header_vissen


 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

 

    De zee       

 

Vissenpagina klik hier >>

 
  foto van de zee bij avondDe zee, of de samenhangende watermassa die de vastelanden van de aarde aan alle zijden omgeeft en waarvan de grote bassins worden aangeduid als oceaan. Het natuurwetenschappelijk onderzoek en de leer van de verschijnselen van de zeeën in het algemeen noemt men oceanografie.

1. Zeebodem
Van de kust af naar de diepzee vindt men eerst een betrekkelijk vlakke strook zeebodem, het continentaal plat. Vanaf een diepte van ca. 180 m wordt de helling veel groter: de continentale helling. Op diepten van 3000 tot 6000 m ligt dan de diepzeebodem, in de vorm van grote bekkens, gescheiden door onderzeese ruggen ( Midden-Atlantische Rug).
De gemiddelde diepte van de wereldzee is ca. 3730 m; de grootst bekende diepte is 11.515 m (Marianentrog). De gemiddelde hoogte van het land is 840 m; het volume van de wereldzee is elfmaal de inhoud van het land boven zeeniveau).
2. Eigenschappen
2.1 Kleur en doorzichtigheid
Kleur en doorzichtigheid van de zee hangen samen met de al of niet aanwezigheid van opgeloste en zwevende stoffen. Hoe zuiverder ( ‘schoner’) het zeewater, hoe blauwer de kleur (door de rayleighverstrooiing). Organische stoffen (vooral een gele, humuszuurachtige stof) en zwevend materiaal verschuiven de kleur naar groen en verminderen de doorzichtigheid. Onder bepaalde omstandigheden kan een zeer rijke planktonvegetatie (miljoenen cellen per liter) van bepaalde soorten algen, bijv. dinoflagellaten, het water zelfs een bruine of roodachtige kleur ( ‘bloedzee’) geven.
De doorzichtigheid van zuiver zeewater is het grootst in het blauw. Als gemiddelde waarde van het lichtverlies in oceaanwater kan 10% per meter diepte aangenomen worden, met uitzondering van de allerbovenste meters, die altijd een wat grotere troebeling vertonen. Op 10 m is de verticale lichtval bijv. verminderd tot 9,5%, op 50 m tot 0,3%, op 200 m tot 0,000.002% (daar is het dus compleet donker). In kustwateren is de doorzichtigheid veel geringer. Het ‘lichten’ van de zee wordt vooral veroorzaakt door de zeevonk.
2.2 Temperatuur
Aan het oppervlak hangt de temperatuur in het algemeen af van de geografische breedte, van zeestromingen, op sommige plaatsen van opwelling en verder van het seizoen. De jaarlijkse variatie van de zeetemperatuur is in het algemeen veel kleiner dan die van landtemperaturen onder overigens gelijke omstandigheden (vandaar de temperende invloed van de zee op klimaten) en de dagelijkse variatie is in het algemeen zelfs verwaarloosbaar klein. Een en ander is het gevolg van het feit dat de zonnewarmte en de warmte-uitwisseling met de atmosfeer over een tientallen meters dikke laag van de zee worden verdeeld (dankzij de turbulentie en de doorzichtigheid van het zeewater voor de kortgolvige zonnestraling), terwijl op het land alleen een dunne bovenlaag belangrijk verwarmd of afgekoeld wordt.
Op grotere diepten in de zee zijn de temperaturen in het algemeen lager dan aan de oppervlakte. Hiervan maakt men gebruik bij het opwekken van temperatuurgradiëntenergie. Beneden 1000 m diepte heersen nagenoeg overal – ook in de tropische gebieden – zeer lage temperaturen, van enige graden boven nul tot ca. 0 °C. Zo werden bijv. in de Atlantische Oceaan op ca. 10° zuidelijk van de equator temperaturen gemeten van 25, 5 °C aan het oppervlak, 12,8 °C op 200 m diepte, 5,7 °C op 600 m, 3,9 °C op 1000 m en 0,7 °C op 5000 m diepte.
3. Zeebewegingen
Bewegingen van de zee zijn te verdelen in drie categorieën: heen en weer gaande bewegingen, doorgaande stromingen en ongeordende bewegingen. De laatstgenoemde soort bewegingen, die altijd met de eerstgenoemde twee samengaan, kan men algemeen aanduiden met de naam turbulentie. De heen en weer gaande bewegingen zijn bewegingen met een golfkarakter, te weten: de bewegingen in de gewone golven, de bewegingen in een vloedgolf of een tsoenami, en de stromen onder invloed van de getijden). De doorgaande stromingen ten slotte zijn het in hoofdzaak, die men in het algemeen aanduidt als zeestromingen. Behalve deze zijn er echter ook nog langzame waterverplaatsingen, die samenhangen met verschijnselen als opwelling en diepzeecirculatie.
4. Klimatologie
Klimatologisch speelt de zee een belangrijke rol, m.n. voor de warmte- en waterhuishouding van de aarde in het algemeen en van de atmosfeer in het bijzonder. De zee is een groot warmtereservoir, dat in het warme jaargetijde veel warmte opzamelt en in het koude jaargetijde veel warmte kan afgeven. De zee levert verder door verdamping per jaar gemiddeld, volgens schatting, een hoeveelheid waterdamp overeenkomend met 450.000 km3 water, hetgeen beantwoordt aan een laag van 125 cm over het gehele oppervlak van de wereldzee; dit water wordt, samen met het water dat van het land verdampt en dat op 65.000 km3 per jaar begroot wordt, door de atmosfeer als waterdamp over de gehele aarde gedistribueerd en levert de neerslag (regen, sneeuw, hagel, enz.), waarvan er 110.000 km3 op het land neerkomt en 405.000 km3 op de zee. De neerslaghoeveelheid op zee is dus kleiner dan de verdamping; het verschil van 45.000 km3 wordt gedekt door het overschot van het land, dat in de vorm van beken en rivieren, en ook ijsbergen, in de zee terugkomt en dat, in zeer geringe mate, zouten afkomstig van gesteenten en gronden bevat. Deze zouten blijven bij verdamping van zeewater achter; vandaar dat zeewater zout is (en in feite in zeer langzaam tempo steeds zouter wordt).
In geologische tijdsduur kan groei of afmeting van de landijskappen bij de polen een reële verandering van het zeeniveau bewerkstelligen; zou bijv. al het ijs van Groenland en Antarctica smelten en zich als water bij de zee voegen, dan zou het zeeniveau over de gehele wereld verhoogd worden.

 
   

Nieuwe pagina 1



uw eigen startpagina

© copyright WorldwideBase 2005-2009