Een standaard
is de beschrijving van de kenmerken, eigen aan een ras. Elke
standaard is dus een schets van dat betreffende ras. Hij is vastgesteld
door de kynologische deskundigen van de verschillende landen, volgens
een nauwkeurig plan, en goedgekeurd door het in Monaco gehouden
Kynologisch Wereld Congres en sinds 1934 door de Fédération Cynologique
Internationale of F.C.I. bevestigd.
Toch is het niet gemakkelijk om van land tot land precies vergelijkbare
standaarden te vinden. Er zijn echter ook uitzonderingen, zoals
bijvoorbeeld de standaard van de
Duitse Herdershond, die in hun oorspronkelijke vorm door
verschillende landen werd overgenomen.
De Standaarden
zijn vastgesteld op basis van de gegevens van de officiële kynologie
naar het volgende plan :
-
algemene kenmerken : algemeen gedrag en aanleg
- maat
en gewicht : in het internationale gebruik worden deze gegevens na
de beharing verstrekt. De schofthoogte is een vaste maat waarmee de
afmetingen van de overige lichaamsdelen steeds worden vergeleken.
- hoofd
: algemene bouw, en naar gelang het type : neus, snuit, kaken,
tanden, stop en schedel
-
ogen
-
oren
-
hals
-
voorhand : schouder, opperarm, onderbeen, pols, middenvoet en voet
-
achterhand : heup, been, sprong, middenvoet en voet. Naar
internationaal gebruik zou de voorhand na de hals en de achterhand na
het lichaam moeten worden beschreven.
-
lichaam : borst, borstkas, ribben, rug, lendenen, kruis, buik en
flanken
-
staart : volgens internationaal gebruik moet deze na de achterhand
worden beschreven
-
beharing : haar, kleur en huid
-
gangen
-
anatomische gebreken van het type / diskwalificerende fouten /
puntenschaal : aanvankelijk vermeldden de standaarden niet steeds
alle kenmerken van een bepaald ras doelmatig. Sommige standaarden
geven een zeer gedetailleerde beschrijving van de hond, andere zijn te
schetsmatig of ondoelmatig. Dit is te wijten aan de te veelvuldige
verwijzingen van de maatstaven en in de officiële teksten die voor de
normalisatie voorkwamen.
Uiterlijke kenmerken van de hond
Het
'exterieur' van de hond wordt verdeeld in voorhand (A),
middenhand (B) en achterhand (C).
De schofthoogte is de loodlijn gemeten vanuit de top van
de schouders. Borstomvang wordt gemeten over het diepste punt van de
borst direct achter elleboog en schoft.
In de hondenterminologie wordt nooit gesproken over een 'kop' en
'poten', maar van 'hoofd' en 'benen'.
Andere min of meer bijzondere benamingen gelden voor de volgende
onderdelen :

Hubertusklauw : die komt niet bij alle rassen voor en wordt vaak
operatief verwijderd. Bij Franse Herdershonden zitten op
deze plaats zelfs twee klauwtjes (dubbele Hubertusklauw). Deze
worden daar bij de raspunten geëist.
|