Je houdt het
niet voor mogelijk, maar toch is het zo ... jou kleine huppel krijgt
blijkbaar nu en dan van die ambetante kuren .... 'peuter-puberteit'
noemen ze dat. Da's een mooi woord om de 'nee-fase' in de
peuterperiode te omschrijven.
Vlak
na zijn eerste
verjaardag
doorloopt je dreumes een opstandige fase in zijn
ontwikkeling. Deze fase wordt vooral gekenmerkt door het woordje "Nee!",
waarmee je kindje te pas en te onpas reageert op jouw verzoeken en
opdrachten.
Tussen zijn
tweede en derde verjaardag
breekt er opnieuw een periode van verzet aan. Deze fase verschilt echter
op een aantal vlakken van de voorafgaande.
- Een
dreumes die voor het eerst zijn eigen willetje en
onafhankelijkheid ontdekt, verzet zich tegen zijn ouders. Hij wordt
puur geleid door de drang om tegen zijn ouders in te gaan, maar is
zich nog niet bewust van de gevolgen van dit gedrag.
- Bij een
peuter is dit besef wel aanwezig. Net als een jaar
daarvoor voelt hij sterk de behoefte om onafhankelijk en zelfstandig
te zijn. Maar tegelijkertijd is hij ook bang om zich op die manier los
te maken van zijn ouders. Een deel van hem zou het liefst nog even
veilig klein blijven. Een peuter voert dus niet alleen strijd met zijn
ouders, maar ook met zichzelf.
De perioden
waarin je kindje opstandig is, zijn cruciaal voor de ontwikkeling van
zijn persoonlijkheid. Hij leert dan dat hij een zelfstandig en
onafhankelijk individu is, met een duidelijk ego en een eigen wil. Hij
realiseert zich dat hij zich los moet maken van jullie, zijn ouders, en
zijn eigen beslissingen moet nemen. Deze ontwikkeling verloopt stapje
voor stapje en gaat door totdat je kindje volwassen is. In een aantal
afzonderlijke perioden treedt deze ontwikkeling extra sterk op de
voorgrond.
Wanneer je
peuter begint te 'puberen', vertoont hij de volgende gedragskenmerken:
- drang
naar zelfstandigheid en onafhankelijkheid
-
egocentrisme
-
frustratie en angst
- drang
naar zelfstandigheid en onafhankelijkheid.
Je peuter
wil zelf beslissen wat hij doet en wanneer hij iets doet.
Hij komt in opstand zodra jij hem het gevoel geeft dat hij iets 'moet'.
Dat wil hij immers zelf bepalen. Bovendien wil je kindje alles
zelfstandig doen, zonder jouw hulp. Hij protesteert als je hem iets uit
handen neemt of op jouw manier wil laten doen. Deze aandrang leidt dus
telkens opnieuw tot een conflictsituatie.
Nu hij zijn eigen ego heeft ontdekt, is dat het enige wat telt voor je
peuter. Hij is zo sterk met zichzelf bezig dat hij niet in
staat is om zich in een ander te verplaatsen. Dit kan hem tot een echt
tirannetje maken. Alles moet op zijn manier en alles is van hem. Hij
ziet dit gedrag niet als iets verkeerds. Toch komt hij onmiddellijk in
opstand als de rollen een keer zijn omgedraaid en jij je (volgens hem)
tiranniek gedraagt.
Veel van wat je peuter zelf wil doen en beslissen, kan hij nog helemaal
niet. Dat frustreert hem, waardoor hij makkelijk vervalt
in een driftbui. Je kindje raakt bovendien verward door al
die tegenstrijdige emoties en neigingen die hij voelt. Hij wordt boos op
zichzelf omdat hij graag zelfstandig wil zijn, maar dat tegelijkertijd
nog niet goed durft. Daarnaast maakt deze wervelstorm van gevoelens hem
onzeker en bang.
Zijn 'nee-reactie'
doet hij niet om jou te pesten en vervelend te zijn, maar het is het
resultaat van een natuurlijke ontwikkeling die hij niet kan
onderdrukken. Het is belangrijk dat je hier op een verstandige
manier mee omgaat. Je dreumes bouwt op deze momenten immers aan
de fundamenten van zijn persoonlijkheid.
De onderstaande tips kunnen je helpen om
op
een positieve manier om te
gaan met de 'nee's' van je kleine:
- reageer
rustig
- geef je
kind een keuze
- leid hem
af
- wees
resoluut.
Het is niet
altijd makkelijk om je geduld te bewaren wanneer je
dreumes voor de zoveelste keer niet mee wil werken. Toch is het beter om
niet kwaad te worden. Dat maakt het verzet van je kindje vaak alleen
maar heviger en kan makkelijk leiden tot een driftbui. Misschien helpt
het als je bedenkt dat hij er zelf ook weinig aan kan doen.
Je stimuleert de zelfstandigheid van je kindje als je hem in plaats van
slechts één, meerdere opties biedt. Bovendien is de kans
dat hij met "Nee!" reageert dan aanzienlijk kleiner. Vraag dus: "Wil je
een hapje doperwtjes of een hapje aardappeltjes?" in plaats van "Wil je
nog een hapje?". Omdat je kleine zo het gevoel krijgt dat hij beslist
wat er gebeurt, zal hij minder snel dwars gaan liggen. Let dus op je
vraagstelling (de manier waarop je hem iets vraagt), dus zo
weinig mogelijk 'directe vragen', waarop hij met 'ja' of 'neen' kan
antwoorden en die in deze fase dus sowieso met een 'nee' beantwoord
worden.
Vaak is het helemaal niet nodig om je kleine een vraag te stellen waarop
hij met "Nee!" kan antwoorden. Als hij in bad moet, hoef je hem dat niet
te vragen. Je kunt hem gewoon al babbelend mee naar boven nemen,
uitkleden en in bad zetten. Dat werkt het beste als je ondertussen een
spelletje doet of doorgaat op datgene waar je dreumes toch al mee bezig
was. Indien hij ondertussen toch ergens een poging doet om te laten
aanvoelen dat hij niet akkoord gaat met wat je gaat doen, ga er dan niet
op in, maar doe en praat rustig verder alsof dat een vanzelfsprekendheid
is en je zijn reactie niet echt hebt opgemerkt. Dit noemen we een vorm
van 'negeren'.
Er zijn momenten waarop je absoluut geen discussie kunt gebruiken en
iets gewoon moet gebeuren. Dan kun je je kleine maar het beste voor een
voldongen feit stellen. Zo leert hij tegelijkertijd dat er bepaalde
grenzen zijn en dat jij in een aantal gevallen het laatste
woord hebt. Ook dat moet kunnen en hierbij is geen hardhandige manuele
aanpak noodzakelijk, m.a.w. je hoeft de kleine niet door mekaar te
schudden ! Zo toon je je eigen onmacht als ouder en het maakt je kind
nog opstandiger. Gebruik hiervoor
de intonatie
en het volume van je stem
... je hoeft niet persé te roepen : gewoon traag, duidelijk verstaanbaar
en met een vaste (ietwat diepe) rustige stem een resoluut einde maken
aan de discussie. Punt !
|