header sportschool

 


 Worldwidebase start met een
eigen startpagina site ! Klik hier <<<<

 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

 

Verspringen

 
   
 
De regels

Naast de rechte stukken van de atletiekbaan liggen de verspringbanen (zie nummer 9 op de plattegrond van de baan). De verspringbanen bestaan uit het aanloopgedeelte, een afzetbalk en een springbak. De minimale lengte van het aanloopgedeelte is 40 meter. Het einde van het aanloopgedeelte wordt gemarkeerd door de afzetbalk, die 20 cm breed is. Minimaal 1 meter en maximaal 3 meter achter de afzetbalk ligt de springbak, die gevuld is met zand.
Het is de bedoeling om zover mogelijk in de springbak te springen. De gesprongen afstand wordt gemeten tussen de achterste indruk in de springbak en de rand van de afzetbalk (loodrecht hierop).
De atleten mogen ieder 3 keer proberen om zover mogelijk te springen. De beste sprong telt. Als de voet van de atleet de afzetbalk overschrijdt bij het afzetten, is de gesprongen afstand ongeldig. Tevens geldt dit als een poging. Verder is het verboden om door de bak terug te lopen. Je moet altijd meteen aan de zijkant de bak verlaten. Als je dit niet doet, is de sprong ongeldig. Voor de veiligheid moeten de kuilen die door de springers worden gemaakt regelmatig dichtgeharkt worden.

Om beter te kunnen zien of de atleet wel voor de balk afgezet heeft, is er meestal na de balk wat nat zand aangebracht (zie plaatje hiernaast). Dit laagje zand steekt 7 mm boven de balk uit. Als de atleet de balk overschrijdt, maakt hij een afdruk in het zand en wordt zijn sprong afgekeurd.

 
Materiaal
Voor verspringen heb je schoenen nodig waar je veel grip mee hebt en dus goed mee kunt afzetten. Bijna altijd worden hiervoor spikes gebruikt (die ook voor het hardlopen worden gebruikt). Spikes zijn speciale schoenen met kleine nopjes. Op de speciale ondergrond van de atletiekbaan hebben atleten die spikes gebruiken meer grip. Hieronder zie je een plaatje van de zool van een spike. Aan de voorkant zie je 6 spikes zitten.

Techniek
Bij verspringen moet je rekening houden met de regel dat de achterste afdruk in de springbak geldt voor de meting van de afstand. Als je geland bent, moet je dus niet naar achter vallen!
Om puur op de sprongtechniek te trainen kan je beginnen met een sprong waarbij je een 'aanloop' neemt van slechts één pas. Na deze pas zet je met één been af en land je op twee benen (zie onderstaand plaatje).

Let er bij deze sprong op dat je strak voor je uit blijft kijken en trek je opzwaaibeen pas bij in het dalende gedeelte.
Als je het springen onder de knie hebt, kan je de aanloopafstand vergroten naar 7-8 meter. Let er hierbij op dat je telkens met hetzelfde been begint met aanlopen. Markeer het punt waar je start. Mocht je niet goed uitkomen bij het afzetten, verplaats je startpunt dan iets. Let ook bij de langere aanloop op de afzet en de sprong. Je afzetbeen moet zich steeds volledig strekken en het zwaaibeen moet flink omhoog zwaaien. Om het volledige strekken van het afzetbeen te stimuleren, kan je een snoer spannen halverwege de baan van je sprong. Het snoer moet zo gespannen zijn dat het net mogelijk is om het snoer te raken. Probeer nu steeds bij iedere sprong het snoer met je kruin te raken (je blik blijft recht vooruit gericht!).
Hieronder zie je een aantal beeldjes van een sprong waarbij gebruik gemaakt wordt van de zogenaamde schredetechniek. Zoals je kan zien worden de armen ook gebruikt om verder te kunnen springen. Als je de eerder behandelde sprongen onder de knie hebt, kan je gaan proberen om met behulp van de schredetechniek nog verder te springen.
De Baan Estafette Verspringen Speerwerpen
Start en Sprint Hordenlopen Hoogspringen Kogelstoten
 
   

Footer worldwidebase