header Mensenrechten


 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

 

Geschiedenis
 

 
   







Gevangenschap  >>
Godsdienst  >>
Gelijkheid  >>
De Franse Revolutie  >>
Grondwet
 >>
Sociaal  >>
Mensenrechten: politiek & sociaal
>>
Mensenrechten en politieke theorieŽn
 >>
De geschiedenis in vogelvlucht  >>
Het Nazisme en de mensenrechten
 
>>



Gevangenschap                                                                                           


De eerste keer dat ze mensenrechten in Europa op papier zetten, zijn ze niet bedoeld voor de boer, de handwerksman, de visser of de koopman. Ze zijn alleen voor de hogere standen. Dat is in 1215. De adel in Engeland is in opstand gekomen tegen koning Jan Zonder Land. Die voert al jaren oorlog in Frankrijk om zijn persoonlijke gebieden te behouden. De koning gebruikt voor die prive-oorlog belastinggeld, dat de Engelse adel moet betalen. Jan Zonder Land heeft altijd meer geld nodig en hij vraagt zelfs meer dan hij officieel mag vragen. Jan laat de baronnen die het met die gang van zaken niet eens zijn, opsluiten of het land uitzetten. De belastingdruk wordt zo zwaar en de koning heeft de baronnen zo tegen zich in het harnas gejaagd, dat ze in opstand komen. Door het succes van de opstand moet de koning een verdrag tekenen dat de zaken tussen hem en de baronnen regelt. Dat verdrag is de Magna Charta Libertatum (zie foto). Er staat veel in over belastingen en over de rechten van de adel ten opzichte van de koning. Het allerbelangrijkste? De koning mag niemand meer gevangen zetten in strijd met het recht. Dat is de eerste keer dat ze in West-Europa een mensenrecht op papier vastleggen, Al geldt het alleen maar voor de Engelse baronnen. Veel later, in 1679, breiden ze dat recht in Engeland nog uit met de Habeas Corpus Act. Die wet geldt voor iedereen. Niet alleen voor baronnen. Ze bepaalt dat ze niemand gevangen mogen zetten zonder dat zijn zaak voor de rechter komt. De rechter moet dan onderzoeken waarom ze die iemand hebben gevangen genomen en of dat terecht is.
Godsdienst                                                                                                      

Al honderden jaren geleden hebben ze in Nederland een ander mensenrecht op papier vastgelegd: de vrijheid om de godsdienst te kiezen die je zelf wil. Ook dat recht is pas na een felle strijd tot stand gekomen. In 1568 komen provincies in het huidige Nederland in opstand tegen hun koning Filips II. Filips II heerst over grote delen van Europa. Hij wil in zijn hele rijk de wetten en belastingen gelijk trekken. Nederlandse provincies komen daar tegen in opstand. Ze vinden dat hun zelfstandigheid is aangetast. De provincies krijgen daarbij de steun van de adel. In diezelfde tijd ontstaat overal in Europa, ook in de Nederlanden, verzet tegen de machtige katholieke kerk. Veel mensen verwijten de katholieke kerk dat ze verdorven is door haar rijkdom en door het misbruik dat ze maakt van haar macht. Die mensen worden protestant. Koning Filips II is een vurig aanhanger van de katholieke kerk. Hij laat iedereen, die ze ervan verdenken protestant te zijn opsluiten, martelen of door de kerkelijke rechtbanken tot de brandstapel veroordelen. De provincies, de adel en de protestanten vinden elkaar in hun opstand tegen de koning. Veel opstandelingen hangen het protestantse geloof aan. Dat wordt het symbool van de opstand. In 1579, hebben de opstandelingen de noordelijke Nederlanden in handen. Ze sluiten een verdrag: de Unie van Utrecht. Dat verdrag bepaalt dat ze niemand mogen vervolgen om zijn godsdienst. Zo heeft de onderdrukking van de protestantse godsdienst door Filips II ertoe geleid dat ze in de opstandige gebieden de vrijheid van godsdienst als mensenrecht hebben erkend.
 
Gelijkheid                                                                                                       

Op het eind van de zeventiende eeuw zijn nog maar heel weinig mensenrechten op papier vastgelegd. Alle mensen zijn gelijk!? Wettelijk gelden er nog altijd rangen en standen met heel verschillende rechten. Vooral in de zeventiende en achttiende eeuw gaan denkers zich met het vraagstuk van de gelijkheid van de mensen bezighouden. De denkers van de Verlichting verzetten zich tegen de ongelijkheid van de samenleving in standen. Ze gaan ervan uit dat alle mensen gelijke rechten en plichten moeten hebben ten opzichte van de staat. Dat uitgangspunt leggen ze in 1776 voor het eerst in een document vast: de Verklaring van de Onafhankelijkheid van de Verenigde Staten van Noord-Amerika.  Die staten zijn oorspronkelijk koloniŽn van Engeland. Engeland verdient veel geld aan de koloniŽn maar geeft hun burgers -de kolonisten- geen recht daarover te beslissen. Die komen in opstand. In hun Verklaring van de Onafhankelijkheid schrijven ze Iedereen is gelijk voor de wet.
 
De Franse Revolutie                                                                                         
         
                                                                         
Omstreeks dezelfde tijd komen in Frankrijk de burgers en de lage adel in opstand tegen de koning en de hoge adel. De koning en de hoge adel maken altijd meer misbruik van hun macht. Tegenstanders? Die sluiten ze zomaar op! Ze heffen enorme hoge belastingen, zonder daar iets voor terug te geven. In die tijd zijn dus ook in Frankrijk de tegenstellingen tussen de standen heel scherp. Bij de lage standen in Frankrijk krijgen de ideeŽn over de gelijkheid van alle mensen (ideeŽn van de Verlichting en de Amerikaanse Revolutie) grote invloed. Dat leidt tot de Franse Revolutie. Ze gaan ervan uit dat iedereen (niet alleen de hoge adel en de geestelijkheid) recht heeft op vrijheid, eigendom en veiligheid. Ze hebben het recht om in verzet te komen tegen onderdrukking door de staat. De Franse opstandelingen leggen dat vast in 1789 in hun Verklaring van de Rechten van de Mens en de Burger (Dťclaration des droits de l'homme et du citoyen, 26 augustus 1789).
Die verklaring heeft heel veel invloed gehad in Europa. Ze slaat aan bij de burgers in andere landen. Die gebruiken ze als voorbeeld voor de rechten die zij ook willen hebben.
 
Grondwet                                                                                        

Ook in
BelgiŽ schieten de Franse ideeŽn wortel. Voor ons land leggen ze veel grondrechten min of meer definitief vast in de grondwet van 1831. De burger eist en krijgt meer zeggenschap in het bestuur van het land. Koning Leopold I staat toe dat er ook in ons land een moderne grondwet komt. De grondwet omschrijft en beperkt de macht van de koning en somt de rechten van de burgers op.
          
 
 
Sociaal                                                                                                             

Zo hebben ze in al die eeuwen allerlei rechten van mensen op papier gezet. Maar de grootste groep uit de maatschappij (arbeiders en kleine boeren) hebben daar niet zoveel aan. Zij zijn straatarm. Ze leven in krotten en beluiken. Ze zijn afhankelijk van de willekeur van de eigenaars van fabrieken en landadel. Werk en loon zijn voor de arbeiders veel belangrijker dan de vrijheid van godsdienst of het recht op een eerlijk proces. Immers, wat heb je aan vrijheid van godsdienst als je zonder werk omkomt van de honger en zelfs met werk nog moeite hebt om in leven te blijven? Erst kommt das Fressen, dann komt der Moral. In de helft van de vorige eeuw legt Karl Marx de grondslag: ProletariŽrs aller landen, verenigt u. Pas op het eind van de 19de eeuw komen de arbeiders georganiseerd op voor hun mensenrechten. De arbeiders in BelgiŽ organiseren zich o.m. in de BWP, de Belgische Werklieden Partij. Ze eisen wat voor ze van belang is: een goed loon, arbeid van kinderen afschaffen, een achturendag, loon doorbetalen als je ziek bent, een uitkering krijgen als je werkloos bent of met pensioen gaat. Die rechten moeten wetten worden om de mensen werkelijk vrij en onafhankelijk te maken. De gemeenschap waarvan we allemaal lid zijn, de staat, moet ervoor zorgen dat ze die rechten hebben. Dat zijn de sociale mensenrechten (of de sociaal-politieke mensenrechten. Een eerste stap? Het Algemeen Stemrecht.
 
Mensenrechten: politiek & sociaal                                                         

Politieke rechten
Bij politieke rechten gaat het om individuele vrijheden van mensen. B.v. de vrijheid van ieder mens om zijn (eigen) mening te uiten of om zijn (eigen) geloof te hebben. Politieke rechten bieden de burgers bescherming tegen de regering. De regering moet zich zo min mogelijk mengen in die vrijheden. B.v. het recht om je vrij te verenigen en te vergaderen. Politieke rechten omvatten het recht op: leven, vrijheid, een eerlijk proces, een menselijke behandeling of bestraffing, vrijheid van godsdienst/geweten, vrij te verenigen en te vergaderen, je mening vrij te uiten.

Sociale rechten
Sociale rechten hebben betrekking op de omstandigheden waarin de mensen leven en werken. Het recht op onderdak en het recht op inkomen b.v. Sociale rechten beschermen de mensen. De regering moet zich actief opstellen. De regering moet ervoor zorgen dat er werk is en dat mensen onderwijs krijgen. Sociale rechten omvatten: recht op arbeid, inkomen, huisvesting, onderdak, onderwijs, gezondheidszorg, vrije tijd.
 

Mensenrechten en politieke theorieŽn                                                               

Het onderscheid tussen klassieke en sociale mensenrechten? Dat heeft te maken met een verschil in denken tussen twee politieke theorieŽn, het liberalisme en het socialisme.

Liberalisme
Het liberalisme ontstaat als reactie op de periode waarin de vorst de macht in handen heeft, al dan niet afgeleid van de goddelijke heerschappij, al dan niet gesteund door kerk en edelen. Een van de grondleggers van die richting is de Engelse filosoof John Locke (zie foto) : Niet de vorst maar het volk moet de macht (de soevereiniteit) hebben. De regering, de vorst, is er maar om de onderdanen te beschermen. De individuele burger blijft alle rechten behouden, die niet noodzakelijkerwijs aan de regering zijn overgedragen. De fundamentele vrijheden, komen de burger van nature toe. Die manier om te denken is het liberalisme. Die stroming verovert in de loop van de achttiende en negentiende eeuw de fundamentele vrijheden op de machthebbers. Politieke vrijheden en economische vrijheid. Ze zetten het systeem van de gilden -met zijn strakke regels- om in met ondernemers produceren vrije markteconomie en vrije handel tussen landen. Kern van de filosofie van het liberalisme Laissez faire, laissez passer. De staat moet zich niet mengen in het leven van de burgers. De staat moet zorgen voor law and order, orde en veiligheid. Dan verloopt het vrije verkeer van de burgers zo optimaal mogelijk. In het Westen (West-Europa en Noord-Amerika), vormt die filosofie nog altijd de grondslag van de samenleving. In de discussie over de mensenrechten benadrukken die landen klassieke mensenrechten het meest.

Socialisme
Als reactie op dat vrijheidsdenken ontstaat halverwege de vorige eeuw een nieuwe politieke theorie: het socialisme. Grondlegger? De Duitse filosoof-econoom Karl Marx (zie foto). Marx zag in dat vrijheid vaak leidt tot onrechtvaardigheid en ongelijkheid, o.m. op sociaal-economisch terrein: Het is de taak van de staat om een eind te maken. Niet meer de individuele burgers moeten de beslissingen nemen, maar de staat, de gemeenschap. De staat moet zorgen voor arbeid voor iedereen, voor goed onderwijs, voor een rechtvaardige verdeling van inkomens. In Rusland, de landen van Oost-Europa, China en landen van de Derde Wereld hebben ze het socialisme in de praktijk gebracht. Sociaal-democratische partijen in West-Europa willen socialistische denkbeelden in pluriforme maatschappijen verwezenlijken. De staat moet gelijkheid en welzijn van de burgers bevorderen. De individuele rechten van de burgers zijn ingeperkt. Voor hen zijn sociale en economische mensenrechten het belangrijkst. Op de Europese Conferentie van Helsinki en Belgrado -toen Oost-Europa nog communistisch was- beschuldigden de Westerse landen dat er in Oost-Europa niet genoeg vrijheid was: op politieke gevangenen, de censuur, geen vrijheid om te reizen waarheen je wil. De landen van Oost-Europa wezen op de grote werkloosheid en de dure gezondheidszorg in het Westen. Maar die tegenstelling bestaat niet meer: ook het socialistische Europa heeft zich bekeerd tot het kapitalisme.

 
De geschiedenis van de mensenrechten in vogelvlucht                                                 

1215 Magna Charta Libertatum (Engeland) - 1579 Unie van Utrecht (Noordelijke Nederlanden) - 1679 Habeas Corpus Act (Engeland) - 1776 Onafhankelijkheidsverklaring (Verenigde Staten) - 1789 Verklaring van de Rechten van de Mens en de Burger (Frankrijk) - 1831 Grondwet BelgiŽ - 1948 Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (wereldwijd) - 1950 Verdrag van Rome (West-Europa) - 1966 Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (wereldwijd).
 

Het Nazisme en de mensenrechten                                                            

Het heeft lang geduurd voor ze inzagen dat de sociale mensenrechten net zo belangrijk zijn als de klassieke mensenrechten. Het heeft heel lang geduurd voor ze inzagen dat alle mensen in de wereld rechten hebben. Niet alleen de mensen van de rijke westerse wereld. De Tweede Wereldoorlog is allerminst een voorbeeld van rechten van mensen respecteren. Dat de naziīs bijzonder weinig respect hadden voor de rechten van de mens, hebt u gelezen. In 1948 neemt de UNO -de Verenigde Naties - de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens aan. Een heel belangrijke document. Je vindt er naast elkaar de klassieke mensenrechten (recht op leven, vrijheid van geloof, vrijheid om je mening te uiten) en de sociale mensenrechten (recht op arbeid, sociale zekerheid, vrije tijd, onderwijs). De Universele Verklaring heeft geen formeel bindend karakter. De Verklaring is later uitgewerkt in twee verdragen die wel juridisch bindend zijn.

 
   

Paleontologie



uw eigen startpagina
Aangepast zoeken

© copyright WorldwideBase 2005-2009