Kinderen met leerproblemen hebben het moeilijk met schoolse
vaardigheden, zoals lezen, schrijven, rekenen, een vreemde taal leren,
enzovoort.

Die
leerproblemen kunnen het gevolg zijn van :
-
omstandigheden: weinig aandacht thuis, onvoldoende uitleg in de klas,
gezinsproblemen
- een
verkeerde werkhouding: kind leert uit het hoofd en heeft geen inzicht,
steekt uren in lijntjes en kleuren maar werkt weinig oefeningen af
-
emotionele problemen: faalangst, gebrek aan zelfvertrouwen,
demotivatie
-
begaafdheid: het niveau en tempo op school ligt te hoog, het kind zit
in de verkeerde school of studierichting
-
leerstoornissen zoals dyslexie (hardnekkige lees- en schrijfproblemen)
of dyscalculie (hardnekkige rekenproblemen). Wie leerstoornissen
heeft, is niet dom of achterlijk. Hij of zij leert alleen anders.
Hoe gaat het kind daar zelf mee
om ?
Kinderen
die met leren geen succes ervaren, reageren vaak heel verschillend: ze
gaan zich aanstellen, de clown uithangen, verliezen hun zelfvertrouwen
(«Ik kan niks»), worden opstandig, agressief of trekken zich terug...
Leerkrachten en ouders begrijpen hen vlug verkeerd. «Ze kunnen wel maar
willen niet», zeggen ze dan.
Hoe reageert uw kind ?
- Huiswerk maken en lessen leren worden een hel. Uw kind probeert aan
elke taak te ontsnappen en gaat niet graag meer naar school.
- Het kind voelt zich schuldig omdat het niet meer voldoet aan de
verwachtingen van zijn leerkrachten, ouders, grootouders.
- Het verliest het geloof in zichzelf: «Ik kan niks».
- Het wordt agressief, gaat zichzelf afsluiten, klaagt van buikpijn,
weent voor het minste.
Hoe reageert u ?
- U probeert te helpen en gaat overbeklemtonen: bent streng, moedigt
extra aan, oefent samen, geeft tips.
- U bent ongerust en angstig voor de toekomst: «Hoe moet dat aflopen?»
- Misschien raakt u geïrriteerd en boos: op uzelf, uw partner, de andere
kinderen, de leerkracht, de hele wereld.
- U voelt zich schuldig: «Wat heb ik verkeerd gedaan?», «Ik ben niet
geduldig genoeg»
- U vergelijkt met andere kinderen van het gezin of van de klas en
geraakt ontgoocheld.
- Er komen spanningen in het gezin: elke ouder reageert soms anders op
het probleem.
Wat moet jij doen als ouder
- Stap
naar de school.
Soms aarzelen leerkrachten om ouders te contacteren of schamen ouders
zich («Het komt wel goed») en gaat kostbare tijd verloren. Soms
schatten de school en de ouders het kind heel verschillend in.
-
Bespreek het probleem
- Het probleem is niet ernstig. Wat extra aandacht en hulp op school
en een betere aanpak thuis lost al veel op.
- Het probleem is ernstig en sleept aan. Ga samen met de leerkracht op
zoek naar mogelijke oorzaken. Scheelt er wat met de werkhouding van
het kind? Zijn er emotionele problemen? Is het niveau van de school of
studierichting te hoog? Misschien heeft het kind één of andere
leerstoornis (5 à 10% van de schoolbevolking heeft dyslexie, 2 tot 6%
heeft hardnekkige rekenproblemen of dyscalculie)?
|
Beschuldig in elk geval niemand: niet de leerkracht, niet het
kind, en niet uzelf ....
er is niemand schuldig !!!! |
Wat kan eraan gedaan worden
-
Leerkrachten zijn het best geplaatst om over leerproblemen van
kinderen te praten. Op school hebben de verschillende leerkrachten van
uw kind, de taakleerkracht in de basisschool, de CLB-medewerker,
directeur, klasleraar
ieder
hun eigen deskundigheid, hun eigen inbreng. Ook ouders zijn deskundig.
U kent uw kind. Probeer samen te overleggen. Heel wat scholen volgen
leerlingen op een systematische wijze op met een leerlingvolgsysteem.
Dat betekent dat ze kinderen met leer- of andere problemen vlug
signaleren. Wat loopt er fout? En waarom? Ze stellen een diagnose vast
en komen in overleg met de ouders en het kind tot een handelingsplan.
- Stel
samen een handelingsplan op:
Wat kan de school doen, wie doet het en wanneer? (Extra
oefeningen, hulpmiddeltjes in de klas, hulp van de taakleerkracht,
bijles)
Wat kunnen de ouders thuis doen? (Wat kan het gezin nog
aan?)
Welke extra hulp zoeken we buiten de school? (Het
Centrum voor Leerlingenbegeleiding (CLB), logopedist, kinderarts,
Centrum voor Geestelijke Gezondheidszorg) Overleg en samenwerking met
ouders en school is ook hier nodig.
Wanneer zien we elkaar terug? (Hoe loopt het plan,
moeten we niet bijsturen?)
- Zorg dat
het actieplan ook duidelijk is voor uw kind. Laat hem of haar
regelmatig mee beslissen. Geef uw kind het gevoel dat de situatie
onder controle is.
- Hou de
communicatie met de school open: blijf praten en blijf luisteren (wat
zijn de vorderingen, hoe reageert het kind op de aanpak, hoe voelt het
zich erbij, groeit zijn zelfvertrouwen?).
- Verwacht
geen wonderen van welke behandeling dan ook. Als leerproblemen het
gevolg zijn van ernstige leerstoornissen (dyslexie of dyscalculie
bijvoorbeeld) kan je dat niet zomaar oplossen. Je kan het kind wel een
aantal middelen aanbieden waarmee het zichzelf kan behelpen.
- Hou alle
verslagen en attesten bij, vraag de school of het CLB een verslag te
maken over de eindsituatie. Leg die ook voor als het kind naar een
ander jaar of andere school gaat.
Wanneer leerproblemen uw gezin beheersen ...
- Zorg dat
uw extra-hulp niet tot spanningen leidt. Word geen leerkracht, maar
blijf op de eerste plaats ouder. Maak het rustig en veilig
thuis. Dat komt ten goede aan alle kinderen (met of zonder
leerproblemen). Zorg thuis voor evenwicht tussen ontspanning en
inspanning.
-
Leerproblemen mogen het gezin niet overheersen. Maak tijd voor het
probleem, maar stel tegelijkertijd grenzen aan je
beschikbaarheid.
- Praat
met de andere gezinsleden over de leerproblemen en de gevolgen. Praat
niet altijd óver het kind, maar praat ook mét uw kind.
Geef het vertrouwen. Maak het niet wijs dat een leerprobleem zonder
inspanning verdwijnt.
-
Zoek steun bij andere ouders van kinderen met
leermoeilijkheden.
-
Stimuleer uw kind in wat het goed kan : turnen, muziek maken,
voetballen
Leven is meer dan schoolleren alleen!
|