header sport


 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

 

Boksen

 
   


Atletiek
Autosport
Badminton
Basket
Bergsport
Boksen
Boogschieten
Cricket
Duiken
Duivensport
Football
Gewichtheffen
Golf
Handbal
Hengelsport
Honkbal
Hockey
Ijshockey
Jacht
Jiujitsu
Judo
Kanosport

Karate

Korfbal
Motorsport
Olympische Spelen
Paardensport
Roeisport
Rugby
Schaatssport
Schermen
Skisport

Snooker
Surfing
Tafeltennis
Tennis
Turnen
Voetbal
Volleybal
Waterpolo
Waterskisport
Wielrennen
Worstelen
Zeilsport
Zwemmen

Boksen, de moderne vorm van het vuistgevecht, behoort tot de zgn. zelfverdedigingssporten. Het boksen wordt voornamelijk door mannen, maar ook door vrouwen beoefend. Het is een spel van aanvallen en verdedigen. De betekenis van de verdediging wordt wellicht het duidelijkst geļllustreerd door de Engelse benaming ‘Noble art of selfdefence’ (= de edele kunst van de zelfverdediging). Bij een wedstrijd wordt hij/zij winnaar op punten, die de meeste treffers heeft geplaatst. De beoordeling gebeurt door drie of vijf juryleden, van wie ook de scheidsrechter deel kan uitmaken.
De belangrijkste aanvalsstoten zijn de directe (rechte) stoten, de hoek en de opstoot en zwaaistoot. De rechte stoot, ook stopstoot genaamd, is het beste zelfverdedigingswapen omdat hij de tegenstander terugwerpt. In de verdediging kan ook gebruik gemaakt worden van het ontwijken, stoppen, afweren en opvangen van de stoten op de armen en de handschoenen. Het voetenwerk is uitermate belangrijk in de ring, zowel in verdedigend als in aanvallend opzicht. De bokssport is streng gereglementeerd. In principe wordt nog steeds gebokst volgens de Queensberry rules, die in 1886 in Engeland werden ontwikkeld door de markies van Queensberry. In de bokstraining wordt van allerlei hulpmiddelen gebruik gemaakt. De bekendste zijn de boksbal, een leren of kunststofbal, die tussen twee elastieken is bevestigd en zeer snel beweegt. Dit hulpmiddel is voor het aankweken van een snelle stoot en ter training van het reactievermogen. De stootzak is een grote met zand en zaagsel gevulde zak van zeildoek of leer, waarop de bokser zijn (harde) stoten kan oefenen. Een uitermate belangrijk deel van de training is tevens het sparren met andere boksers.

1. Wedstrijdboksen
In het wedstrijdboksen zijn de deelnemers ondergebracht in gewichtsklassen. Op het huidige Olympische programma (alleen mannen) staan twaalf gewichtklassen: lichtvlieggewicht (tot 48 kg), vlieggewicht (tot 51 kg), bantamgewicht (tot 54 kg), vedergewicht (tot 57 kg), lichtgewicht (tot 60 kg), lichtweltergewicht (tot 63,5 kg), weltergewicht (tot 67 kg), zwaarweltergewicht (tot 71 kg), middengewicht (tot 75 kg), halfzwaargewicht (tot 81 kg), zwaargewicht (tot 91 kg), superzwaargewicht (boven 91 kg). In het profboksen bestaat een vergelijkbare indeling, met deels andere namen en maximumgewichten.
Een wedstrijd wordt gehouden in de boksring, een vierkant podium (min. 5 × 5 m, max. 6 × 6 m), afgesloten met drie of vier met een zachte stof omwonden koorden, die op gelijke afstanden van elkaar strak zijn gespannen. De vloer van de ring is een houten plankier, afgedekt met vilt of viltpapier met daarover een strak gespannen zeildoek. De bokser draagt handschoenen, die bij de amateurs en profs van diverse gewichten kunnen zijn. In principe worden handschoenen van elk zes, acht of tien ounces gedragen. Wedstrijden voor amateurs gaan over 3 × 2, 3 × 3 of 5 × 2 minuten. Voor profs over 4 × 3, 6 × 3, 8 × 3 of 10 × 3 minuten. Gevechten om Europese of wereldtitels gaan over 12 × 3 minuten. Tussen elke ronde hebben de boksers een minuut rust. In die zestig seconden mogen zij in hun hoek verzorgd worden. In het verleden werden titelgevechten meestal over 15×3 minuten gehouden. Hier is men ter bescherming van de boksers echter van afgestapt.
De scheidsrechter kan het gevecht onderbreken of afbreken wanneer een bokser niet meer in staat is zich naar behoren te verdedigen. In Nederland kan een gevecht ook door de ringarts worden onderbroken indien hij daartoe aanleiding ziet. De scheidsrechter wordt dan door een roffel op de gong hierop geattendeerd. Een beslissing van de ringarts om een partij te stoppen is bindend. Wanneer de boksers elkaar vastgrijpen of op elkaar gaan hangen (in de clinch gaan), geeft hij het commando break. De boksers dienen dan weer de bokshouding aan te nemen alvorens verder te gaan. Stoten, met gesloten vuist, mogen uitsluitend op de voor- en zijkant van het lichaam, boven de gordel, en het hoofd worden geplaatst. Stoten op de rug, het achterhoofd, de nek en de nierstreek zijn verboden. Gebeurt dat toch, dan krijgt de bokser een vermaning. Na drie vermaningen volgt automatisch een openbare waarschuwing. Meer openbare waarschuwingen leiden tot diskwalificatie.
Het waarnemen van treffers door de juryleden is moeilijk en dikwijls subjectief. Dit probleem is onderkend door de Internationale Amateur Boks Associatie (AIBA), die na langdurige proeven besloten heeft de bokscomputer in te voeren. Een jurylid beschikt over twee knoppen, voor beide boksers een. Registreert hij voor bokser A een treffer, dan drukt hij diens knop in. Wanneer bij vijf juryleden drie van hen de stoot waarderen, dan accepteert de computer die als een treffer. De bokser met de meeste treffers op zijn naam wordt winnaar. Een knock-down (wanneer een bokser neergaat op een stoot) mag niet extra worden gewaardeerd, ook de hardheid van de stoot is niet van belang. Een wedstrijd kan op verschillende manieren worden gewonnen: op punten, door knock-out, opgeven, blessure van de tegenstander of interventie van de scheidsrechter. Een knock-out betekent dat een bokser na het tellen van de scheidsrechter niet tijdig, voor de tiende tel, weer in de bokshouding staat. Hij wordt dan uitgeteld en tot verliezer door knock-out verklaard. Wanneer de scheidsrechter telt, moet de bokser die de treffer heeft geplaatst eerst in een neutrale hoek plaats nemen, voordat de scheidsrechter met tellen begint. In principe moet de arbiter een bokser die neer is gegaan ten minste acht tellen rust geven. Een bokser behoeft niet per se naar het canvas te gaan om acht tellen rust te krijgen. Dat kan ook gebeuren wanneer de bokser nog op eigen benen staat, maar duidelijk is aangeslagen. Uiteraard kan een wedstrijd ook geen beslissing opleveren. Het duel eindigt dan onbeslist.

2. Geneeskundige aspecten
Boksen wordt algemeen beschouwd als een gevaarlijke sport. Het aantal blessures is echter, gerekend naar het aantal beoefenaren aanmerkelijk minder dan bij takken van sport als voetbal, judo, basketbal, hockey en handbal. Misvormingen door neusbreuken (boksersneus) en bindweefselvorming in de oorschelp (bloemkooloren) komen door deskundige behandeling nauwelijks meer voor. Veel voorkomende blessures zijn breuken van de middenhandsbeentjes en beschadigingen aan de wenkbrauwen. Er zijn echter wel aanwijzingen dat hersenbeschadiging veelvuldig voorkomt. Vaak openbaart dit zich pas op latere leeftijd.
De gevaren van het professionele boksen zijn aanmerkelijk groter dan die in de amateursport (duur van de wedstrijd, te groot krachtsverschil, e.d.). In de amateursport is het dragen van een hoofdkap bij nationale wedstrijden in Nederland en bij grote internationale toernooien en kampioenschappen verplicht. Na een knock-out of een zware wedstrijd krijgt een bokser een startverbod opgelegd, dat afhankelijk is van de wijze waarop hij knock-out (k.o.) is gegaan. Boksers (amateurs en profs) zijn verplicht regelmatig een hersenonderzoek, door middel van een elektro-encefalogram (EEG), te ondergaan. Na een nederlaag door knock-out op het hoofd is een EEG verplicht.

3. Geschiedenis
De Grieken beoefenden reeds de vuistkamp. Bij de 23ste (oude) Olympische Spelen werd deze als onderdeel ingevoerd; 40 jaar later, bij de 33ste Olympische Spelen, zijn aan de vuistkamp ook worstelvormen toegevoegd en deed de vuist-worstelkamp, pankration, zijn intrede. De oorspronkelijk zeer sportieve strijd, die was ingesteld op verdedigen, ontaardde in de loop der tijden, mede door het omwinden van de vuisten met leren riemen waarop metalen punten en haken waren bevestigd. De pankration verdween uiteindelijk. Het moderne boksen ontstond rond 1700 in Engeland. Als grondlegger van deze sport wordt algemeen James Figg beschouwd. Het zgn. ‘prize fighting’ werd uitermate populair. Er werd gebokst met de blote vuist totdat een van de twee boksers niet meer verder kon. De markies van Queensberry maakte met zijn regels, de handschoen werd verplicht ingevoerd, de bokssport humaner. Er zijn ook andere boksvormen: het Franse savate, kickboksen en Thaiboksen, waarbij ook gebruik mag worden gemaakt van de voeten om treffers te plaatsen. Sinds 1904 staat het boksen, enkele onderbrekingen daargelaten, op het programma van de (moderne) Olympische Spelen, die in 1896 op initiatief van de Franse baron Pierre de Coubertin werden ingesteld. De Nederlandse Boksbond werd in 1911 opgericht, de Koninklijke Belgische Boksbond zag in 1913 het levenslicht. Beide bonden regelen zowel het boksen bij de amateurs als het boksen bij de profs. Zij zijn aangesloten bij de AIBA, de Europese Boks Unie (EBU) of de World Boxing Association (WBA) dan wel de World Boxing Council (WBC). De laatste drie organisaties houden zich bezig met het professionele boksen.
 
   

Nieuwe pagina 1

© copyright WorldwideBase 2005-2009