header_vissen


 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

 

de Zalm

 

Vissenpagina klik hier >>

 
  Kenmerken
Maximale lengte 1,5 meter. Door de visserijwet beschermd tot een lengte van 40 cm. Rug blauwgroen, zilverkleurige flanken, witte buik. Lichaam met zeer verspreide, donkere vlekken, voornamelijk boven de zijlijn. Het jeugdkleed en de kleur tijdens het paaien varieert. 17-24 dunne kieuwboog-aanhangsels aan de binnenkant van de eerste kieuwboog. Bovenkaak reikt niet of nauwelijks voorbij de achterrand der ogen. Staartwortel slank; 10-14 schubben (schuin naar achteren geteld) tussen vetvin en zijlijn. Voorkant van het ploegschaarbeen (vomer) zonder tanden.
De gestage teruggang van de zalmvangsten in Nederland - ondanks het loslaten van zalmbroed in de nederlandse rivieren - was in 1906 aanleiding om een staatscommissie in het leven te roepen om na te gaan hoe men de zalmrijkdom in onze rivieren kon verhogen. Deze commissie, met vertegenwoordigers van het visserijonderzoek, universiteiten, Artis, Heidemaatschappij, het College voor de Zeevisscherijen en leden van de Eerste en Tweede Kamer, bracht in 1916 haar lijvige eindrapport in twee delen uit. Het rapport bevat alle informatie over de toenmalige kennis van zalm, zalmvisserij en zalmkweek in ons land en in ons omringende landen. De eindkonklusie van dit rapport luidt dat Nederland dient samen te werken met de buiten de nederlandse grenzen gelegen oeverstaten, om de paaiplaatsen van de zalm te beschermen en zelfs uit te breiden. Tevens zouden zalmen moeten worden gekweekt, die in niet te kleine hoeveelheden moesten worden losgelaten. Het tijdstip van deze aanbevelingen, midden in de eerste wereldoorlog, lag niet erg gelukkig.
Aan het einde van de vorige eeuw bereikte de zalmvisserij in de nederlandse rivieren een hoogtepunt. Op de zalmmarkt van Kralingseveer werden in 1885 104.000 zalmen aangevoerd. Daarna liepen de aantallen sterk terug tot enkele tienduizenden exemplaren per jaar van 1900-1910, en tot enkele honderden exemplaren per jaar, vlak voor de eerste wereldoorlog. In de jaren vijftig werden zalmen nog maar sporadisch in de nederlandse wateren gevangen. In 1957 werden de laatste exemplaren uit Maas en Rijn gemeld. Deze zogenaamde 'Rijnzalm' paaide in de winter in de bovenloop van de Rijn, benedenstrooms de waterval bij Schaffhausen. Jonge zalmen blijven 1 à 2 jaar op hun geboorteplek ('parr'-stadium) en trekken in het voorjaar naar zee ('smolt'-stadium). Zalmen keren, na een kort of langer verblijf in zee, terug naar hun geboorterivier ('homing'), die ze terug vinden door middel van reuk.
Veel zalmvangsten die tegenwoordig in Nederlandse wateren worden gemeld, betreffen zeeforellen. Opmerkelijk zijn echter twee zalmvangsten in 1970 en 1972, respectievelijk bij Ammerzoden in de Maas (65 cm, 3 kg) en in het IJsselmeer bij Enkhuizen (85 cm, 6,8 kg). Deze gemerkte zalmen bleken aan de zweedse westkust in de rivier Lagan uitgezet te zijn ('sea-ranching') in het 'smolt-stadium' (LARSSON, 1984).
In het voorjaar van 1985 werden in de Rijn bij Basel 4000 éénjarige zalmpjes van circa 16 cm lengte uitgezet, opgekweekt in Zwitserland uit circa 50.000 uit Zweden geïmporteerde, bevruchte zalmeieren. Deze gemerkte zalmpjes zouden na een éénjarig verblijf in de Rijn, in de Noordzee terecht komen. Na een verblijf van enkele jaren in zee, zou een gedeelte van de dan volwassen zalmen weer de Rijn opzwemmen. Dit experiment zou van 1986 tot en met 1990 worden herhaald, doch dan met telkens 20.000 éénjarige zalmpjes, in de hoop een zalmstand in de Rijn te creëren. Op een zichzelf reproducerende zalmpopulatie werd niet gerekend, aangezien de daarvoor benodigde paaigronden niet meer aanwezig zijn en de waterkwaliteit te slecht is voor het uitkomen van eieren en het opgroeien van zalmlarven. Door de giframp bij Basel in november 1986 en de jarenlange vruchteloze inspanningen het Rijnwater niet verder te laten vervuilen, lijkt ook een kunstmatig in stand te houden zalmpopulatie in de Rijn een illusie.
De grootste zalm die ooit in Nederland gevangen werd, is waarschijnlijk het exemplaar dat afgebeeld werd op een schilderij, dat zich in het Bestuurscentrum (in de wethouderskamer) van Krimpen aan de Lek bevindt. Deze 150 cm lange, 37,5 cm hoge en circa 40 kg zware zalm werd op 7 maart 1777 door Leendert Baldee in de Rijn bij 'Crimpe Op de Leck' gevangen.
Gedurende de ontwikkeling van zalm (en zeeforel) vindt in de ogen een verandering plaats in het patroon en de dichtheid van de kegeltjes. Hierdoor kunnen zalmen het voedsel, dat zich aan het oppervlak van snelstromende rivieren bevindt, beter zien (AHLBERT, 1976).

Verspreiding
N. Atlantische Oceaan, Noord- en Oostzee. Langs de nederlandse kust slechts sporadisch voorkomend. Uit het nederlandse zoete water verdwenen sinds circa 1957.
 
   

Nieuwe pagina 1



uw eigen startpagina

© copyright WorldwideBase 2005-2009