Elke
ouder kan voor zijn kind vrij een school kiezen. Het spreekt voor zich dat jou keuze voor een groot stuk
afhankelijk is van en beïnvloed wordt door enkele praktische zaken, zoals bijvoorbeeld de plaats waar je woont.
Wanneer je kind een bepaalde handicap heeft, zal je hier natuurlijk mee rekening moeten houden en de schoolkeuze
afstemmen op de mogelijkheden en de handicap van jou kind.
Vooraleer je inschrijft, is het zinvol je goed te informeren over de school van je keuze. Elke
onderwijsinstelling is immers anders en heeft haar eigen kijk op opvoeding en onderwijs. Elke school heeft een
eigen schoolcultuur.
Overloop de
drie situaties en kruis aan wat opgaat
voor de school van uw kind. Misschien legt u wel enkele zwakke en sterke kanten bloot. Geen enkele school is
zomaar te vatten in een model, en de perfecte school bestaat niet. Staat uw kind centraal op school of zijn het
de resultaten? Of zijn het veeleer de regels en wetten?
1. Uw kind staat
centraal
Elk kind is anders. De school stimuleert
haar leerlingen en zorgt ervoor dat ze zich kunnen ontplooien volgens hun mogelijkheden. Taken zijn
aangepast aan het niveau van elk kind. Kinderen met moeilijkheden krijgen extra aandacht.
De leerkrachten plaatsen problemen in een
ruimer verband. Niet enkel de studieresultaten, maar ook hoe kinderen zich voelen op school krijgt
aandacht.
Elk kind wordt nauwkeurig opgevolgd.
Zijn resultaten wijzen op een evolutie, een proces. De school wacht niet op slechte cijfers vooraleer in te
grijpen.
De school staat open voor alles wat haar
werking verbetert. Ook ouders hebben hun inbreng. De school voert een open dialoog met hen. Ouders
zijn mede-opvoeders. Hun mening is belangrijk.
De leerkrachten werken samen. Ze
proberen steeds nieuwe tendensen en nieuwe werkvormen uit. De directeur staat tussen zijn team en moedigt de
leerkrachten aan.
Regels en structuren zijn er om het leven op
school aangenaam te maken. Als er problemen zijn, praten de leerkrachten eerst met de kinderen.
De
leerlingen
staan centraal in deze school. De school wil elk kind helpen zich te
ontplooien volgens zijn mogelijkheden. Daarom luistert en kijkt ze heel aandachtig naar de leerlingen en hun
ouders. Uw kind gaat naar een leerlinggerichte school.
2. De prestaties
staan centraal
|
Goede punten en rapporten zijn erg belangrijk
op school. Kinderen moeten presteren. De juiste antwoorden, wat kinderen kennen en kunnen: daar gaat
het om. Kinderen proberen de beste te zijn.
Er zijn pas problemen met een kind als het
slechte cijfers heeft of als er een conflict is met een leerkracht. Andere problemen zijn bijkomstig.
Op school is het ieder voor zich. Pas
als goede resultaten uitblijven is er een probleem. Dan schiet de school in actie.
Ouders zijn welkom op school. Maar echt naar
hen luisteren doet de school niet. Hun voorstellen zijn enkel welkom als ze resultaat opleveren. Wat
ouders denken en willen is niet belangrijk, wel dat hun kind hier naar school komt.
Drie huistaken op een dag? Dat is normaal. De
leerkrachten overleggen weinig met elkaar. Ze werken zelden in team. Wie hen wil spreken, moet zich
reppen. De directeur is een berekende manager.
Discipline is belangrijk. Het
schoolreglement geeft antwoorden op concrete vragen en situaties. Kinderen moeten hun best doen.
De school is erg begaan met haar imago en wil
schitteren met de goede resultaten van haar leerlingen. Ze wil een goede
opleiding bieden en pas in tweede instantie wil ze kinderen goed opvoeden en naar hen luisteren. De leerstof
staat centraal in deze school. Uw kind zit op een vakgerichte school.
3. Het imago van
de school staat centraal
|
Tijdig het werk afleveren. De afgesproken
hoeveelheid oefeningen maken. Alle taken op school zijn duidelijk omschreven. Wie niet doet wat
gevraagd wordt, krijgt strafwerk.
Een groepje met leesachterstand, een klasje
voor wiskundeproblemen. Leerlingen zijn ingedeeld volgens hun prestaties en gedrag. De kinderen weten
bij wie ze terechtkunnen met hun leerprobleem.
De school informeert de ouders. Aan
oudercontactavonden en brochures is er geen gebrek. Naar de verlangens van de ouders informeert de
school niet. Ouders zijn bondgenoten om de leerlingen op het juiste pad te houden.
Er zijn weinig extra activiteiten
(middagactiviteiten, projecten, sport, uitstappen) op school. De leerkrachten beperken zich enkel tot wat ze
moeten doen: lesgeven.
Elke leerkracht is baas in zijn eigen klas.
Vraag de leerkracht Frans niet hoe de school omgaat met dyslexie. De leerkracht lichamelijke opvoeding zal
op de sportdag weinig medewerking krijgen van de leerkracht Nederlands. De leerkrachten voelen zich niet
verbonden met de school en voeren enkel de wetten uit. De directeur is de baas.
Regels en structuren zijn belangrijk. Er
zijn veel en strenge regels op school. Wie wat mispeutert, krijgt een fikse straf. Iedereen kent zijn plaats
op school en moet zijn rol spelen.
De school heeft geen duidelijke visie, behalve dan dat ze
de grootste wil zijn.
Het goede beheer van de school staat
centraal.
De school moet een geoliede machine zijn. Iedereen is een
radertje. Uw kind zit op een regelgerichte school. |
|
|
Om meer te weten te komen over één of meerdere
scholen, kan je eens langsgaan bij het
centrum voor leerlingenbegeleiding
(CLB). Het CLB kan je bijvoorbeeld ook helpen zoeken naar een school die bij jou wensen of de specifieke
studiemogelijkheden van je kind past. Voor adressen kan je ook terecht bij de
Vlaamse Infolijn - Onderwijs
of op de website
Onderwijs. Vlaanderen.be/onderwijsaanbod.
Spreek
ook eens met andere ouders, met leerlingen en oud-leerlingen van de school of ga een kijkje nemen op een
opendeurdag van een school om de sfeer op te snuiven.
Wil je echt in detail weten hoe de school werkt, dan kan je de doorlichtingsverslagen van de onderwijsinspectie
raadplegen, maar dat is natuurlijk wat ver gezocht. Alle nuttige adressen in dit verband kan je
hier
terugvinden.
Heeft u tenslotte nog vragen omtrent de lagere
school of het basisonderwijs, dan kan u nog altijd terecht bij het
Steunpunt
in Vlaanderen voor Ouders en Leerlingen van het Basisonderwijs. Voor alle duidelijk willen wij jullie nog
meegeven dat jou lager schoolkind nog geen recht heeft op een studietoelage.
Met alle informatie die je hierboven terugvindt,
spreekt het voor zich dat ouders de schoolkeuze van hun kind ernstig afwegen ... denk je, maar concrete cijfers
geven een andere beeld. Wetenschappelijk onderzoekers uit Gent en Leuven trokken naar een honderdtal lagere en
secundaire scholen in Vlaanderen. 1500 leerlingen en hun ouders gaven antwoord. Dit zijn de belangrijkste
resultaten voor het lager onderwijs :
Bijna 40 procent van de ouders van zes- en
zevenjarige kinderen staat voor de keuze van een lagere school. Een kwart daarvan neemt slechts één lagere
school in overweging, de meeste twee of drie.
75 procent
van de kinderen uit het lager onderwijs woont binnen een straal van drie kilometer van hun school. Als ze de
keuze hebben uit twee gelijkwaardige alternatieven, kiezen ouders altijd voor de dichtstbijzijnde school.
40 procent van de ouders kiest bewust voor een
onderwijsnet. Voor de anderen is dit criterium minder belangrijk.
De impact van schoolfolders, huisbezoeken,
opendeurdagen en van gesprekken met klasleraar of PMS/CLB op de schoolkeuze van ouders is beperkt.
Opendeurdagen bezoeken ouders enkel om hun keuze te bevestigen.
|