header sport


 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

 

Tennis

 
   


Atletiek
Autosport
Badminton
Basket
Bergsport
Boksen
Boogschieten
Cricket
Duiken
Duivensport
Football
Gewichtheffen
Golf
Handbal
Hengelsport
Honkbal
Hockey
Ijshockey
Jacht
Jiujitsu
Judo
Kanosport

Karate

Korfbal
Motorsport
Olympische Spelen
Paardensport
Roeisport
Rugby
Schaatssport
Schermen
Skisport

Snooker
Surfing
Tafeltennis
Tennis
Turnen
Voetbal
Volleybal
Waterpolo
Waterskisport
Wielrennen
Worstelen
Zeilsport
Zwemmen

Laura Granville in actie tijdens WimbledonTennis (Eng., eigenlijk: lawntennis, v. lawn = grasveld; tennis, misschien v. Fr. tenez = vang op), slagbalspel tussen twee personen (enkelspel) of twee paren (dubbelspel), die aan weerszijden van een in het midden van het speelterrein gespannen net zijn opgesteld en die trachten met behulp van een racket de bal zodanig op de speelhelft van de tegenpartij te plaatsen dat hij niet of niet correct kan worden geretourneerd. Het dubbelspel onderscheidt zich alleen op ondergeschikte punten van het enkelspel (o.a. een breder speelveld).

1. Spelregels enkelspel
Wie de bal vaker dan eenmaal op zijn speelhelft heeft laten stuiten, een correct geplaatste bal niet retourneert, in het net slaat of buiten het speelveld slaat, geldt als verliezer van het betrokken spelfragment, dat een onderdeel is van een spel (game). De telling in de game is als volgt: 0 (love) – 15 – 30 – 40 – game. Een spel wordt gewonnen door degene wiens tegenstander voor de vierde maal een fout maakt, mits hij zelf ten hoogste twee fouten heeft gemaakt. Hebben beide spelers evenveel en ten minste drie fouten gemaakt, dan wordt doorgespeeld tot een verschil van twee is bereikt. Na de stand 40–40 gelijk (deuce) kan een langdurige strijd plaatsvinden voor een game is beslist; een voorsprong van ťťn punt na deuce wordt door de scheidsrechter (umpire) aangekondigd met ‘voordeel’ (advantage), gevolgd door de naam van de betrokken speler. Elke game is een onderdeel van een set. Een set is beslist zodra een speler zes games heeft gewonnen, tenzij de stand 5–5 wordt bereikt. In het laatste geval wordt doorgespeeld tot een van de spelers zeven games heeft gewonnen. Na een eventuele 6–6 stand geschiedt dit door een tiebreak, een beslissende game waarin de spelers om beurten serveren. Voordat deze regeling in zwang kwam, werd doorgespeeld tot een van de spelers een voorsprong van twee games had veroverd. De gehele wedstrijd gaat om een bepaald aantal gewonnen sets, bij de heren alleen bij de grotere evenementen (w.o. grand slams) om drie (best of five), gewoonlijk en bij de dames om twee (best of three).
Bij het begin en na elke fout wordt het spel geopend door de service (opslag). Om beurten serveren de spelers voor de duur van een game (behalve in geval van tiebreak). De service heeft bij tennis een grote invloed op het spelverloop, vooral omdat steeds straffeloos eenmaal fout mag worden geserveerd. Bij de eerste service kan men dus zonder enig risico op ‘alles of niets’ spelen. Een service die door de tegenpartij niet kan worden geretourneerd, heet ace. Een andere bijzonderheid van tennis is het feit dat men de bal desgewenst (behalve op de service) mag retourneren voor hij heeft gestuit (volley). Het spel wordt mede daardoor gekenmerkt door zeer gevarieerde slagenwisselingen.

2. Geschiedenis
Tennis is een in de 19de eeuw ontworpen spel, waarvoor eeuwenoude slagbalspelen model hebben gestaan. Het spel wordt gewoonlijk in de openlucht gespeeld, maar sinds de jaren zestig in toenemende mate ook in overdekte ruimten. De ondergrond van de buitenbanen is meestal gravel, maar ook wel beton, asfalt of (m.n. in Groot-BrittanniŽ) gras; binnen wordt op kunststofmateriaal gespeeld. Voor landenteams is het sinds 1900 verspeelde Davis-Cup-toernooi het belangrijkste. De belangrijkste individuele toernooien zijn de internationale, zgn. ‘open kampioenschappen’ van Groot-BrittanniŽ (Wimbledon), Frankrijk (Roland Garros), de Verenigde Staten (Flushing Meadow) en AustraliŽ, ook wel de vier ‘Grand Slam’-toernooien genoemd. In de jaren zestig kwam het professionalisme tot ontwikkeling. De Association of Tennis Players (ATP) verwerkt voortdurend de resultaten van 's werelds profspelers op een wereldranglijst, bij de dames gebeurt dit door de Women's Tennis Association. Dominerende figuren waren jarenlang: bij de heren de Amerikaan William ‘Big Bill’ Tilden (na de Eerste Wereldoorlog), na de Tweede Wereldoorlog de AustraliŽrs Ken Rosewall, Rod Laver en John Newcombe, later BjŲrn Borg (Zweden), Jimmy Connors en John McEnroe (beiden Verenigde Staten), en vanaf de jaren tachtig de Tsjech Ivan Lendl, de Duitser Boris Becker, de Zweed Stefan Edberg en de Amerikaan Pete Sampras; bij de dames de FranÁaise Suzanne Lenglen (voor de Tweede Wereldoorlog), na de Tweede Wereldoorlog Margaret Court-Smith (AustraliŽ), Helen Wills, Billy Jean King-Moffit en Chris Evert-Lloyd (allen Verenigde Staten), Martina Navratilova (Tsjechoslowakije/Verenigde Staten), Steffi Graf (Duitsland) en Monica Seles (JoegoslaviŽ/Verenigde Staten).
De beste Nederlandse spelers zijn Tom Okker en Richard Krajicek. Bij de dames trad na 1970 Betty StŲve internationaal op de voorgrond. De bekendste figuren uit de Belgische tennisgeschiedenis zijn Jean Washer, Philippe Washer en Jacques Brichant, bij de dames Nelly Adamson, Josiane Sigart en Christiane Mercelis.
De organisatie berust op het nationale vlak bij de Koninklijke Nederlandse Lawn Tennis Bond (KNLTB, opgericht 1899) resp. de Koninklijke Belgische Lawn Tennis Bond (opgericht 1902), op het internationale vlak bij de International Tennis Federation (opgericht 1913) en de European Tennis Association (opgericht 1975).
 
   

Nieuwe pagina 1

© copyright WorldwideBase 2005-2009