|
Een baby
mag dan in feite nog maar een klein en relatief hulpeloos menske lijken,
toch heeft hij perfect dezelfde behoeften, wensen en verlangens als de
grotere menselijke exemplaren. Net zoals wij heeft hij een
overlevingsdrang, wil hij eten, drinken, warmte, sociaal contact en
vooral véél 'AANDACHT'. Wij als volwassenen hebben net
dezelfde behoeften, maar dan iets meer genuanceerd. Ook als volwassene
staan wij centraal in ons eigen leven, willen wij voldoende aandacht en
willen wij toch op één of andere manier 'belangrijk zijn'.
We kunnen
er niet omheen ... als we willen weten hoe een mens in mekaar zit,
moeten we kijken naar zijn behoeften. En als we spreken over behoeften,
dan komen we automatisch terecht bij de goeie ouwe 'behoeftenpyramide'
van Maslow :

Een
woordje uitleg.
Een
pyramide beklim je niet van bovenaf dus we starten als mens beneden, bij
de
primaire biologische behoeften.
Dit zijn de zaken die als mens onontbeerlijk zijn om onze
'overlevingsdrang' (waar wij het reeds over hadden) te kunnen
realiseren.
Dit betekent dat we nood hebben aan eten, drinken, zuurstof, kleding,
onderdak, enzovoort. Deze behoeften zijn voor ons primair, met andere
woorden, wanneer deze behoeften of één van deze behoeften niet ingevuld
worden, dan gaat er iets mis. Dan kunnen wij onmogelijk door naar de
volgende verdieping van de pyramide, want dat tekort gaat ons leven
domineren omdat het 'overleven' bedreigd is. In principe heeft ieder
mens het recht op de 'bevrediging' van deze elementaire behoeften, maar
de werkelijkheid leert ons dat dit niet zo vanzelfsprekend is ( zie onze
rubriek Mensenrechten ).
De tweede
stap is
het gevoel van
veiligheid, geborgenheid, bestaanszekerheid.
Een baby heeft niet alleen melk nodig, maar ook koestering, warmte,
liefde, een vast ritme, regelmaat, orde, stabiliteit, rust. Door
onverwachte en onvoorspelbare gebeurtenissen, of door inconsequent
gedrag raken kinderen in de war, worden ze angstig. Als aan de
fysiologische (primaire) en veiligheidsbehoeften is voldaan ontstaat
vertrouwen. Het basisvertrouwen ontstaat in de eerste plaats
in het contact met diegene die als voedende en
verzorgende persoon optreedt, dus in de meeste gevallen de
moeder. Wanneer er in die fase iets verkeerd loopt wordt het
'basisvertrouwen' van het kind geschonden en geeft dat gevolgen voor de
rest van z'n leven. Dat kan zich later uiten in 'angsten', of het zich
niet veilig voelen in deze wereld.
Nog een
trapje verder ... de derde fase. Dit is de 'sociale fase' ....
het gevoel van liefde, genegenheid, van ergens bij te horen. Onder
'liefde' verstaan we hier het 'gevoel van begrepen en aanvaard te
worden'. Het gevoel van liefde is niet alleen het gevoel van liefde van
iemand te krijgen, maar ook van liefde te kunnen 'geven' ! Ook jou
kindje heeft duidelijk behoefte aan een band met de mensen om zich heen.
In een
vierde fase komen we toe aan de behoefte tot
erkenning
en
waardering.
Dit situeert zich zowel bij jezelf (zelfvertrouwen en zelfwaardering)
als tegenover de anderen (waardering en respect die je krijgt van de
andere). Waardering voor jezelf (zelfrespect, zelfvertrouwen) is de
basis voor het kunnen geven van waardering aan anderen.
Wanneer we al deze fasen met succes hebben doorstaan komt er nog één
behoefte boven water : de 'zelfverwezenlijking' of
'zelfontplooiing'. Dit is het verlangen om in feite meer te worden
wie je in aanleg al bent. Een mens kan pas aan deze fase toekomen,
wanneer al de vorige noden of behoeften ingevuld zijn. We spreken hier
over het leren ontdekken, het verder werken aan en het maximum
ontplooien van je mogelijkheden.
Het spreekt
voor zich dat de eerste drie fasen belangrijk zijn gedurende het eerste
levensjaar. Wanneer we als ouder zorg dragen voor een goed georganiseerd
invullen van de primaire behoeften van het kind, het kind een gevoel van
geborgenheid en veiligheid bieden en op een liefdevolle manier het
kindje laten voelen dat het er volledig bijhoort, dan leg je als ouder
alvast een heel waardevolle basis voor de verdere stappen
in het leven van jou kind (het zelfvertrouwen en de zelfontplooiing).
Omdat de
taal die jij spreekt nogal wat verschilt van die van je baby, ga je
automatisch over op een universele taal die zowel jij als je kindje
duidelijk verstaat : het knuffelen ! Deze vorm van non-verbale
communicatie ligt zo voor de hand en is zo menselijk, maar jammergenoeg
hoort dat in onze volwassen-wereld niet echt meer thuis. Een volwassene
wordt echter ook nog graag 'aangeraakt' of 'geknuffeld', maar dat
gebeurt helaas veel te weinig. Maar laten we bij onze baby blijven, die
krijgt dus van ons een stevig potje knuffels.
Hoe wordt onze hummel nu het liefst geknuffeld :
- Lekker
dicht tegen je aan
- Op je
buik
-
Ondersteund door je arm, met zijn rug tegen jou aan
- Op je
arm over je schouder heen kijkend, met het hoofdje goed ondersteund
- Languit
in je armen
- In een
draagdoek
- Door hem
zachtjes te aaien en te masseren
|
Ik
denk dat we nu reeds een stukje dichter staan bij het antwoord
op de vraag 'wat wil mijn kind nu eigenlijk' en 'wat verlangt
mijn kind van mij'.
We gaan dus nog een stapje verder en gaan in een volgende pagina
eens uitpiepen welke momenten er in het eerste levensjaar van
ons kindje heel belangrijk zijn om aan al die verlangens en
behoeften te voldoen
>>> |
|