header_honden

Totaal bezoekers:
Totaal pagevieuws:
Online bezoekers:
 
 
 
   


 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

A    B   C    D    E    F    G    H       J    K       M    N    O    P    Q    R    S    T    U    V    W    X       Z

 Info
katachtigen

 

naar raskatten >>

 

Katachtigen, de familie Felidae van de Roofdieren, verspreid over vrijwel de gehele wereld; zij ontbreken in Australië en in Antarctica, Madagaskar, de Antillen en Groenland. Het zijn slanke dieren met een lenige ruggengraat, ronde kop, korte hals en korte snuit. Zij verschillen van de andere roofdieren vooral in het gebit en de poten. Zij leven voornamelijk van zelf gedode prooidieren.

Het gebit heeft kleine snijtanden, grote, iets gebogen hoektanden en een gereduceerd aantal kiezen met spitse punten. In elke kaakhelft bevindt zich slechts één ware kies; de bovenkaak heeft aan elke kant drie, de onderkaak twee valse kiezen. De ware kies in de bovenkaak is klein en knobbelig. De derde valse kies in de bovenkaak en de ware kies in de onderkaak (die tegenover elkaar staan) zijn groot en voorzien van scherpe randen; zij worden ten onrechte scheurkiezen genoemd, maar zijn, evenals de andere, knipkiezen. De onderkaak valt binnen de bovenkaak, waardoor de kaken werken als de bladen van een schaar. De prooi, vnl. grote en kleine zoogdieren en vogels, wordt in stukken geknipt; deze worden in hun geheel ingeslikt. De snijtanden worden gebruikt om de pels te reinigen en beenderen af te kluiven; de hoektanden dienen om de prooi vast te houden en stukken vlees af te scheuren. Vleesresten worden met de ruwe tong van de botten geraspt. De spieren die de onderkaak tegen de
schedel aantrekken, zijn krachtig ontwikkeld; in verband hiermee vertoont de schedel wijd uitstaande jukbogen, beenkammen op het achterhoofd en een diepe holte in de zijkant van de onderkaak. De poten zijn vrij kort, dik en onderaan rond; de voorpoten hebben vijf, de achterpoten vier tenen. De zachte zoolkussens stellen de katachtigen in staat zich vrijwel geruisloos voort te bewegen. De sikkelvormige klauwen worden bij de meeste soorten in rust door een elastische band opgetrokken gehouden in een door de huid gevormd zakje, waardoor zij bij het lopen tegen slijtage worden beschermd. Bij het uitslaan worden de klauwen door spieren naar beneden getrokken. De zintuigen zijn over het algemeen goed ontwikkeld. Dankzij een lichtterugkaatsende laag in het netvlies (tapetum lucidum) kunnen katachtigen ook in het schemerdonker goed zien. De grote soorten hebben ronde, de kleinere spleetvormige pupillen. De goed ontwikkelde tastzin zetelt vooral in de snorharen, de haren boven de ogen en aan de binnenzijde van de voorpoten. Het reukorgaan is waarschijnlijk beter ontwikkeld dan men gewoonlijk aanneemt.Katten zijn teengangers met de lichaamsbouw van een springer. Zij beloeren en besluipen hun prooi (sluipjagers); sleutelbeenderen ontbreken en het neerkomen na de sprong wordt vergemakkelijkt door een elastische verbinding tussen schouder en borstkas. De staart doet bij het springen dienst als roer; bovendien geeft hij de stemming weer waarin het dier verkeert.
Het haarkleed is meestal gevlekt of gestreept. Bij de eenkleurige soorten wordt het soms voorafgegaan door een gevlekt jeugdkleed (o.m.
leeuw en poema). Bij enige soorten (vaak bij de panter, zeldzamer bij o.a. de jaguar en de serval) komen zwarte exemplaren voor; de vlekken blijven dan meestal toch wel zichtbaar. Witte en licht gekleurde exemplaren zijn veel zeldzamer.
Op enkele uitzonderingen na zijn de katachtigen
nachtdieren. Slechts zeer enkele soorten (o.a. de leeuw) leven min of meer sociaal. Behalve bij de leeuw leven de geslachten buiten de paartijd gescheiden; in de bronsttijd komt het vaak tot verwoede gevechten tussen mededingers. De jongen, welpen genaamd, komen als nestblijvers blind en hulpeloos ter wereld; zij worden versleept zodra er gevaar dreigt, waarbij de moeder ze in het nekvel vasthoudt.

Katachtigen als heilige dieren. Bij de oude Egyptenaren was de (Nubische) kat een heilig dier, de gestalte van de godin Bastet, de godin van Bubastis in de Delta. Eerst in late tijd werd de cultus van de kat over geheel Egypte verbreid en werden de katten als huisgoden beschouwd. Hol gegoten bronzen kattenbeelden dienden als doodkist voor kattenmummies. Katachtige roofdieren vereerde men om hun kracht.

 

naar hondenrassen >>

 

Nieuwe pagina 1

© copyright WorldwideBase 2005-2009