We vinden
het als ouders helemaal niet leuk wanneer ons kind ferm 'ambetant'
doet en nog minder om er met iemand over te praten. Ouders hebben
laten we zeggen een 'aangeboren eergevoel' in verband met hun
kind(eren), zodat er in feite niet teveel 'ongewone' dingen naar de
buitenwereld toe mogen gebeuren, of het ouder-eergevoel wordt
aangetast en de ouder gaat zich schamen en hult zich in stilzwijgen.
Wanneer je kind een bepaald of bepaalde gedragsproblemen of 'ongewenst
gedrag'
vertoont, heeft dat echter wel
een reden.
Ongewenst gedrag kan vele oorzaken hebben en het komt in onze
maatschappij méér en méér voor. Wanneer dat ambetant doen of ongewenst
gedrag éénmalig is of heel sporadisch voorkomt, dan is er niet echt
een probleem. Het wordt pas problematisch wanneer je kind ten pas en
ten onpas en frequent ongewenst gedrag gaat vertonen.
Het is in de eerste plaats belangrijk om de ware reden
van een bepaald gedrag of gedragingen te achterhalen en dan pas kan er
echt aan gewerkt worden.
Herinner je : het karakter van een kind kan je niet veranderen, maar
wel zijn of haar gedrag bijsturen !
Je spreekt
van probleemgedrag als een kind regelmatig ongewenst
gedrag vertoont. De omgeving bepaalt of het gedrag van een kind
problematisch is of niet. Dergelijke oordelen zijn gebaseerd op
opvattingen en verwachtingen die de betrokkenen hebben, afhankelijk van
verschillende factoren zoals de gemeenschap en de cultuur waar het kind
in opgroeit, het waarden- en normenbesef, enzovoort. Daarom kunnen
beoordelingen per persoon verschillen.
Concreet betekent dit dat 'het verwachte gedrag' van je kind afhankelijk
is van de plaats(en) waar hij of zij vertoeft en de personen en
situaties waar hij of zij mee te maken krijgt. Een perfect gewenst
gedrag bestaat dus in feite niet : het wordt gecreëerd door je omgeving.
Bij tien
procent van de kinderen met ongewenst gedrag is dit gedrag
problematisch, dat wil zeggen dat het gedrag regelmatig voorkomt
en een terugkerende storende factor wordt voor de medemens. Vanaf dat
moment kunnen we effectief spreken van een probleemgedrag.
Voor het
ontstaan en voortduren van ongewenst gedrag kunnen verschillende
risicofaktoren worden genoemd.
Een aantal van deze faktoren zijn :
- het temperament van de leerling;
- de sociaal-economische situatie thuis;
- het gebrek aan kennis bij de opvoeders;
- relatieproblemen in het gezin.
Door deze faktoren kan ongewenst gedrag uitgroeien tot
probleemgedrag. Vaak heeft het probleemgedrag een functie,
bijvoorbeeld negatieve aandacht vragen. Met het in stand
houden van deze functie blijft probleemgedrag bestaan.
Standaardadviezen die aangeven hoe je met gedragsproblemen bij kinderen
moet omgaan, zijn niet te geven. Per kind moet gekeken worden naar
mogelijke oorzaken voor het gedrag en moet gezocht worden
naar de meest geschikte reactie op het gedrag van het kind. De manier
van reageren bepaalt vaak of het gedrag zich doorzet of niet.
Algemene adviezen voor het omgaan met probleemgedrag :
-
observeer wat er aan het gedrag voorafgaat;
- kijk wat
er precies gebeurt;
- ga na
hoe je hierop reageert;
- let op
het effect op het gedrag van het kind;
- wissel
met anderen van gedachten over ongewenst gedrag;
- bepaal
of een kind wel of niet doorverwezen moet worden voor deskundige
hulpverlening;
- pak
problematisch gedrag zo vroeg mogelijk aan om erger te
voorkomen;
-
pleeg overleg over de aanpak met de opvoeders en de school van
het kind;
- ga na of
het gedrag thuis verschilt van het gedrag op school;
- neem
desnoods contact op met een organisatie die u kan helpen of die u kan
doorverwijzen naar een dienst die u bij deze problematiek begeleidt.
Werken aan
het probleemgedrag van een kind kan dus duidelijk een verandering in het
gedrag van de ouders met zich meebrengen. In dergelijk geval is het
noodzakelijk dat je als ouder jou 'aangeboren eergevoel' waar we het
over hadden opzij schuift en evenzeer werkt aan jou gedrag, dan je kind
aan het zijne of het hare !
|