header Paleontologie

 


 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

 

Het Cambrium
 

 
   

Toen het Paleozoïsch tijdperk ongeveer 500 miljoen jaar geleden aanbrak, waren de landmassa's al vele, vele miljoenen jaren out en hadden ze reeds enorme veranderingen ondergaan. Grote bergketens waren omhooggetild door aardbewegingen en afgesleten door erosie, dikke ijslagen hadden hun weg gegraven over het landoppervlak en ondiepe zeeën waren herhaaldelijk het vasteland ingedrongen. Het begin van dit tijdperk is echter de belangrijkste periode in de geschiedenis van de aarde, want uit rotsen die in deze tijd werden gevormd blijkt duidelijk dat toen het leven op aarde was verschenen. Van deze periode af kan de onthullende geschiedenis van de aarde praktisch op de voet gevolgd worden.
In de rotsen uit het cambrium zijn fossielen gevonden van bijna alle ongewervelde dieren, maar er waren geen gewervelde dieren of op het land levende organismen. Alle bekende fossielen komen oorspronkelijk uit de zee. De belangrijkste fossielen zijn de trilobieten, waarvan enkele heel gewoon zijn. De trilobieten kwamen voor gedurende het hele paleozoïcum en stierven daarna uit. Ze waren verwant aan de krabben en de kreeften, en net als zij, hadden ze hoornachtige skeletten buiten het lichaam. De fossielen van trilobieten kunnen gemakkelijk herkend worden aan het kopschild, het borststuk en de staart, hoewel vaak één of meer van deze delen ontbreekt. Het bepalen van de plaatsen van de rotsen uit het cambrium is gebaseerd op de opeenvolgende exemplaren van trilobieten. Vele soorten rotsen werden genoemd naar de meest voorkomende trilobiet, maar het is voldoende de latere, middelste en hogere cambrium-rotsen aan hun fossielen te kunnen herkennen.
De lagere cambrium-rotsen bevatten een groep fossielen die gekenmerkt wordt door de Callavia en de Olenellus. Het kopschild heeft gewoonlijk een volledige rand, niet doorkruist door groeven (naden) vanuit de plaats om de ogen. De staart, indien aanwezig, heeft geen lobben in de lengte. Vele andere trilobieten komen voor (zoals Agnostus en Microdiscus), maar deze zijn niet van waarde om de ouderdom van de rotsen te bepalen, omdat ze ook in latere rotsen voorkomen.
De middelste cambrium-rotsen worden gekenmerkt door fossielen van het geslacht Paradoxides, waartoe de grootste van alle trilobieten behoort. Deze verschilt van de fossielen uit het lagere cambrium door de aanwezigheid van volmaakte gezichtsgroeven en een echte staart (pygidium). Het middengedeelte van het kopschild (Glabella) is vooraan breder dan bij de Callavia.
Olenellus is het kenmerkend geslacht van fossielen uit het hogere cambrium. De glabella reikt niet tot aan de rand van het kopschild en de staart is goed gevormd, met 'lobben' in de lengte. Deze en nauw eraan verwante soorten worden gebruikt voor de bepaling van rotsen uit het hogere cambrium.
 
   

Paleontologie



uw eigen startpagina
Aangepast zoeken

© copyright WorldwideBase 2005-2009