header sport


 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

 

Wielrennen

 
   


Atletiek
Autosport
Badminton
Basket
Bergsport
Boksen
Boogschieten
Cricket
Duiken
Duivensport
Football
Gewichtheffen
Golf
Handbal
Hengelsport
Honkbal
Hockey
Ijshockey
Jacht
Jiujitsu
Judo
Kanosport

Karate

Korfbal
Motorsport
Olympische Spelen
Paardensport
Roeisport
Rugby
Schaatssport
Schermen
Skisport

Snooker
Surfing
Tafeltennis
Tennis
Turnen
Voetbal
Volleybal
Waterpolo
Waterskisport
Wielrennen
Worstelen
Zeilsport
Zwemmen

Anita Valen #14 of Norway competes in the women's road cycling individual time trial, at the Vouliagmeni Olympic Centre on 18/08/2004 © GETTY IMAGES/Jamie Squire Wielrennen of wielersport, wedstrijdsport op racefietsen, beoefend hetzij op een wielerbaan (baanwedstrijden), hetzij op de weg (wegwedstrijden), hetzij op gedeeltelijk onberijdbaar terrein (zie veldrijden). In sommige gevallen wordt gereden met gangmaking door zware of lichte motoren.
De racefiets waarmee een wielrenner op de baan rijdt, verschilt sterk van die welke op de weg wordt gebruikt. Een baanfiets heeft geen remmen. Hij is ook kort en steil gebouwd, zodat de renner zo gemakkelijk en snel mogelijk door steile bochten kan gaan. Men rijdt met doortrapper (vast verzet); de banden (tubes; binnen- en buitenband één geheel) zijn aan de velgen vastgekit met bijv. schellak. Een wegfiets is doorgaans voorzien van een versnellingsapparaat (derailleur) met tien of meer versnellingen (verzetten). Alle racefietsen worden vervaardigd van hoogwaardig, licht materiaal en hebben pedalen die zijn voorzien van voethaken met riempjes (toeclips).
De wielersport ontstond ca. 1865, hoewel reeds in 1818 in Parijs wedstrijden op loopfietsen werden georganiseerd. De sport is dus even oud als de populariteit van de fiets. De eerste Nederlandse wielerclub werd in 1871 te Deventer gesticht. De Koninklijke Belgische Wielrijders Bond dateert uit 1882, de eerste Nederlandse wielerbond uit 1883, de tegenwoordige Koninklijke Nederlandse Wielren Unie uit 1928. De eerste internationale wielersportorganisatie was de in 1892 opgerichte International Cyclist's Association, die in 1893 in Chicago het eerste officiële wereldkampioenschap organiseerde. In 1900 werd de Union Cycliste Internationale opgericht, die sindsdien het internationale wedstrijdwezen organiseert.
De wielersport wordt vooral beoefend in Europa (vnl. in Frankrijk, Italië, België en Nederland). De belangstelling voor de in de jaren vijftig nog erg populaire baanwedstrijden verminderde in de jaren zestig en zeventig sterk, ten voordele van de wegwedstrijden. Meer dan in de meeste andere sporten wordt het onderscheid tussen amateurs en beroepsbeoefenaars in stand gehouden door afzonderlijke wedstrijden en kampioenschappen.
Door de jaren heen zijn het vooral rijwiel- en bandenfabrieken geweest die beroepsrenners contracteerden. Tegenwoordig zijn er daarnaast tal van bedrijven die geen verwantschap met de rijwielbranche hebben, maar die de wielersport aanwenden om door middel van de renners reclame te maken. Sinds de jaren zestig trachten de verantwoordelijken voor de internationale wielersport het (tot dan ongelimiteerd) gebruik van stimulerende en versterkende middelen (doping) te bestrijden en worden bij belangrijke wedstrijden dopingcontroles gehouden, waaraan de best gerangschikte en een aantal bij loting aangeduide renners verplicht onderworpen zijn.

Wedstrijdonderdelen

I. Baanwedstrijden. De baan, ofwel piste, is van hout, cement of gewapend beton en heeft een lengte variërend van 200 tot 500 m. Voor officiële kampioenschappen wordt een 200 m-baan gebruikt. Een overdekte baan wordt ook wel winterbaan of sportpaleis genoemd. Op een wielerbaan worden verreden:
a. Sprintwedstrijden, meestal over maximaal 1000 m. De tijd waarin de afstand wordt afgelegd, is onbelangrijk. Naast snelheid speelt daarom vooral tactiek een grote rol, met als spectaculair onderdeel het ter plaatse (sur place) balanceren om de tegenstander de minder voordelige koppositie bij de aanvang van de eigenlijke sprint (ten minste de laatste 200 m) op te dringen. Sprintwedstrijden worden meestal door twee, soms door drie of vier renners betwist.
b. Tandemwedstrijden, waarbij twee rijders op een tweepersoonsfiets (tandem) zitten. Het wedstrijdverloop is hetzelfde als bij de sprintwedstrijden.
c. Achtervolging (poursuite) over een afstand van 4 km (amateurs), 3 km (dames) of 5 km (profs). De renners starten niet naast elkaar, maar elk aan één zijde van de baan. Gewonnen heeft de renner die zijn tegenstander heeft ingehaald of de afstand het eerst heeft afgelegd. Tactiek speelt vrijwel geen rol. Naast individuele achtervolging kent men ploegachtervolging voor amateurs over 4 km. Een ploeg bestaat uit vier rijders. De tijd van het als derde eindigende ploeglid geldt als de tijd van de ploeg.
d. Stayerwedstrijden, verreden met gangmaking door zware motoren. De renner (stayer) rijdt achter zijn gangmaker (entraineur), die hem in zijn abri (windschaduw) ‘meezuigt’. De renner houdt feeling met zijn gangmaker door zijn voorwiel zo dicht mogelijk tegen de rol te houden die aan het achtereinde van de motor is gemonteerd.
e. Tijdrit over 1000 m, verreden met staande start.
f. Koppelwedstrijden (Américaines), verreden tussen ploegen van twee renners. Een van beiden doet steeds actief aan de wedstrijdjacht mee. Men lost elkaar af door afduwen of door handslag.
g. Omniumwedstrijden, samenstel van diverse wedstrijden, meestal slechts door vier of vijf renners betwist.
h. Zesdaagse, competitie verreden op overdekte banen tussen koppels van twee (bij uitzondering drie) renners. Tal van onderdelen wisselen elkaar gedurende zes dagen af: sprintnummers, afvalraces, wedstrijden achter lichte (derny)motoren (zonder rol), stayerwedstrijden, tijdritten, koppelwedstrijden, enz.
i. Werelduurrecord, een individuele tijdrit waarbij een renner in één uur zonder gangmaking of andere hulp een zo groot mogelijke afstand aflegt. In 1984 ging het sinds 1972 op naam van Eddy Merckx (49,431 km; verreden op de Olympische baan van Mexico) over op de Italiaan Francesco Moser (19 jan., 50,808 km, Mexico; 23 jan., 51,151 km, Mexico).

II. Wegwedstrijden. Men onderscheidt hierin o.m.:
a. Etappekoersen, meerdaagse wegwedstrijden, waarin de totaaltijd doorslaggevend is. De zwaarste en bekendste etappekoersen zijn de Ronde van Frankrijk (Tour de France) en de Ronde van Italië (Giro d’Italia).
b. Klassiekers, eendaagse wedstrijden, verreden over ca. 200–300 km, die een rijk historisch verleden hebben, zowel uit sportief als uit organisatorisch oogpunt bekeken. Bekende voorjaarsklassiekers zijn: Milaan–San Remo, Omloop Het Volk, Ronde van Vlaanderen, Parijs–Roubaix, Waalse Pijl, Luik–Bastenaken–Luik, Amstel Gold Race; najaarsklassiekers: Parijs–Tours, Parijs–Brussel, Ronde van Lombardije. De langste klassieker is Bordeaux–Parijs over een afstand van 550 tot 620 km, waarvan de laatste 300–350 km achter dernymotoren worden verreden.
c. Wedstrijden op een parcours of circuit, waarbij hetzelfde traject meermalen moet worden afgelegd. Alle zgn. kermiskoersen (lokale wedstrijden of criteriums), maar ook de wereldkampioenschappen op de weg worden aldus verreden.
d. Tijdritten (vaak als onderdeel van etappekoersen), onderscheiden in individuele en ploegentijdritten. De rijders (c.q. ploegen) vertrekken met tussenpozen van één of meer minuten.
Behalve bij tijdritten zijn de deelnemers van wegwedstrijden doorgaans in ploegverband georganiseerd (per land of – veel vaker – per merk), waarbij telkens één of enkele renners als ‘kopman’ de overwinning beogen en de andere ploeggenoten (de ‘knechten’) hun kopman in een optimale uitgangspositie voor de beslissende wedstrijdfase trachten te brengen.

Bij de wielerdisciplines die zich (grotendeels) op onverharde ondergrond afspelen (waartoe ook het veldrijden behoort), mag het mountainbiken zich de laatste jaren in een stijgende populariteit verheugen. Bij deze tak van wielrennen wordt op een speciaal daarvoor ontwikkelde fiets over een vaak zeer ruig parcours door onherbergzaam gebied gereden.
 
   

Nieuwe pagina 1

© copyright WorldwideBase 2005-2009