header sport


 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

 

Jacht

 
   


Atletiek
Autosport
Badminton
Basket
Bergsport
Boksen
Boogschieten
Cricket
Duiken
Duivensport
Football
Gewichtheffen
Golf
Handbal
Hengelsport
Honkbal
Hockey
Ijshockey
Jacht
Jiujitsu
Judo
Kanosport

Karate

Korfbal
Motorsport
Olympische Spelen
Paardensport
Roeisport
Rugby
Schaatssport
Schermen
Skisport

Snooker
Surfing
Tafeltennis
Tennis
Turnen
Voetbal
Volleybal
Waterpolo
Waterskisport
Wielrennen
Worstelen
Zeilsport
Zwemmen

Credit: Laurie CampbellJacht [sport], vooral in Europa en Noord-Amerika heeft de sport- of recreatiejacht een grote betekenis. Daar bestaat in grote gebieden ook een belangrijk verband tussen de nog voorkomende wildstand en de sportjacht. Dank zij de gecontroleerde jacht is in West-Europa een gedeelte van het grotere wild voor het cultuurlandschap behouden. De jager dient nl. de wildstand in zijn jachtgebied op peil te houden. Door selectief afschot van oude en zwakke dieren reguleert de jager de wildstand. Deze taak werd vroeger verricht door de grote roofdieren. Ook bij wildschade, ontstaan door een teveel aan wild, moet de jager regulerend optreden. Van land tot land bestaan er grote verschillen in jachtcultuur.

1. Zuid-Europa
In Zuid-Europa is de jacht een echte volkssport. Door het grote aantal geweerdragers is de wildstand daar zeer dun (uitgezonderd enkele jachtreservaten). Een onplezierige bijkomstigheid is dat de hoge jachtdruk in o.m. ItaliŽ en Frankrijk ook het trekkende wild uit noordelijker streken treft. De parforcejacht neemt in Frankrijk nog een zeer belangrijke plaats in.

2. Midden-Europa
In midden-Europa is voor de jager het wildbeheer (Hege) onverbrekelijk verbonden met het jachtbedrijf. Aan deze instelling danken landen als Duitsland, Oostenrijk, Polen en Tsjechoslowakije hun grote wildrijkdom. De Centraaleuropese jager heeft vooral grote interesse voor grofwild.

3. Groot-BrittanniŽ
In Groot-BrittanniŽ neemt de jacht een belangrijke plaats in onder de daar zo populaire ‘field sports’. De parforcejacht (m.n. vossenjacht) en de jacht met het geweer zijn er beide zeer geliefd. De Britten zien de jacht vooral als een sportieve belevenis en zijn geworden tot ware specialisten op het gebied van de kleinwildjacht. Hun jachtveldverzorging en hun kennis van en omgang met jachthonden en -wapens staan op een hoog peil.

4. Nederland
In Nederland wordt in hoofdzaak met het geweer gejaagd. De lange jacht (het jagen met honden die sneller zijn dan het wild) is, evenals de parforcejacht op levend wild, verboden. Op zeer bescheiden schaal wordt nog de vangjacht uitgeoefend in eendenkooien op eenden en met netten op ganzen en goudplevieren. Men onderscheidt de grofwildjacht, de jacht op kleinwild en waterwild en de jacht op overig wild (voorheen ‘schadelijk wild’). Op grofwild is de jacht slechts via een vergunningenstelsel geopend; na tellingen wordt het afschot vastgesteld en in een door de minister van Landbouw en Visserij genoemde periode op vergunning uitgevoerd. Het afschot bestrijkt een gedeelte van de aanwas en is op aantalsvermindering in de jongste en oudste leeftijdsklassen gericht. Daarnaast spelen geslachtsverhouding, ziekten, landbouwbelangen en kwetsbaarheid van de biotoop een rol. Grofwild wordt meestal vanaf hoogzit geschoten, soms op de bersjacht (zie aanbersen). Wilde varkens worden soms op een drijfjacht (jacht waarbij het wild door de drijvers of door honden in een bepaalde richting wordt gejaagd) geschoten, echter wel selectief. Het kleinwild wordt geschoten tijdens drijfjachten of opgespoord met behulp van een jachthond. Een goede jachthond is onontbeerlijk, vooral bij het binnenbrengen van beschoten, maar niet dodelijk getroffen wild (de Jachtwet verplicht de jager het lijden van het wild tot een minimum te beperken). Waterwild wordt meestal vanuit een vaste schuilplaats geschoten of in de directe omgeving van landbouwpercelen waar schade wordt geleden. Ganzen worden vnl. gedurende de wintermaanden op graslanden en percelen wintertarwe geschoten, soms met behulp van een groep lokganzen.
De jacht wordt uitgeoefend door een betrekkelijk kleine groep van ongeveer 34!000 jachtaktehouders. Een groot deel van hen is beroepshalve verbonden aan de landbouw, tuinbouw en bosbouw, terwijl de overigen een doorsnede vormen van de beroepsbevolking. Nederland telt voorts ca. 800 jachtopzichters. Door een goede Jachtwet, een gedegen jachtopleiding voor aspirant-jagers en een door de overheid gecontroleerd verplicht examen, de juiste motivatie en instelling van de meeste jagers en de afwisselende bodemgesteldheid heeft Nederland een rijk geschakeerde en hoge wildstand. De Nederlandse jachtcultuur is voor een klein deel oorspronkelijk, maar is grotendeels gebaseerd op invloeden vanuit Duitsland en Engeland, met name voor wat betreft de jachtmethoden en de keuze van de hondenrassen. Door ruilverkavelingen, ontwateringen, grootschalige landbouw en toenemende recreatieve druk vereist het beheren van de wildstand steeds meer overleg tussen overheid, natuurbeschermingsinstanties, grondgebruikers en jagers.
Het merendeel van de jagers is aangesloten bij de enige landelijke jagersorganisatie, de Koninklijke Nederlandse Jagers Vereniging (KNJV), gevestigd te Amersfoort. De jacht ressorteert onder het ministerie van Landbouw en Visserij. De Directie Natuur, Milieu en Faunabeheer regelt de praktische uitvoering van wetten en besluiten. De minister wordt in zijn beslissingen bijgestaan door een adviescollege, de Jachtraad. Onderzoek ten behoeve van het wildbeheer wordt (op bescheiden schaal) verricht door het Rijksinstituut voor Natuurbeheer te Arnhem en Leersum.
Sinds 1976 bestaat de Stichting Kritisch Faunabeheer (gevestigd te 's-Graveland), die zich een wetenschappelijk en moreel verantwoord faunabeheer ten doel stelt. Zij tracht dit doel te bereiken door o.m. het toetsen van faunabeheersmaatregelen aan de doelstellingen, het verrichten en stimuleren van onderzoek en het bekend maken van de resultaten daarvan aan beleidsinstanties en het publiek. De Stichting Kritisch Faunabeheer huldigt de opvatting dat, indien in een terrein afschot van wild nodig is, dit dient te geschieden door uit de schatkist betaalde ambtenaren.
De jacht op de terreinen van de Vereniging Natuurmonumenten is sinds 1979 alleen toegestaan, indien zulks noodzakelijk wordt geacht voor het instandhouden van de wildpopulaties.

5. BelgiŽ
In BelgiŽ wordt de lange jacht (chasse ŗ courre) op ree, hert en everzwijn nog af en toe volgens de oude traditie georganiseerd, al of niet met jachthoornblazers die, wanneer het afgematte dier tot stilstand is gebracht, het hallali aanheffen. Bij dergelijke jachten is het gebruik van windhonden verboden. Meer algemeen beoefend is de korte jacht, waarbij wel gebruik gemaakt wordt van het geweer. Voor het jagen in groep wordt een of andere methode van klopjacht of drijfjacht gevolgd, waarbij de drijvers soms even talrijk zijn als de jagers. De loopjacht geschiedt met behulp van een drijfhond. Het jachtbeleid wordt bepaald door de ministers van het Vlaamse, het Waalse en het Brusselse gewest, ieder resp. voor hun gewest. Zij nemen o.m. de praktische uitvoeringsmaatregelen, waaronder vnl. de data van de opening en de sluiting van de jacht op de diverse categorieŽn (grofwild; klein wild; waterwild; overig wild). De Hoge Jachtraad (opgericht 1957) werd in 1980 afgeschaft. Bij K.B. van 23 april 1980 werd de Vlaamse Hoge Jachtraad opgericht, die de minister van het Vlaamse Gewest van advies dient betreffende alle aangelegenheden met betrekking tot de jacht in dat gewest. Het toezicht op de jacht geschiedt door particuliere jachtwachters (ca. 5000) en de (onder het ministerie van Landbouw ressorterende) beambten van Waters en Bossen (ca. 650) aan wie de wet (het Boswetboek van 19 dec. 1854) de hoedanigheid toekent van officier van gerechtelijke politie. De meeste jagers, vooral die op grofwild, zijn lid van de Koninklijke St.-Hubertusclub van BelgiŽ te Brussel.
 
   

Nieuwe pagina 1

© copyright WorldwideBase 2005-2009