header sportschool


 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

 

Hoogspringen

     
 
De regels

Op de plattegrond van de atletiekbaan kan je zien dat hoogspringen aan de binnenkant van één van de bochten plaatsvindt. De halve cirkels die om de hoogspringlocatie zijn getrokken, markeren de minimale aanloopafstand. Meestal is deze minimale afstand 15 meter. Bij internationale wedstrijden is de minimale afstand iets groter: 20 meter. De maximale aanlooplengte is onbeperkt.
Bij hoogspringen is het de bedoeling om over een lat te springen. De lat-doorsnede is driekantig of rond en heeft platte vlakken aan de uiteinden. Die uiteinden rusten ieder op steun die vast zit aan een standaard. De beide standaards moeten tussen de 4.00 en 4.04 meter van elkaar staan. Achter de lat ligt een dik mat van minimaal 5 meter lang en 3 meter breed. Deze mat is de landingsplaats van de atleet.
De atleet mag zelf een beginhoogte voor de lat kiezen. Als hij hieroverheen gesprongen is, moet hij de lat hoger plaatsen, net zolang tot hij 3 keer achter elkaar een foutsprong heeft gemaakt. Bij een foutsprong valt de lat van de steunen af. De springhoogte is de afstand tussen de bovenzijde van de lat en de grond. Dit getal wordt afgerond naar beneden op hele centimeters.
Tenslotte mag er bij de afzet maar één voet gebruikt worden.

Materiaal
Net als bij verspringen heeft de hoogspringer maar weinig uitrusting nodig. Hij moet natuurlijk schoenen hebben waarmee hij veel grip heeft op de baan. Hiervoor worden meestal spikes gebruikt (zie plaatje bij verspringen).
Techniek
Om de techniek onder de knie te krijgen, moet je weer rustig aan beginnen. Begin eerst met een aanloop van drie passen en een rechtlijnige sprong over een snoertje. Je start deze aanloop met het been waarmee je bij de sprong af gaat zetten en loopt recht aan. Na drie passen staat je afzetbeen in de richting die in onderstaand plaatje is aangegeven.

Zoals op het plaatje is te zien zwaai je vervolgens het opzwaaibeen richting de verste standaard. Laat bij de landing voorlopig het afzetbeen met hangend onderbeen op het snoer vallen maar houd wel je opzwaaibeen hoog. Zorg ervoor dat je heupen en je schouders de mat gelijktijdig raken (zie plaatje hieronder).

Vervolgens kan je het jezelf iets lastiger maken door nu te proberen het snoer niet aan de raken. Dit doe je door het afzetbeen zoveel mogelijk 'achter te laten' tijdens het stijgen. Ondertussen voeg je het zwaaibeen bij je afzetbeen. Tenslotte breng je beide benen omhoog bij de landing door je heupen te vouwen. Neem een aanloop van 2 wandelpassen plus 3 passen. Let erop dat je bij het vouwen van je heupen niet met je knieën tegen je neus doorslaat! Begin eventueel met een standflop (zie hieronder).

De gevordenen kunnen proberen om de zogenaamde Fosbury Flop uit te voeren. Hieronder zie je de beweging stap voor stap.

Let er bij deze sprong op dat je je afzwaaibeen laat hangen. Als je hem omhoog probeert te bewegen, trek je jezelf naar beneden (3de wet van Newton: actie=-reactie!).
Hou verder tijdens het springen je blik op het plafond gericht.
 

 

De Baan Estafette Verspringen Speerwerpen
Start en Sprint Hordenlopen Hoogspringen Kogelstoten
 

Nieuwe pagina 1

© copyright WorldwideBase 2005-2009