontstaan, zodat de katers geen urine meer kwijt kunnen.
Behandeling door de dierenarts is noodzakelijk.
Een ziekte die men regelmatig aantreft, is de shock, veel voorkomend bij
katten die zijn aangereden of die vergiftigd zijn of brandwonden hebben
opgelopen. De kat heeft een snelle, oppervlakkige ademhaling, een lage
lichaamstemperatuur (de normale lichaamstemperatuur ligt tussen de 38°
en 39°C) en bleke slijmvliezen. Van groot belang is het deze dieren warm
te houden en onmiddellijk een dierenarts te waarschuwen.
De meeste tumoren bij de kat treden op na een leeftijd van vijf jaar.
Veel voorkomend zijn de melkkliertumoren. Een snelle operatieve
verwijdering is meestal de veiligste weg.
Allergische
reacties kunnen ontstaan door bepaalde voedingsmiddelen (o.a. sommige
zuivelproducten, vis, vlees van pluimvee en varkensvlees), zich uitend
in braken en enkele uren later diarree en soms ademhalingsstoornissen en
huidklachten. Ook bekend is de vlooienallergie, waarbij de vacht dun
wordt, terwijl de huid vooral op de rug heftig geïrriteerd is. Bij jonge
katten kan een hoge graad van besmetting leiden tot bloedarmoede.
De belangrijkste worminfecties worden veroorzaakt door spoelwormen en
lintwormen. Bij besmetting door spoelwormen (vooral bij kittens) ziet
men deze als ‘elastiekjes’ in de ontlasting, terwijl zij soms ook
uitgebraakt worden. Besmetting met de lintworm is herkenbaar aan
‘rijstekorrels’ in de ontlasting. Met ontwormen kan men het best op een
leeftijd van ongeveer drie weken beginnen, en dient men dit ongeveer om
de twee maanden te herhalen, tot de poes volwassen is. Daarna is drie-
of viermaal per jaar ontwormen voldoende.
Schurft wordt veroorzaakt door een schurftmijt (Notoedres cati).
Verschijnselen zijn kaalheid, die meestal aan de top van de oortjes
begint en zich verspreidt over de hele kop en soms over het hele
lichaam, en heftige jeuk. De oormijt veroorzaakt veelal een
oorontsteking. Het dier krabt veel aan het oor, houdt de kop scheef en
schudt deze vaak. Beide door mijten veroorzaakte aandoeningen kunnen met
medicijnen (acariciden) afdoende bestreden worden. |