|
In de
eerste plaats kunnen we stellen dat een gezonde voeding voor een peuter
ook een gezonde voeding betekent tijdens alle daaropvolgende levensfasen
van je kind en ook, jawel ... voor een volwassene ! Oeioeioei ...
wellicht willen we deze pagina dan liever overslaan, want we willen
allemaal ons uiterste best doen voor de gezondheid van ons kind, terwijl
wij eerlijk gezegd vaak zelf eens lekker zondigen ! Maar laten we bij
de mjamjammekes van onze huppeldepup blijven en ... misschien steken wij
er ook wel iets van op ... wie weet ?
Wanneer we
spreken over 'gezonde voeding', dan hebben wij het in de eerste plaats
over een voldoende gevarieerde voeding, waarin alle noodzakelijke
voedingsstoffen aan bod komen. En dan komen we terecht (inderdaad) bij
de
voedings- of voedseldriehoek.

De
voedingsdriehoek leert ons op een eenvoudige manier hoe een voedingrijke
(en toch lekkere) maaltijd samen te stellen. Hoe groter de groep is
voorgesteld in de driehoek, hoe groter de hoeveelheid die we dagelijks
nodig hebben.
- Aan de
basis (beneden dus) bevindt zich alles wat met
water
of
vocht
te maken heeft. Waters is immers
een
onmisbare factor in ons lichaam, want zonder water of vocht ga je
gewoonweg in de kortste keren dood ! Per dag zouden we eigenlijk zo'n
anderhalve liter water moeten drinken. Onder deze groep verstaan we
ook koffie, thee en bouillon. Melk niet, want die bevat andere
voedingswaarden. Een mens heeft per dag nood aan minimum 2,5 liter
vocht! Dit haalt hij uit vaste voedingsmiddelen en uit water.
-
Daarboven bevindt zich de groep van de
graanproducten
en de
aardappelen.
Die zorgen voor de nodige koolhydraten, voedingsvezels, vitaminen en
mineralen, en vormen onze basisvoeding. Deze groep bevat dus
aardappelen, alle soorten brood, deegwaren, rijst, beschuiten en
ontbijtgranen. Volkorenproducten bevatten meer voedingsvezels,
mineralen en vitaminen dan hun blekere broertjes. Hoeveel
graanproducten en aardappelen heb je nodig per dag ? Dat hangt ervan
af hoe actief je bent. Maximum komt dat ongeveer neer op zo'n 400 gram
brood en 350 gram aardappelen per dag.
- De
volgende verdieping omvat de afdelingen 'groenten'
en 'fruit'.
Groenten zorgen
voor meervoudige
en enkelvoudige koolhydraten, voedingsvezels, mineralen en vitaminen.
Omdat niet alle groenten dezelfde vitaminen en mineralen bevatten, is
afwisseling heel belangrijk. Groenten eet je in feite nooit genoeg. In
totaal zouden we minimum 300 gram groenten per dag moeten eten.
Groenten en fruit onderscheiden zich van elkaar door de aanwezigheid
van verschillende soorten en hoeveelheid voedingsstoffen. Gebruik
liever vers fruit dan blikfruit of gedroogd fruit, en eet minimum twee
stuks fruit per dag.
- De
volgende groep is die van de
melkproducten
aan de ene kant en
vlees, vis, eieren en vervangproducten
aan de andere kant.
Melk bevat sowieso vocht, maar bevat d aarnaast
ook calcium, vitamine B en eiwitten. Calcium is een essentiële
voedingsstof die bijdraagt tot de opbouw en het onderhoud van sterke
botten. Om botontkalking (osteoporose) te voorkomen is
het belangrijk al vanaf jonge leeftijd aandacht te hebben voor een
voldoende inname van calcium. In principe moet je elke
dag minimum 1 tot 2 sneden kaas (20-40 gram) en 3 tot 4 glazen melk
(450- 600ml) opnemen, om aan onze calciumbehoefte te voldoen ! Onder
melkproducten verstaan we ook yoghurt, kaas en karnemelk.
Vlees, vis , eieren en vervangproducten zijn een bron van eiwitten,
vitamines en mineralen (vb ijzer). Ons lichaam heeft deze nodig voor
de groei, de opbouw en het herstel van ons lichaam. Vervangproducten
van vlees, vis en eieren zijn onder meer peulvruchten, noten en
sojaproducten. Hoeveel heeft een mens daar nu eigenlijk van nodig per
dag ? Wel, een minimum van 100 gram vlees per dag zou blijkbaar
voldoende zijn. Dit geldt ook voor vis, eieren en vervangproducten.
- De
volgende stap naar boven is het niveau van de
'smeer-
en bereidingsvetten'.
Smeer en bereidingsvet levert ons eerst en vooral energie.
Deze groep is ook belangrijk omdat ze bepaalde nuttige vetten en
vetoplosbare vitamines (A, D, E, K) bevatten.
Per
dag mag men echter in feite maar één mespuntje smeervet op een
boterham en één eetlepel bereidingsvet opnemen. Producten die onder
smeer-en bereidingsvet vallen zijn minarines, margarines, boter,
halfvolle boter en oliën.
Alhoewel deze groep essentiëel is voor een evenwichtige voeding, moet
het gebruik van smeer- en bereidingsvetten gematigd
worden, daarom krijgt deze groep slechts een klein plaatsje in de
voedingsdriehoek. Hou er hier echter wel rekening mee dat de behoefte
aan vet bij een volwassene en bij een peuter totaal anders ligt !
-
En dan
bereiken we uiteindelijk het topje van de driehoek : de
restproducten.
Hierbij wordt het woordje 'rest' gebruikt, omdat deze zaken in feite
niet nodig zijn in onze voeding .... maar wel lekker natuurlijk !
Producten die in deze restgroep te vinden zijn, zijn o.a. zoetigheden,
snoepjes, alcoholische en suikerrijke dranken, mayonaise, enzovoort.
Deze voedingsmiddelen mogen maar met mate worden
geconsumeerd. Ze bevatten alleen maar suiker en/of vet, en er komen
hier héél weinig vitamines en mineralen in voor.
- Hij bijt
en kauwt beter, zijn darmen verteren al grover voedsel en hij oefent
om zelf te eten. Tijd dus om gevarieerder te eten !
- Je
peuter groeit minder, maar is veel actiever dan vroeger. Hij heeft dus
veel energie nodig, en vetstoffen leveren energie.
- De
voedselbehoefte verschilt van kind tot kind, naar gelang de leeftijd,
het geslacht en de activiteit (bv. een eenjarig kind dat al stapt,
heeft meer energie nodig dan eenjarig kind dat nog kruipt).
- Eet je
kind wat minder, maak je dan niet meteen zorgen. Ook peuters geven
zelf aan hoeveel ze nodig hebben. Groeit je kind en is het actief, dan
is alles normaal.
- Eet je
gezin evenwichtig en gevarieerd, dan mag je kind nu 'mee-eten'.
Let wel op de specifieke behoeften voor zijn leeftijd. Een kind is
immers geen kleine volwassene.
- Jou kind
heeft in deze levensfase speciaal behoefte aan calcium, ijzer, vet en
niet teveel eiwitten. In tegenstelling met een volwassenen heeft jou
kind tot de leeftijd van vier jaar, voldoende verzadigd vet nodig. Een
tekort aan vetzuren (linolzuur en linoleenzuur) kan zorgen voor een
beperkte groei, een beperkte hersenontwikkeling, een beperkte
celstofwisseling en een tekort aan energie. Dit betekent nu weer niet
dat je op dit punt moet overdrijven, maar het betekent ook niet dat je
de peuter op een dieet met enkel magere producten mag plaatsen. Vanaf
de leeftijd van vier jaar ga je dan beter over naar halfvolle melk en
minarine, en beperk je wat meer de vetstoffen.
- Gebruik
producten van de restgroep enkel als 'toemaatje'. Ze vervangen
beslist de voeding niet !!!
En om jou
laatste twijfels en vragen weg te nemen omtrent de voeding van je
peuter, geven we je nog onderstaande
VOEDINGSTABEL
mee.
Voedingsmiddel
|
1-3 jaar |
3-6 jaar |
|
|
|
|
|
Brood |
1-3 snede(n) |
3-5 snede(n) |
|
Aardappelen |
1-2 stuks |
1-4 stuks |
|
Groenten |
1-2 groentelepels |
2-3 groentelepels |
|
Fruit |
1-2 stuks |
1-2 stuks |
|
Melk |
4 bekertjes (min.
500 ml) |
4 glazen (min. 500
ml) |
|
Kaas |
½ sneetje |
½-1 sneetje |
|
Vlees, gevogelte,
vis
(rauw gewogen)
(gaar gewogen) |
65 g
50 g |
65-100 g
50-75 g |
|
Ei |
1 per week |
1 per week |
|
Vleeswaren |
½ sneetje |
½-1 sneetje |
|
Peulvruchten
(droog)
|
1-2 eetlepels
2-4 eetlepels |
3 eetlepels
3-5 eetlepels |
|
Margarine op brood |
1 koffielepel per
sneetje |
1 koffielepel per
sneetje |
|
Margarine voor de
bereiding |
1 eetlepel |
1 eetlepel |
|
Vocht |
0,5-1 liter |
1,5 liter |
|