header kinderbase


 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

 

Wat gebeurt er in
jou buik

 

terug naar de startpagina >>

 









 

 

 

 

 

 

 

 


Het zijn niet echt de bloemetjes en de bijtjes, noch de bloemkolen die een rol spelen bij de voortplanting van de mens, dus laten we beginnen bij het effectieve begin. Gemiddeld ongeveer eens per maand komt bij het geslachtsrijpe meisje een eicel (iets kleiner dan de punt achter deze zin) uit één van de twee eierstokken. Het vrijkomen van een eicel heet ovulatie. De eicel beweegt zich via de eileider in de richting van de baarmoeder. Als deze eicel niet wordt bevrucht, treedt ongeveer 14 dagen later menstruatie op. Menstruatie is het opruimen van onnodig op zwangerschap ingesteld weefsel in de baarmoederwand.
Bevinden zich kort na de ovulatie zaadcellen in de eileider, dan kan één daarvan de eicel binnendringen. Een zaadcel, die alleen maar het erfelijk materiaal (23 chromosomen) hoeft te vervoeren, is veel kleiner dan een eicel, die behalve 23 chromosomen ook voeding- en bouwstoffen bevat. Ter vergelijking: als een zaadcel een klein jongetje zou zijn, was de eicel zo groot als een huis. Zaadcellen zijn dus alleen onder de microscoop zichtbaar. In een zaadlozing zitten honderden miljoenen zaadcellen. Ze moeten zwemmend een lange en zware tocht maken door de baarmoedermond, de baarmoeder, en de eileider. Het grootste deel komt bij die tocht om, maar er zijn genoeg overlevenden om als een zwerm om de eicel heen te bewegen. Elk van de cellen probeert zich door de celwand te boren. Zodra één daarin geslaagd is, sluit de celwand zich en komen er geen andere cellen meer binnen.
Eenmaal binnengedrongen, beweegt de zaadcel zich naar het midden van de eicel en de chromosomen voegen zich samen. Ongeveer een dag later begint deze cel zich te delen (zie de animatie rechts) en dat gaat een aantal malen door, terwijl de reis door de eileider naar de baarmoeder wordt voortgezet. Na zes dagen komt er een hol met vloeistof gevuld balletje van een paar honderd cellen in de baarmoeder aan en nestelt zich in de wand daarvan. We spreken in dit stadium van een blastocyst of kiem. De cellen blijken verschillende functies te hebben. De buitenste vormen het begin van de placenta (moederkoek) en navelstreng, via welke voeding en zuurstof worden aangevoerd en afvalstoffen afgevoerd.

Een klein groepje cellen - embryo genoemd - begint zich aan de binnenkant van de kiem in een holte te ontwikkelen. De holte - placenta of moederkoek - is met vruchtwater gevuld dat o.a. dient voor bescherming van het embryo tegen schokken. Ernaast bevindt zich nog een holte, de dooierzak. Ooit, toen onze verre voorouders nog eieren legden, was deze ruimte gevuld met eidooier ter voeding van het embryo. De cellen eromheen vormden dan een harde eierschaal en het ei werd gelegd. Nu gebeurt dat niet: het embryo groeit in zijn eigen placenta en neemt al gauw de hele ruimte van de kiem in beslag. De cellen die ooit een eierschaal vormden sterven af. Dit is een mooi voorbeeld van hoe evolutie in z'n werk kan gaan: de oude vorm is in aanleg aanwezig en verdwijnt terwijl de nieuwe ervoor in de plaats komt. Dit verschijnsel is nog een aantal malen heel duidelijk zichtbaar als we de groei van het embryo volgen.
Een embryo van een week oud is 1,5 mm groot en bestaat uit drie lagen: de eerste bestaat uit het soort cellen dat huid, haar, nagels en het zenuwstelsel zal vormen. De tweede laag bevat cellen voor het skelet, de spieren en het bloedvatensysteem, terwijl de derde laag zich zal ontwikkelen tot longen, spijsverterings- en andere organen. Dezelfde drie lagen zijn bij alle dierenembryo's aanwezig. Ook hier is dus het grondplan weer gelijk, maar hangt het af van het DNA - de specifieke boodschappen van de soort genen - hoe de ontwikkeling verder zal verlopen.

In ongeveer twee maanden worden alle belangrijke functies gevormd: hart en longen, skelet, armen en benen, een zeer groot hoofd met ogen en oren in aanleg. Ook bij deze ontwikkeling zien we heel duidelijk bewijs van oudere stadia van onze evolutie: er groeit een staart, er ontstaan kieuwen als bij een vis, de lever neemt eerst twee verschillende primitieve vormen aan, enzovoort. Ons DNA bevat dus zowel de oude genen die eerst die vroegere vormen in aanleg maken, als nieuwe genen die vervolgens daaroverheen de typisch menselijke vorm laten ontstaan en de oude laten verdwijnen.
Na twee maanden, als de ontwikkeling in aanleg klaar is, spreken we niet meer van embryo maar van foetus. Deze is ongeveer 2,5 cm groot en weegt maar een paar gram. De vrouw weet nu waarschijnlijk dat ze zwanger is.

De foetus groeit en ontwikkelt zich verder. Een belangrijke ontwikkeling is de bepaling van het geslacht. Dit gebeurt door hormonen. Dat zijn zelf weer chemische verbindingen die door genen worden aangestuurd. Het vrouwelijk hormoon heet estrogeen. Dat is normaal overvloedig aanwezig in het bloed van de moeder. Voor de vorming van een mannelijke foetus is een ander hormoon nodig, androgeen geheten. Androgeen wordt aangemaakt in opdracht van genen op het mannelijk geslachtschromosoom XY. De geslachtsorganen ontwikkelen zich uit een gemeenschappelijke vorm. Wat bij het meisje de grote schaamlippen worden, ontwikkelt zich bij de jongen tot balzak, de penis ontstaat uit dezelfde structuur als de clitoris, en ook de inwendige organen zijn in aanleg hetzelfde.
Na 4 maanden begint de foetus zich vanuit de opgerolde positie uit te strekken: de moeder kan de beweging voelen. De organen komen min of meer op hun plaats te liggen, er vormt zich een laag vet en aan het eind van de zesde maand weegt de foetus gemiddeld ongeveer 1000 gram. De longen zijn nog niet klaar, maar als er nu vroegtijdig een geboorte plaatsvindt kan met moderne couveuses het kind mogelijk in leven gehouden worden.

De laatste drie maanden wordt de foetus dikker en groter en bij de geboorte is het gewicht tussen zes en acht pond. De baby kan ademen, zuigen, slikken, zien, horen, huilen, zich vastgrijpen en nog veel meer (bijvoorbeeld een erectie of een orgasme krijgen), maar is verder volkomen hulpeloos. Als je ziet hoe snel de meeste jonge dieren kunnen lopen of vliegen, dan moet je concluderen dat mensenkinderen eigenlijk te vroeg geboren worden. De verklaring is niet moeilijk: het hoofd van de baby is groot. En dat geeft ons ook de verklaring voor de typische evolutie van de mens. Het grote hoofd dwingt tot vroege geboorte (de vagina is al nauwelijks in staat de geboorte te verdragen; die is dan ook bij de mens zeer pijnlijk). De vroege geboorte maakt een langere opvoeding nodig. Een langere opvoeding betekent meer gelegenheid tot leren en het doorgeven van ingewikkelde vaardigheden zoals lopen, praten, en cultuur.

Ter illustratie kunt u hier zeven videofilmpjes bekijken ( bron: Nova on line ), die op een prachtige manier de evolutie weergeven vanaf de bevruchting tot en met de geboorte. Het bijhorend commentaar is in het Engels.  Zeker de moeite waard om te bekijken !

Klik op onderstaand logo !

 
   

Kinderen

© copyright WorldwideBase 2005-2009