header sport


 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

 

Karate

 
   


Atletiek
Autosport
Badminton
Basket
Bergsport
Boksen
Boogschieten
Cricket
Duiken
Duivensport
Football
Gewichtheffen
Golf
Handbal
Hengelsport
Honkbal
Hockey
Ijshockey
Jacht
Jiujitsu
Judo
Kanosport

Karate

Korfbal
Motorsport
Olympische Spelen
Paardensport
Roeisport
Rugby
Schaatssport
Schermen
Skisport

Snooker
Surfing
Tafeltennis
Tennis
Turnen
Voetbal
Volleybal
Waterpolo
Waterskisport
Wielrennen
Worstelen
Zeilsport
Zwemmen

Karate (Jap. kara = leeg, te = hand of Chinese hand), systeem van zelfverdediging dat erop gericht is zonder wapens (met lege hand) te strijden. Karate vindt zijn oorsprong in de inheemse krijgskunst van Okinawa. Deze vorm, Okinawa-te genaamd, onderging invloeden van de traditionele vechtkunst uit India (kalaripayit) en China (kempo, kung-fu en wu-shu). Geschreven bronnen op Okinawa noemen 1372 als het jaar waarin Chinees kempo aldaar zijn intrede deed. Volgens andere bronnen zijn er aanwijzingen dat zeelieden uit Okinawa meer dan duizend jaar geleden het kalaripayit uit India meebrachten en elementen opnamen in de traditionele vechtkunst van Okinawa. De naam karate, zoals we dat in zijn huidige vorm kennen, dateert uit 1922. In het begin van deze eeuw bracht met name Gichin Funakoshi, de meester in Okinawa-te, karate tot ontwikkeling. Samen met Chojun Miyagi en Kenwa Mabuni gaf hij in de jaren twintig en dertig overal in Japan demonstraties en lessen. Sinds de Tweede Wereldoorlog verkreeg het Okinawa-te, nu onder de naam karate, ook in de Verenigde Staten en Europa grote bekendheid.
In het voetspoor van de Okinawa-te-meesters ontstonden diverse nieuwere scholen en stijlopvattingen (Ryu), zoals Goju-Ryu, Shito-Ryu, Shotokan (= de stijl van de oude Funakoshi) en Wado-Ryu. Deze vier stijlgroepen, yondai ryuha genaamd, zijn toonaangevend in de ontwikkeling van het moderne karate. Een belangrijke recente groepering is de kyokushin-richting van Matsutatsu Oyama.

In karate speelt het aanleren van basistechnieken (kihon) als stoten, slagen, trappen, pareringen, en in mindere mate grepen, klemmen en worpen, een vooraanstaande rol. Centraal in de technische traditie staan vaststaande solo-oefenvormen (kata). Deze laten zich het best als schaduwboksen typeren. Het is een staalkaart van alle mogelijke technische combinaties en zelfverdedigingssituaties. Daarnaast bestaan er partneroefeningen (kumite), waarin het tweegevecht beoefend wordt. Deze vragen het uiterste aan technische vaardigheid, controle, balans, coŲrdinatie, souplesse en reactiesnelheid. Kihon, kata en kumite zijn de drie grondpijlers van het karate-do. Daarnaast zijn er vooraanstaande scholen die uitgebreid aandacht besteden aan oefeningen ter bevordering van de lenigheid en souplesse (junbi undo), dynamische krachttraining (hojo undo) en gezondheidbevorderende ademhalingsoefeningen uit de Indiase yoga- en de Chinese qi chong- of chi gong-traditie. Andere scholen leggen de nadruk op het harden van bepaalde lichaamsdelen ((tameshiwari), zoals voet, been en handen, waarmee materialen als stenen, planken, dakpannen, enz. worden gebroken. Karate als vechtkunst wordt wel karate-jutsu genoemd. Belangrijkste doelstelling in karate is evenwel zelfperfectie, dwz. vorming van lichaam en geest, waarbij zelfcontrole, zelfdiscipline en zelfbeheersing de uitgangspunten dienen te zijn. Als karate in deze zin, dus als levensstijl en levensfilosofie, wordt opgevat, wordt het als karate-do betiteld ( ‘do’ is hier verwant aan het Chinese woord ‘tan’ = weg, pad).
Het uniform van de karatebeoefenaar (karateka) is hetzelfde als dat van de judoka, zij het van lichtere kwaliteit. De mate van geoefendheid wordt, net als bij judo, uitgedrukt in kyu- en dangraden. In 1970 werd de World Union of Karate-do Organizations (WUKO) opgericht. De oprichting van de Karate-do Bond Nederland (KBN) dateert van 1979. De KBN is met ca. 9000 leden de overkoepelende karatebond in Nederland.

In Nederland werd Jan Kallenbach, als eerste Nederlander, Europees kampioen. In 1977 behaalde het Nederlandse team (bestaande uit Otti Roethof, John Reeberg, Ludwig Kotzebue, Fred Royers en Raymond Snel) in Tokio het wereldkampioenschap. Roethof behaalde in datzelfde jaar eveneens de individuele wereldtitel. Toon Stelling (1984), Kenneth Leeuwin (1986) en Dudley Josepa (1988) werden eveneens wereldkampioen. Bij de vrouwen werd Guus van Mourik zes maal Europees en vier maal achtereenvolgend wereldkampioen.

In BelgiŽ werden de eerste karateorganisaties opgericht in de jaren zestig, oorspronkelijk in de marge van de Belgische Judo Liga. Hieruit ontstond de Belgische Karate Associatie (BKA). Van deze pluralistische organisatie, waarin diverse karatestijlen worden beoefend, scheurde zich in 1969 een door de Japanse Karate Associatie gecontroleerde strekking af die een eigen nationale bond oprichtte, de Belgian Amateur Karate Federation (BAKF; aangesloten bij de International Traditional Karate-do Federation). De BKA, medestichtend lid van de WUKO, werd in de jaren zeventig gesplitst in de Vlaamse Karate Associatie (VKA) en de Association Francophone de Karate (AFK). De VKA en de Vlaamse vleugel van de BAKF verenigden zich in 1984 tot de Vlaamse Karate Federatie (VKF), maar behielden elk hun eigen stijlprincipes. Begin 1987 telde de VKF 177 clubs (waarvan 100 VKA-clubs) en ca. 7500 actieve leden.
 
   

Nieuwe pagina 1

© copyright WorldwideBase 2005-2009