Straffen
en belonen .... al hoor ik persoonlijk liever : 'Belonen
en straffen' ... een moeilijk onderwerp voor elke ouder wanneer het
effectief gaat over jou kind !
Opvoeden is nu eenmaal 'leren' aan beide kanten (zowel ouder als kind),
en daar hoort wel degelijk een prettige sfeer bij. Toch
zien ouders vaak alleen wat fout loopt ... de problemen. Wat goed gaat,
is vlug normaal: ´Het hoort zoª. Ouders die aandacht hebben voor het
goede, oogsten meer succes dan ouders die alleen het slechte gedrag
corrigeren. Belonen is
positief reageren op positief gedrag.
Dat is nog altijd iets anders dan 'verwennen'. Dan volgt
de ouder altijd de wensen van het kind, ongeacht het gedrag van zijn
kind.
Het is voor de meeste ouders makkelijker om straffen te verzinnen, dan
goede beloningen. Het spreekt voor zich wanneer we hier spreken over
belonen en straffen, dat het niet enkel gaat over de 'peuter', want
belonen en straffen is één van de belangrijkste zaken in het totale
opvoedingspatroon van je kind.
Je kan beloningen in drie groepen opdelen :
-
Materiële beloningen:
snoep, geld, een boek of cd, speelgoed. Het zijn tastbare dingen.
Kinderen moeten leren dat een beloning niet altijd materieel hoeft
te zijn. Materiële cadeautjes kunnen, maar geef ze niet zomaar ...
enkel voor bijzondere inspanningen.
-
Activiteitsbeloningen:
een uitstap maken, naar de film gaan, samen stratego spelen,
langer opblijven. Het zijn activiteiten die uw kind graag doet.
Het hoeft niet altijd spectaculair te zijn. Activiteitsbeloningen
versterken vaak het samen-gevoel. Ze zorgen voor een
prettige sfeer, meer contact en samenwerking.
-
Sociale
beloningen:
lof (´Goed gedaanª), een knuffel, schouderklop, knipoog... Zij
vormen de belangrijkste beloningen. Wie waardering
krijgt, gaat geloven in zichzelf en werkt aan een nauwe band.
|
Waar hou je
rekening mee als je een kind beloont ?
1 Wat je belooft, moet je doen. Als na bepaald gewenst gedrag (goed
rapport, kamer opgeruimd, gras maaien) een beloning werd beloofd, dan
moet die er ook komen. Stel ze niet uit.
2 Beloon niet altijd 'na elk' gewenst gedrag. Wie altijd beloont, leert
zijn kind dat het nooit iets gratis moet doen, dat niets kan of moet
zonder beloning. Belonen wordt niet meer interessant, of kinderen gaan
een steeds grotere beloning eisen.
3 Een verrassende beloning heeft een grotere waarde dan een voorspelbare
(altijd geld geven, altijd naar de speeltuin). Zorg voor voldoende
afwisseling.
4 Een beloning werkt het best als ze nauw aansluit bij het gedrag.
5 Een beloning moet ook voor het kind de betekenis van een beloning
hebben. Kies ze af en toe ook samen.
6 Het is beter vaak te belonen dan groots te belonen.
7 Een straf kwijtschelden of verminderen is ook een beloning. Doe dat
niet te vaak, anders verliest straf haar invloed.
De
bedoeling van straf is het foutieve gedrag te veranderen. Wie
opvoedt moet regels stellen en afspraken maken. Ouders moeten duidelijk
maken wat mag en kan, en wat niet. Kinderen zullen sowieso proberen om
die grenzen te overschrijden. Onder meer omdat niet alle grenzen
duidelijk kunnen (en moeten) zijn, omdat niet alle grenzen even
aangenaam zijn en omdat kinderen nu eenmaal kinderen zijn. Met straf
proberen ouders kinderen aan te zetten om hun gedrag te veranderen en
aan te passen. Straffen kunnen succes hebben, maar ze kunnen ook zorgen
voor een sfeer van angst en vijandigheid.
Er zijn verschillende soorten of
manieren van straffen
Straffen is
per definitie onaangenaam. Ga er dus voorzichtig mee om en
maak er geen gewoonte en zeker geen misbruik van !
-
Fysieke straffen
(slaan bv.) zijn uitgesloten. Geen enkele opvoeder (ouder,
leerkracht) mag ooit een kind pijn doen. Een tik op de vinger bij
een peuter die in de medicijnenkast prutst, hoeft geen pijn te
doen.
-
Activiteitsstraffen
: die verbieden aangename bezigheden (geen tv kijken...) of leggen
onaangename bezigheden op (karweien). Op school zijn het vaak
gebruikte straffen.
-
Sociale en psychologische straffen
zoals iemand bespotten, verwijten maken, negeren, de neus ophalen,
bekritiseren. Ze doen kinderen vaak veel meer pijn
dan fysieke straffen. Wie respect heeft voor kinderen, doet dat
niet.
|
Een verantwoorde straf bevat 13 aandachtspunten. Veel ouders
straffen hun kinderen om te tonen dat ze boos of ontgoocheld zijn. Daar
dient straf echter niet voor. Een verantwoorde straf geef je om
ongewenst gedrag af te leren, om fouten herstellen. Ze helpt kinderen
zich mee verantwoordelijk te voelen voor hun gedrag.
De dertien aandachtspunten :
1 Geef geen straf op het moment dat u erg boos bent. Zeg dat u erg boos
bent en dat de straf nog volgt. Bedenk een straf als u wat rustiger
bent. Let op : een straf dient niet om je als ouder af te reageren !
2 Weet uw kind voldoende wat van hem verwacht wordt? Vertel waarom zijn
gedrag niet gepast is.
3 Om een foutief gedrag van een kind te veranderen mag straffen niet de
eerste strategie zijn. Met aanmoedigen en stapsgewijs aanleren kan je
ook resultaat bereiken.
4 Een straf moet ook 'echt' een straf zijn voor uw kind. Het kind mag de
straf niet weglachen.
5 Ongewenst gedrag neemt toe als je nu eens niet en dan weer wel straft.
Wees consequent.
6 Bestraf enkel het gedrag van uw kind (´Dit had je beter niet gedaanª),
niet zijn persoon (´Je deugt nietª). Een dergelijke reactie is moordend
voor de vorming van de persoonlijkheid van het kind en voor de
ouder-kind relatie. Je moet weten dat je het karakter van een kind niet
kan veranderen, maar dat je het wel kan leren om zijn gedrag aan te
passen !
7 Spreek een strafmaatregel op voorhand af.
8 Een straf moet zinvol zijn. Ze moet iets te maken hebben met het foute
gedrag
9 Een aangekondigde of afgesproken straf moet ook worden uitgevoerd.
Anders heeft straf geen effect.
11 Dreig niet met straffen die onuitvoerbaar zijn (´Ik laat je nog eens
opsluitenª).
11 Wees mild. Een straf moet niet erger zijn dan nodig.
12 De straf moet snel volgen op het ongewenst gedrag. Hoe sneller, hoe
groter het effect.
13 Elke straf heeft ook een einde. Ouders beginnen vaak opnieuw over
dezelfde fout. Vergiffenis moet mogelijk zijn.
|