|
Voorbeeld : de Chow Chow
Vacht
: de vacht van de Chow Chow is overvloedig, rijk, dicht, recht en
uitstaand. Kleur : éénkleurig zwart, rood, blauw, reekleurig , crème of
wit - vaak geschakeerd, maar niet gevlekt of bont. Meestal iets lichter
van tint op de onderkant van de staart en de achterkant van de dijen. De
Chow Chow heeft een dubbele vacht met blokverharing. De bovenvacht is
tamelijk grof, de ondervacht zacht en wollig.
Behandeling : dagelijks borstelen met een pinnenborstel (
natuurhaar) of met een schuurborstel (zuiver chiendent). Bij honden met
bevedering regelmatig kammen met een grove kam. Pelletjes kunnen
eventueel met een vochtige doek worden weggehaald - Wekelijks de kraag
en broek nazien op klitten en goed uitkammen. Ook goed achter de oren
kammen (zeer zachte vacht) - in de rui : helemaal uitharken; nooit voor
de tweede rui, anders maak je de ondervacht kapot; bij sommige rassen
worden oren, voeten en hiel bijgewerkt - wassen : hoeft niet zoveel
gewassen te worden; wel teven na loopsheid en bij reukoverlast; bij
overmatige pelletjes ( aangepaste shampoo) en bij parasieten (medicale
shampoo) - verzorging : oren, ogen en nagels - tentoonstelling : bij
dubbele vacht rekening houden dat de ondervacht, buiten de ruiperiode,
niet uitgewold wordt. Bij tentoonstellingshonden mag de ondervacht er
niet voor de derde loopsheid volledig uitgeharkt worden (om de wolvacht
niet verloren te laten gaan). Uitwollen met de hand - gebruikte
materialen : pinnenborstel, schuurborstel, grove kam, poetshandschoen,
hark, uitwolmes, schaar, effileerschaar, klittenkam (in noodgeval) en
droger of droogkast.
|