header_vissen


 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

 

Zee-egels

 

Vissenpagina klik hier >>

 
  Zee-egels, de klasse Echinoidea van de Stekelhuidigen.

1. Anatomie
Zee-egels zijn bijna bol- tot schijfvormig en de met elkaar vergroeide skeletstukjes vormen samen een stevige doos, bezet met stekels.
1.1 Stekels
De stekels zijn beweeglijk en dienen bij vele soorten voor de voortbeweging; sommige graven zich met behulp van de stekels in. Op de skeletplaatjes staan knobbels, die als een soort kogelgewricht functioneren voor de stekels. De stekels hebben ook een beschermende functie (bij enkele soorten zelfs met gif). Een beschermende functie hebben ook de pedicellariae (bij de Zee-egels driekleppige tangetjes op een steel) op de huid; deze dienen tevens voor het schoonhouden van de huid; er is een aantal vormen, waaronder met gifkliertjes op de kleppen.
1.2 Skelet
Aan de binnenzijde van het skelet verlopen straalsgewijs vanaf het ringkanaal vijf radiairkanalen van het watervaatstelsel. De voetjes, die aan weerszijden hiervan uitgaan, doorboren twee naast elkaar liggende radiale rijen van skeletplaatjes (ambulacralia); hiernaast liggen twee rijen skeletplaatjes die niet doorboord zijn (interambulacralia). Behalve in het watervaatstelsel komt de vijfstraligheid dus o.a. ook tot uiting in het skelet.
De verdere beschrijving geldt wat de ligging betreft alleen voor de regelmatige zee-egels. Op de top van het lichaam liggen, rondom een membraan met onregelmatige skeletstukjes waarin de anus uitmondt, een vijftal skeletstukjes; op deze genitaalplaten monden de geslachtsklieren uit (vijf stuks). Een van de genitaalplaten doet tevens dienst als madreporenplaat van het watervaatstelsel.
1.3 Spijsverteringsorganen
De mond ligt centraal aan de onderzijde in een membraan (het mondveld). In deze membraan liggen vijf paar mondvoetjes van het watervaatstelsel en kieuwblaasjes. Zowel deze kieuwblaasjes als de voetjes van het watervaatstelsel zijn belangrijk voor de ademhaling. De op de mond volgende slokdarm is omgeven door de lantaarn van Aristoteles. Deze lantaarn is o.a. opgebouwd uit vijf grote kalkstukken (kaken of piramiden), die naar de mond toe puntig uitlopen met aan het einde een tand. De kaken kunnen door middel van spieren enigszins ten opzichte van elkaar bewegen. De belangrijkste bewegingen maakt de lantaarn in haar geheel, waarbij grazende bewegingen worden gemaakt om wieren van de rotsen te schrapen.

2. Soorten en verspreiding
De 860 soorten Zee-egels worden verdeeld in twee onderklassen.
2.1 Regelmatige zee-egels (Regularia)
Deze zijn radiair symmetrisch en leven veelal op rotsen. Zij leven van wieren en kleinere dieren die vastzitten op de rotsen en die zij er met hun kauwapparaat vanaf trekken. Van de vijf orden worden genoemd:
2.1.1 Cidaroidea
Een zeer oude groep, die tot in het Carboon terug gevolgd kan worden. Cidaris cidaris is bekend van de Noorse kust tot aan de Azoren, op een diepte van 501800 m.
2.1.2 Aulodonta
Soorten van het geslacht Diadema hebben zeer lange stekels (33 cm lang); de uiterste, bijna doorzichtige punten zijn met kleine tandjes bezet en breken bij aanraking (bijv. tijdens het zwemmen) gemakkelijk af; zij blijven dan in de huid (van de mens) steken en veroorzaken daar moeilijk genezende wonden; de resten van de stekels kunnen secundaire infecties (zweren) veroorzaken. Aulodonta zijn zwart of purper van kleur en komen massaal voor aan de kusten van warme zeen, bijv. in het Caribische gebied. Centrostephanus longispinus is de enige Europese vertegenwoordiger (46 cm diameter) in de Middellandse Zee.
2.1.3 Stirodonta
Een bekende soort is de in de Middellandse Zee voorkomende Arbacia aequituberculata (diam. 5, 5 cm), met krachtige zwarte stekels; de soort komt voor in de brandingszone, waar zij door oplossing van gesteente holten in de rots kan maken, zodat zij meer beschut ligt, maar ook zuigt zij zich aan de rots vast.
2.1.4 Camarodonta
Hiertoe behoren de bekendste regelmatige zee-egels, zoals de zeeappel (Echinus esculentus), rood van kleur (diam. tot 17,5 cm), die voorkomt op een harde bodem tussen wier, van noordelijk Noorwegen tot Portugal (niet aan onze kust). De geslachtsklieren van de zeeappel worden o.a. in Frankrijk rauw gegeten. In ondieper water leeft de groenachtige zeeklit (Psammechinus miliaris), diam. 5 cm, tussen zeegras en onder stenen, ook in de getijdenzone; deze soort komt voor in ons Deltagebied; de verspreiding is van Noorwegen tot Marokko.
2.2 Onregelmatige zee-egels (Irregularia)
Bij deze groep ligt de anus niet meer aan de bovenzijde in het midden, maar aan de zijkant of aan de onderzijde. Hierdoor zijn ze duidelijk tweezijdig symmetrisch. Alle soorten leven min of meer ingegraven in een zand- of modderbodem. De belangrijkste orden zijn:
2.2.1 Zanddollars
(Clypeastroidea). Het lichaam is zeer plat en rond van omtrek. Korte stekels bedekken gewoonlijk het lichaam. Vele soorten komen in warmere wateren voor, zoals Mellita sexiesperforata (diam. 6 cm), o.a. gekenmerkt door zes spleten langs de rand van het lichaam. Vertegenwoordigers van de familie Fibulariidae zijn eivormig, bijv. het in de Noordzee voorkomende zeeboontje (Echinocyamus pusillus) (0,6 0,5; hoogte 0,35 cm). Het zeeboontje komt 10 tot 15 km uit de kust in grote aantallen voor op diepten tussen 18 en 34 m. Lege schaaltjes spoelen regelmatig aan. De soort komt in alle zeen rondom West-Europa voor.
2.2.2 Hartegels (Spatangoidea)
Door een inbochting is het lichaam hartvormig. De dieren graven zich diep in met behulp van de stekels. Een lantaarn van Aristoteles ontbreekt. De mond is schepvormig en neemt bodemmateriaal (dood en levend) op en verteert hieruit de organische bestanddelen. De skeletplaatjes waardoor de voetjes van het watervaatstelsel steken, vormen met elkaar op de bovenzijde een bloemfiguur. Van de vele vormen die tot diverse families gerekend worden, komen twee soorten in ons gebied voor. De purperen zeeklit (Spatangus purpureus), ook wel zandbal genoemd, tot 12 cm lang, donkerpurper van kleur, komt voor van de Noordkaap tot de Azoren; hij is langs onze kust tegenwoordig zeldzaam en was vroeger veel algemener. De hartegel (Echinocardium cordatum), ca. 5 cm lang, grijs, komt voor van Noorwegen tot de Middellandse Zee. Ze is algemeen in ons Deltagebied, vooral in de Oosterschelde, en de Waddenzee.
 
   

Nieuwe pagina 1



uw eigen startpagina

copyright WorldwideBase 2005-2009