In de puberteit verandert er onder
invloed van hormonen van alles aan je lichaam. Meisjes komen
rond hun tiende jaar in de puberteit. En als je een handicap of
chronische ziekte hebt, zoals bijvoorbeeld bij spina bifida
("open rug"), kan dat zelfs eerder gebeuren. Voor jongens is dat
zo'n twee jaar later. We hebben het hier over de gemiddelde
leeftijd, je kan op jongere en op oudere leeftijd gaan puberen.
Je lichaam verandert. Dat kan je knap onzeker maken. Je
kan je bijvoorbeeld geen raad weten met je borsten of
zenuwachtig worden door de baard in de keel. Je schaamt
je misschien voor je puistjes. En als je een groeispurt gehad
hebt, weet je soms niet wat je met je lijf aan moet. Je kan je
een kluns voelen.
Ook je stemming kan anders zijn dan voorheen. Je kan maar
zo heel verdrietig zijn zonder dat je weet waarom, of
juist een rothumeur hebben en heel boos worden op
iedereen.
Je krijgt ook seksuele gevoelens, als ieder ander. Vaak
dringt dit niet door tot je omgeving. Dus ook je ouders of
verzorgers begrijpen je misschien niet. Dit kan betekenen dat ze
niet goed met je gevoelens en verlangens omgaan. Als je wat over
seks wilt weten, vinden ze het niet nodig om jou iets te
vertellen. Of ze zijn er zelf onzeker over. Dat kan lastig zijn.
Zorg dus dat jij wel genoeg informatie verzamelt, zodat je niet
steeds afhankelijk bent en blijft van anderen.
Tijdens
deze periode staan de meningen van ouders, opvoeders en kinderen
vaak loodrecht tegenover mekaar. Ouders en kinderen spreken vaak
een 'andere taal' en zitten op een verschillende golflengte.
De ouder heeft het moeilijk dat het kind een pre-volwassene
wordt. Zijn denken, zijn handelen, zijn interesses .... alles
gaat zich langzamerhand verleggen naar een eigen mening en naar
volwassenheid toe. Vaak hebben ouders niet de tijd of
nemen ze niet voldoende de tijd om dit proces te volgen en te
'begeleiden'. Op die manier ontstaan er vanzelfsprekend
'spanningen'. De puber maakt zoals vroeger nog steeds deel
uit van het gezin, maar beleeft zijn rol op een andere
manier. Ouders hebben het daar vaak moeilijk mee en
reageren dan hard, want enkel de muur tussen ouder en kind nog
steviger maakt.
Ouders hebben het gevoel dat ze de controle over hun kind
kwijtraken en in wezen is dat ook zo. Ze moeten aanzien dat hun
kind zelf risico's gaat lopen en zijn bang voor de gevolgen.
Pubers zijn ook meer geneigd om zaken te bespreken met hun
vrienden dan met hun ouders, dat is heel normaal voor deze fase.
Het belangrijkste in deze roerige periode is dat ouders een goed
contact blijven houden met het kind. Blijf praten en van
gedachten wisselen." In deze periode is het dus van het grootste
belang om blijvend interesse te tonen in het doen en laten en in
de persoon van jou kind, en vanzelfsprekend staat de 'dialoog'
in deze fase volledig centraal. Wanneer deze dialoog breekt of
ontbreekt ontstaat hier sowieso een communicatiestoornis, met
alle gevolgen vandien.
De opvoeding zit er bij het begin van de puberteit eigenlijk al
op: normen en waarden zijn de kinderen voor die tijd al
bijgebracht. Dat zou een geruststellend gevoel moeten zijn voor
ouders. Soms lijkt het misschien dat de normen en waarden die ze
geleerd hebben achteloos overboord worden gezet, maar diep in
het kind zit het vaak echt wel goed. Veel preken en verbieden en
in herhaling vallen om de oude normen en waarden weer naar boven
te krijgen, heeft weinig zin. De puberteit betekent ook voor
ouders een bocht maken, van opvoeder naar coach. Je moet
leren gesprekken te voeren met je kind waarin zijn
zelfvertrouwen ondersteund wordt. Wanneer er een conflict is,
kun je dat op verschillende manieren te lijf gaan: als opvoeder
of als coach. Neem bijvoorbeeld de situatie dat een kind
aanhoudend later thuiskomt dan is afgesproken. De opvoedende
manier is dan het kind te confronteren met zijn falen zich aan
de regels te houden. Verwijten als 'met jou zijn geen afspraken
te maken', 'je bent onbetrouwbaar' en 'het zal nooit wat met jou
worden' ondermijnen het zelfvertrouwen van het kind. Een veel
betere manier is om aan te geven dat jij vindt dat er een grens
wordt overschreden en dat te beargumenteren: 'ik vind het
vervelend dat je zo laat thuiskomt, want ik maak me dan
ongerust', en 'als je je niet aan de afspraken houdt is dat
moeilijk voor me'. Op die manier geef je je kind
verantwoordelijkheid en werk je aan zijn zelfvertrouwen.
Puber zijn
is 'willen experimenteren'. Dat gaat van eenvoudige dingen tot
roken, drugs en seks. Pubers willen alles zelf ontdekken en het
zelf eens meemaken. Wat voor een puber dus een drang naar
ervaring is, is terzelfdertijd voor de ouders een nachtmerrie.
Zij gaan dan ook hun kind meer en nauwkeuriger controleren,
stellen extra wetten, en dat terwijl de puber zich nu juist wil
losstrekken van onder de ouderlijke vleugels. Dat is een
dilemma. Het is moeilijk een grens te trekken waar beide
partijen zich in kunnen vinden. Strikt worden als ouder helpt
niet, dat heeft zelfs vaak een averechts effect. Aan de andere
kant kun je ook je kind niet zomaar zijn eigen gang laten gaan
en volkomen vrijlaten. Dit is een situatie van geven en nemen.
Blijf onderhandelen met je kind over knelpunten. En als
je kind driftig, brutaal of schofferend reageert, probeer je dan
daarin niet te laten meetrekken. Als de ouders op
dezelfde manier terug 'praten' kan dat bij hun dwarse zoon of
dochter hard aankomen. Aan de buitenkant lijkt zo'n puber
misschien wereldwijs en volwassen, maar van binnen zit nog
een opgroeiend onzeker en kwetsbaar kind."
Vanaf de
leeftijd van 15 of 16 jaar is gezond experimenteren met relaties
belangrijk en ook goed. Ouders hoeven niet te schrikken als hun
kind een schijnbaar vaste relatie verbreekt en meteen een andere
begint. Het blijkt vaak dat wanneer er al vanaf heel jonge
leeftijd één vaste relatie is, mensen daar op latere leeftijd
moeite mee krijgen. Overigens komt uit onderzoeken naar voren
dat 50% procent van de 16-jarigen inmiddels 'echte' seksuele
ervaring heeft opgedaan. Die drang proberen te onderdrukken
heeft weinig zin voor ouders. Het enige dat je kunt doen is
zorgen dat je kind voor die tijd goed voorgelicht is.
Daarna moet je je er niet teveel mee bemoeien, geef je kind de
ruimte om voor zichzelf dit terrein te verkennen. Dat betekent
dat je als vader en moeder je niet actief opstelt in de relaties
van je kind, niet probeert het naadje van de kous te weten. Ook
opgroeiende kinderen hebben privé-zaken.
Het is
lastig de balans te vinden tussen niet te star opvoeden, maar
ook niet te los. Voor iedereen is de situatie verschillend. Maar
als ouder moet je niet te gauw denken dat het kind maar aan het
rotzooien is. In verreweg de meeste gevallen is er weinig aan de
hand. Je moet je als ouder pas zorgen gaan maken wanneer je kind
weinig tot geen contact heeft met leeftijdsgenoten en zich
isoleert, vaak alleen op zijn/haar kamer zit. Dat isolement
kan zorgelijk zijn, omdat dan de bocht van het gezin naar de
leeftijdsgroep als belangrijkste richtpunt niet gemaakt wordt.
De puberteit is een periode van grote onzekerheid, zowel
lichamelijk als geestelijk. De puber denkt na over
zichzelf en dat kan heel heftig zijn. Die onzekerheid en/of
angst wordt vaak gemaskeerd door stoerdoenerij en
onafhankelijk gedrag. Wanneer verdriet en angst buiten
proporties raken -en ouders hebben daar intuïtief een goed
gevoel voor- is het verstandig om dat in de gaten te houden. Een
paar dagen verdriet om een relatie die uitgaat is normaal, en
een paar dagen behoefte hebben aan alleen zijn is ook niets om
je druk over te maken. Maar wanneer die paar dagen weken worden,
is er sprake van een probleem.
Cursussen
voor puberouders zijn al een hele tijd populair en geven veel
ouders vertrouwen: 'we doen het nog niet zo slecht'. Want hoe
onzekerder de puber en hoe heftiger daarmee dus zijn pubergedrag
is, des te onzekerder is ook de ouder. Praten met andere
ouders en ervaringen met hen uitwisselen kan heel
prettig zijn. Als er echt een hevig conflict is, wanneer alle
communicatiekanalen tussen ouder en puber zijn geblokkeerd, dan
kan tussenkomst van de ouders van een vriend of vriendin van het
kind, een docent, of een ander die wat afstand van de situatie
kan nemen, goed helpen. Gesprekken tussen ouder en kind alleen
zijn dan meestal niet zinvol, omdat hevige emoties en uitpraten
niet goed samengaan. Wees als ouder dan vooral niet te trots om
in te zien dat het op dat moment wenselijk is om uw ervaringen
met tte delen met anderen en raad te vragen aan deskundigen. De
nodige informatie hieromtrent vindt u op onze speciale pagina :
links voor
welzijnszorg, jongerenhulp en
gezinsondersteuning.
Ondanks
dat de puberteit voor alle betrokkenen een heftige periode is,
is de schade over het algemeen niet groot. Het aantal verzoeken
om hulpverlening in deze leeftijd valt bijzonder mee. Het gaat
helemaal niet zo vaak mis en uiteindelijk komen de
gezinsrelaties in de meeste gevallen na het 18e levensjaar weer
in een rustiger vaarwater. In het midden van de moeilijke
periode kunnen ouders zich maar het beste vastklampen aan deze
rustgevende gedachte !
|