header sport


 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

 

Duiken

 

Bezoek ook onze Fishbase >>

 


Atletiek
Autosport
Badminton
Basket
Bergsport
Boksen
Boogschieten
Cricket
Duiken
Duivensport
Football
Gewichtheffen
Golf
Handbal
Hengelsport
Honkbal
Hockey
Ijshockey
Jacht
Jiujitsu
Judo
Kanosport

Karate

Korfbal
Motorsport
Olympische Spelen
Paardensport
Roeisport
Rugby
Schaatssport
Schermen
Skisport

Snooker
Surfing
Tafeltennis
Tennis
Turnen
Voetbal
Volleybal
Waterpolo
Waterskisport
Wielrennen
Worstelen
Zeilsport
Zwemmen

Sportduiken of onderwatersport, recreatieve sport die ter plaatse van of onder het wateroppervlak beoefend wordt. De sportduiker houdt zich al naar gelang zijn belangstelling op met onderwaterarcheologie, -biologie, -fotografie of -filmen, met wedstrijden of met het louter observeren van de wereld onder water (zie ook duiken). Bij het snorkelduiken maakt de duiker gebruik van een basisuitrusting, bestaande uit zwemvinnen, een duikmasker, een ademhalingsbuisje (de snorkel) en een reddingsvest en duikermes als veiligheidsmiddelen. De uitrusting kan worden gecompleteerd met een warmte-isolerend duikerpak met loodgordel, een dieptemeter, een duikerhorloge, enz. De redelijk geoefende snorkelduiker kan een diepte bereiken van ca. 15 m en een duiktijd van ca. 1 min. De optimaal geoefende snorkelduiker kan diepten halen van 25 tot 30 m en een duiktijd van 21 min. Bij het persluchtduiken maakt de duiker gebruik van ademhalingsapparatuur met als ademhalingsgas lucht van atmosferische samenstelling, waardoor hij vrij lange duiktijden kan bereiken. De lucht wordt onder hoge druk in cilinders op de rug meegenomen. Andere typen ademhalingsapparaten, zoals die gebruikt worden door marine- en beroepsduikers (zuurstof- en mengselapparatuur), zijn te gecompliceerd of te gevaarlijk om door de sportduiker te worden gebruikt. Bij gebruik van persluchtapparatuur wordt 66 m als veilige dieptegrens aangehouden. Bepaalde vormen van het snorkelduiken kunnen ook als competitiesport worden beoefend (onderwateroriëntatie, onderwaterhockey, langeafstandzwemmen). Het persluchtafstandduiken wordt uitsluitend in zwembaden als competitiesport beoefend. De opleiding tot sportduiker kan zowel bij een onderwatersportvereniging als bij een duikschool plaatsvinden. Alleen bij de NOB geschiedt de opleiding onder supervisie van een rijksgediplomeerd instructeur. De meeste onderwatersportverenigingen in Nederland zijn aangesloten bij de in 1962 opgerichte Nederlandse Onderwatersport Bond NOB (260 aangesloten verenigingen met 16!000 leden), die op zijn beurt aangesloten is bij NOC*NSF en de Confédération Mondiale des Activités Subaquatiques (CMAS).
In België bestaat de Belgische Federatie voor Onderwateronderzoek en -Sport BEFOS. In 1978 werd deze federatie gesplitst in een Nederlandstalige en in een Franstalige Liga.

Duiken
Duiken, het zich onder water begeven en voortbewegen; dit kan op twee manieren geschieden: zonder apparaten wordt het duiken enerzijds als sport beoefend, anderzijds voor het verrichten van werkzaamheden (bijv. sponzen- of parelduiken), waarbij men vaak verscheidene minuten onder water verblijft; met apparaten zijn drie manieren te onderscheiden: a. met snorkel, een eenvoudig pijpje, waardoor men in staat is vlak onder de waterspiegel zwemmend lucht in te ademen; b. met droogduikpak en helm, waarbij de lucht van de wal of het schip af wordt toegevoerd door middel van slangen; c. door het meedragen van reservoirs met samengeperste lucht, zuurstof of een gasmengsel (vrij duiken).

1. Duiken met apparatuur
Duiken met apparatuur is van groot belang voor onderzoekingen onder water, reparatie aan schepen, bergen van wrakken en lokaliseren van voorwerpen. Duikapparatuur kenmerkt zich door de aard van het circulatiesysteem, nodig tot afvoer van het door de duiker in de ademhalingslucht afgescheiden CO2. Men onderscheidt de volgende systemen:
1.1 Open systeem. Hierbij ademt de duiker via een reduceer- en een vraagklep ademgas, afkomstig uit hogedrukcilinders. Het uitgeademde ademgas wordt direct naar buiten afgevoerd. Vooral sportduikers maken gebruik van het open systeem als duikapparatuur.
1.2 Semi-open systeem. Hierbij wordt gecomprimeerd ademgas van de oppervlakte af toegevoerd in een droogduikpak en de helm. De duiker ademt normaal in en uit; via een ontlastklep verdwijnt het overtollige ademgas. Spoelademgas is noodzakelijk om het CO2 te miniseren.
1.3 Gesloten systeem. Hierbij ademt de duiker 100% zuurstof in, toegevoerd via een reduceerklep uit hogedrukcilinders. Het uitgeademde gas wordt gezuiverd van CO2 door de in de duikuitrusting aangebrachte absorptiekalk. Het O2 blijft beschikbaar. Het duiken met zuivere zuurstof volgens het gesloten systeem wordt voornamelijk toegepast in gevallen waar het ontstaan van een bellenbaan moet worden vermeden, bijv. bij filmopnamen en militaire acties. Nadeel van zuivere zuurstof is dat er beneden een diepte van ca. 6 à 7 m zuurstofvergiftiging kan optreden.
1.4 Semi-gesloten systeem. Het inademingsgas bestaat hierbij uit een mengsel van zuurstof en stikstof, zuurstof en helium of zuurstof en argon, toegevoerd via een reduceerklep uit hogedrukcilinders. Het uitgeademde mengsel wordt weer van CO2 ontdaan door middel van absorptiekalk. Een gedeelte van het gezuiverde gas wordt opnieuw gebruikt, een ander deel wordt afgevoerd.
De met het semi-gesloten systeem te bereiken diepten zijn afhankelijk van het gebruikte gasmengsel (bijv. 10% O2 + 90% helium of argon). Bij het open en semi-open systeem, met lucht als inademingsgas, kan men tot ca. 75 m duiken. Op grotere diepten bestaat de kans dat de partiële zuurstofdruk een toxische reactie veroorzaakt op de slijmvliezen. Het terugkomen van grotere diepten moet altijd zeer geleidelijk gebeuren, of er moet gebruik worden gemaakt van een decompressiekamer, aangezien anders gevaar bestaat voor nadelige verschijnselen (zie caissonziekte).

2. Kleding van de duiker
Speciale kleding is o.m. van belang als bescherming tegen de koude. Het droogduikpak, toegepast in combinatie met het semi-open systeem, is uitgevoerd in zwaar rubber of canvas en voorzien van een drukvaste helm, waardoor het inademingsgas wordt toegevoerd. Bij vrij duiken kan gebruik worden gemaakt van natte of droge pakken.
2.1 Natte pakken, toegepast in combinatie met open of gesloten systeem, worden vervaardigd uit licht en soepel neopreen; een mede door de lichaamstemperatuur verwarmde dunne laag water tussen de huid van de duiker en het pak zorgt voor isolatie. Via een mondstuk ademt de zwemmer zuivere zuurstof of lucht in uit meegenomen hogedrukcilinders.
2.2 Bij droge pakken, toegepast in combinatie met open, gesloten en semi-gesloten systeem en vervaardigd uit licht soepel rubber of neopreen, beschermt een luchtlaag in combinatie met onderkleding de duiker tegen warmteverlies; op grotere diepten moet lucht onder druk aan het pak worden toegevoerd, om squeeze tegen te gaan.

3. Geschiedenis
Voor zover bekend dateren de eerste duikers van 400 v.C. Herodotus vermeldt dat Scyllus, een beroemd Grieks duiker in dienst van Xerxes, schatten opdook uit gezonken Perzische schepen. Alexander de Grote gebruikte ca. 333 v.C. duikers om havenversperringen van Tyrus te vernielen. De belangstelling voor het duiken nam na 1500 toe en er werden diverse uitrustingen ontworpen. Wallo ontwikkelde een lederen helm, voorzien van kijkgaten. Borrelli en Leonardo da Vinci ontwikkelden en verbeterden eveneens duikapparaten, die waarschijnlijk nooit zijn gebruikt. Met de intrede van de compressor kon op grotere diepten gedoken worden. In 1878 ontwierp H.A. Fleuss een gesloten systeem en in 1902 verbeterde hij met Sir Robert H. Davis het open systeem. Dit apparaat was de voorloper van het Davisapparaat, later op onderzeeboten in gebruik als ontsnappingsmiddel. In de Tweede Wereldoorlog werd de ontwikkeling van de open en gesloten systemen krachtdadig ter hand genomen voor militaire doeleinden. Bekende pioniers zijn Le Prieur, Cagnan en Jacques-Yves Cousteau (zie voorts diepzeeduiken en sportduiken).
 
   

Nieuwe pagina 1

© copyright WorldwideBase 2005-2009