header sport


 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

 

Autosport

 

Bezoek ook de Geschiedenis van de Auto >>

 


Atletiek
Autosport
Badminton
Basket
Bergsport
Boksen
Boogschieten
Cricket
Duiken
Duivensport
Football
Gewichtheffen
Golf
Handbal
Hengelsport
Honkbal
Hockey
Ijshockey
Jacht
Jiujitsu
Judo
Kanosport

Karate

Korfbal
Motorsport
Olympische Spelen
Paardensport
Roeisport
Rugby
Schaatssport
Schermen
Skisport

Snooker
Surfing
Tafeltennis
Tennis
Turnen
Voetbal
Volleybal
Waterpolo
Waterskisport
Wielrennen
Worstelen
Zeilsport
Zwemmen

Autosport. Reeds in het experimentele stadium van de auto-ontwikkeling begon men wedstrijden te organiseren, zowel in snelheid als in afstand. De eerste snelheidsrace was Parijs–Rouen in 1894, de beruchtste Parijs–Madrid in 1903, die na de eerste etappe (tot Bordeaux, 550 km) door de Franse regering werd verboden wegens de vele ongelukken onder rijders en toeschouwers. De winnaar, Gabriel, maakte, in een auto van het destijds beroemde merk Mors, een gemiddelde van 105 km/h. Van de vele lange–afstandsritten uit die begintijd is de beroemdste Peking–Parijs uit 1907, een tocht door het van wegen nog vrijwel verstoken SiberiŽ, waar de rijders vaak zelf rivierovergangen moesten bouwen. Een Nederlandse auto van het merk Spijker werd tweede. In zwaarte enigermate met deze vroege afstandsritten te vergelijken is de na de Tweede Wereldoorlog vele malen verreden rally Kaapstad–Algiers, voorts Londen–Sydney (1969) en Londen–Mexico (1970).

De jaren dertig
Zuivere snelheidswedstrijden, waarbij het gaat om de topsnelheid, te bereiken met een auto van een willekeurige constructie op een willekeurige, vlakke baan, worden nog steeds gehouden in de vorm van het wereldsnelheidsrecord (over 1 mijl met vliegende start). Vooral in de jaren dertig, toen nog gereden werd met auto's die nauw verwant waren met gewone renwagens, bestond hiervoor belangstelling; het record liep op van ruim 396 km/h in 1931 (Malcolm Campbell) tot bijna 600 in 1939 (Cobb); in 1966 werd de 1000 km/h overschreden met een nauwelijks nog als auto te onderkennen voertuig, voorzien van straalmotoren, stabilo's e.d. Naast deze absolute snelheidsrecords hebben nog bestaan werelduurrecords en klasse-snelheidsrecords (in 10 klassen, van meer dan 8 liter tot minder dan 350 cc).
Om hogere snelheden mogelijk te maken dan wegwedstrijden toelaten, begon men al vroeg in de eeuw autodromes te bouwen: gewoonlijk ovale banen met sterk verhoogde bochten die geen snelheidsvermindering eisten. Het beroemdste was Brooklands in Engeland, dat in gebruik is geweest van 1907 tot 1939. Na het autodrome volgde het circuit, opgebouwd uit rechte stukken, waarin snelheid de belangrijkste factor vormt en bochten van allerlei vorm, hellingen e.d., waarin het vooral aankomt op de rijbekwaamheid van de bestuurders, maar ook op wegligging en remvermogen van de wagen, kwaliteit van de banden en andere technische factoren. Naast de speciaal aangelegde circuits zijn ook weg- en stratencircuits in gebruik geweest; enkele daarvan bestaan nog, met als bekendste het stratencircuit van Monte Carlo, waarop, sinds 1929, de Grand Prix van Monaco wordt verreden.

Kampioenschappen
Het bekendste van de kampioenschappen in de autosport is het wereldkampioenschap van de Formule 1-coureurs, dat in 1950 werd ingesteld door de FIA, de Fťdťration Internationale de l'Automobile, die de landelijke automobielclubs, in Nederland de Koninklijke Nederlandse Automobiel-Club (KNAC), in BelgiŽ de Koninklijke Automobiel Club van BelgiŽ (KACB; Fr.: Royal Automobile Club de Belgique, RACB), overkoepelt.
De wedstrijden voor dit kampioenschap (Grand-Prixraces) worden verreden op daartoe in de deelnemende landen aangewezen en goedgekeurde circuits over een vastgesteld aantal ronden. De raceafstand mag niet meer bedragen dan 305 km, terwijl aan de tijdsduur een limiet van twee uur is gesteld. Zowel aan de rijder als aan de constructeur wordt een wereldtitel toegekend. Na iedere wedstrijd worden punten gegeven voor de eerste zes plaatsen. De winnaar krijgt 10 punten, nr. 2 ontvangt 6 pt., de nrs. 3, 4 en 5 resp. 4, 3 en 2 pt., en nr. 6 1 punt. Voor de constructeurs geldt een cumulatieve regeling: alle behaalde punten in een wedstrijd (de teams kunnen maximaal twee wagens inzetten) mogen voor een merk worden opgeteld. Sinds 1960 wordt er geen punt meer gegeven voor de snelste ronde. De behaalde punten over alle wedstrijden tellen voor de eindstand. De FIA stelt de reglementen vast, waaraan de deelnemende wagens moeten voldoen.

De jaren vijftig
In de jaren vijftig werden speciale racebrandstoffen gebruikt die later werden verboden uit oogpunt van veiligheid. De cilinderinhoud van de motoren is het belangrijkste criterium bij het opstellen van een raceklasse. In 1950 en 1951 werden wagens toegelaten met een cilinderinhoud van 4500 cm3 zonder compressor of 1500 cm3 met compressor. In 1952 en 1953 werd er volgens Formule 2-regels gereden: niet meer dan 2 liter ongeblazen of 750 cm3 met compressor (van die mogelijkheid werd geen gebruik gemaakt). Van 1954 tot 1960 was de 2, 5 liter-formule van kracht voor motoren zonder oplading; met compressor stond de grens op 750 cm3 (de compressorklasse vond geen aanhang). Van 1961–1965 bedroeg het maximum 1500 cm3; compressoren mochten niet meer. Het minimumgewicht bedroeg 450 kg; een zelfstarter was voorgeschreven. In 1966 werd overgegaan naar de 3 liter-formule, die een lange levensduur kende. Behalve ongeblazen motoren tot 3000 cm3 werden 1500 cm3-motoren met compressor toegestaan. Daarvan maakte Renault voor het eerst gebruik in 1977. Overigens werd geen mechanische compressor toegepast, maar een uitlaatgasgedreven compressor (turbo). Het voorbeeld van Renault sloeg zo aan dat de turbo gemeengoed werd. Ook het reglement werd veranderd: vanaf 1984 werden uitsluitend 1,5 liter-motoren met turbocompressor toegelaten. In 1987 viel men terug op atmosferische motoren (maximaal 3,5 liter) naast de turbo's. Door de escalatie van de paardenkrachten greep de FIA in om de pk-race in te tomen. Eerst werd de maximale turbodruk verlaagd van 4 naar 2,5 atm. Met ingang van 1989 werden turbo's verboden. Vanaf die datum tot en met 1994 is de 3,5 liter-formule van kracht. Met ingang van 1995 is de maximale cilinderinhoud 3000 cm3. Hoewel de Formule 1 algemeen wordt gezien als belangrijke ‘techniekdrager’, zijn uitsluitend normale verbrandingsmotoren toegestaan. In het verleden werden gasturbines geprobeerd (Lotus heeft er enkele keren mee gereden in het begin van de jaren zeventig), maar deze werden vanaf 1981 verboden. Daarmee kwamen ze in het rijtje van de eerder geweerde Wankelmotor, dieselmotor en tweetaktmotor terecht.
Behalve het wereldkampioenschap van de Grand-Prixcoureurs worden nog talrijke andere kampioenschappen verreden, waarvan de Formule 3000 en de Formule 3 de bekendste zijn.
De enige andere serie met de bekroning van een wereldtitel is het kampioenschap rally's. Ook hier gaan titels naar het beste merk en de hoogstgeklasseerde rijder. Bij het WK rally's wordt gereden met gemodificeerde toerwagens van de Groep A en wagens uit de zgn. standaardklasse van de Groep N. In het laatste geval vertonen de deelnemende wagens zoveel mogelijk kenmerken van het productiemodel. Veranderingen en verbeteringen dienen vooral de veiligheid van de inzittenden. Bij Groep A mogen meer modificaties worden aangebracht, maar het vermogen van de motoren mag niet meer bedragen dan 300 pk. Dit laatste is een reactie op de uit de hand gelopen Groep B-klasse, waarin wagens met soms meer dan 600 pk op de weg werden gebracht. Na enkele ernstige ongelukken werd die klasse vanaf 1987 verboden. De meest tot de verbeelding sprekende wedstrijd is de Rally Monte Carlo, die sinds 1911 wordt verreden. Ook bekend zijn: de Safari in Kenia, de Acropolisrally in Griekenland, de Tour de Corse op Corsica, de 1000 Meren-rally in Finland, de Rally van ItaliŽ (voorheen San Remo-rally) en de RAC Rally in Groot-BrittanniŽ. Eveneens door de FIA gesanctioneerd is het Europese Rallykampioenschap. In Nederland telt daarvoor mee de Hellendoornrally. In het verleden trok vooral de Tulpenrally de aandacht met analoog aan de Rally Monte Carlo de vorm van een ‘sterrit’ (verschillende startplaatsen in Europa die op de kaart een denkbeeldige ster vormden). Het wedstrijdterrein lag grotendeels in Frankrijk, waar de Tulpenrally in die gedaante in 1970 voor het laatst werd verreden. Na een onderbreking tot 1973 werd getracht in dat jaar het festijn nieuw leven in te blazen met een start vanuit Warschau. Daarna werd op beperkter schaal gereden. Momenteel gebeurt dat jaarlijks als historische AMAC-Tulpenrally. Andere FIA-kampioenschappen zijn die voor F3000-wagens (uiterlijk sterk gelijkend op Formule 1-wagens), het Europees Kampioenschap bergklim, het EK-rallycross en het EK-autocross. De interesse voor racen met historische wagens nam de laatste jaren zodanig toe dat ook hiervoor een Europese competitie is uitgeschreven.
Een bijzondere plaats binnen het rallyrijden neemt de rally Parijs-Dakar in. Deze rally, die traditioneel op nieuwjaarsdag start, wordt gezien als de zwaarste jaarlijkse rallywedstrijd. De race voert door grote delen van de Sahara. De rally is regelmatig in opspraak geraakt, door dodelijke ongevallen en vermiste deelnemers.
In Nederland wordt de autosport beoefend onder auspiciŽn van de KNAF, de KNAC Nationale Autosport Federatie, voortgekomen uit de sportafdeling van de Koninklijke Nederlandsche Automobiel Club. De KNAF is de enige overkoepelende autosportorganisatie in Nederland. Aan de KNAF zijn door de FIA in Parijs en het Ministerie van VWS de reglementering en de controle op de organisatie en veiligheid van autosport en kartsportevenementen in Nederland gedelegeerd. De leden van de KNAF zijn verenigingen en stichtingen die het organiseren van auto- en kartsportwedstrijden als hoofddoelstelling hebben. De leden zijn per tak van sport ingedeeld in secties. De sectiebesturen zijn vertegenwoordigd in het federatiebestuur. De KNAF bestaat uit tien secties: autorensport, rally's, rallycross, autocross, ovalracing, karting, terreinsport, truckracing, autospeedway en officials. De bekendste tak van autosport in Nederland is de autorensport die op de circuits van Zandvoort en Assen wordt georganiseerd door twee instanties, nl. de Nederlandse Autorensport Vereniging en de Historische Auto Ren Club. Er worden kampioenschappen georganiseerd voor een gevarieerde hoeveelheid klassen. Daarbij zijn races voor productiewagens, formulewagens, merkenraces en historische toer-, sport- en racewagens. Rijden op onverhard wegdek won de laatste jaren terrein en verklaart de populariteit van de rallycross, de autocross en de terreinraces. Sinds 1985 is geen Grote Prijs van Nederland voor Formule 1-wagens meer verreden op het circuit van Zandvoort. Het wachten is op de aanleg van een nieuwe permanente Nederlandse autosportaccommodatie.
In BelgiŽ wordt jaarlijks de Grand Prix verreden op het 6, 968 km lange circuit van Francorchamps, in de Ardennen, niet ver van Spa. Andere belangrijke wedstrijden zijn de rally's van Spa (Boucles de Spa) en die van Ieper (24 Uren van Ieper). Bekend is ook het autocircuit van Zolder.
 
   

Nieuwe pagina 1

© copyright WorldwideBase 2005-2009