header sport


 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

 

Zwemmen

 
   


Atletiek
Autosport
Badminton
Basket
Bergsport
Boksen
Boogschieten
Cricket
Duiken
Duivensport
Football
Gewichtheffen
Golf
Handbal
Hengelsport
Honkbal
Hockey
Ijshockey
Jacht
Jiujitsu
Judo
Kanosport

Karate

Korfbal
Motorsport
Olympische Spelen
Paardensport
Roeisport
Rugby
Schaatssport
Schermen
Skisport

Snooker
Surfing
Tafeltennis
Tennis
Turnen
Voetbal
Volleybal
Waterpolo
Waterskisport
Wielrennen
Worstelen
Zeilsport
Zwemmen

 Ian Crocker of the United States swims the butterfly leg of the men's swimming 4 x 100 metre medley relay final at the Main Pool of the Olympic Sports Complex Aquatic Centre in Athens on 21/08/2004 © GETTY IMAGES/ Donald Miralle Zwemmen [sport]. Zwemmen is uit een oogpunt van volksgezondheid en volksveiligheid een van de belangrijkste lichaamsbewegingen.
Het zwemmen, dat oudtijds zowel bij de Egyptenaren, de Grieken, de Romeinen als bij de Germanen een zekere verbreiding kende, is later ernstig in verval geraakt. Na de middeleeuwen trad langzaam verbetering op. In 1767 werd de Nederlandse Maatschappij tot Redding van Drenkelingen opgericht en in 1796 in Uppsala (Zweden) de eerste zwemvereniging ter wereld. Engeland was het eerste land waar men over een overdekt zwembad beschikte; het werd in 1843 in Liverpool geopend. De oudste zwemvereniging in Nederland is de Amsterdamse Zwemclub (1870). In 1888 werd de (later Koninklijke) Nederlandse Zwembond (KNZB) opgericht, die het periodiek De Zwemkroniek uitgeeft.
In België dateert de oudste zwemvereniging, de Cercle de Natation de Bruxelles, van 1890 en de Koninklijke Belgische Zwem- en Reddingbond (KBZRB) van 1902. De overkoepelende internationale organisatie is de Fédération Internationale de Natation Amateur (FINA), opgericht in 1908. Zwemmen werd reeds in 1896 een Olympische tak van sport. In 1912 werd op de Olympische Spelen het dameszwemmen geďntroduceerd.
Op het gebied van het reddend zwemmen bestaat de Koninklijke Nederlandse Bond tot het Redden van Drenkelingen, die in 1917 werd opgericht.
In de zwemsport worden vier technieken, grondvormen van voortbeweging, erkend: schoolslag, borstcrawl, rugslag en vlinderslag. De schoolslag is de meest traditionele en de rustigste slag. De in de elleboog licht gebogen armen worden gelijktijdig in zij-onderwaartse richting bewogen, waarna de ellebogen naar de romp gaan en de handen de stuwbeweging nog met een roterende beweging in de pols voortzetten. Daarna worden de armen gestrekt naar voren gebracht, hetgeen ook onder het wateroppervlak mag geschieden. De benen, op lichaamsbreedte gestrekt, worden zonder noemenswaardige spreiding licht gebogen in de knieën, waarna de onderbenen, ondersteund door de bovenbenen, een korte, felle omcirkelende beweging maken. Hierbij is de ‘zweep’-beweging belangrijker dan de sluitbeweging; vaak worden de benen zelfs niet volledig gesloten. De inademing geschiedt aan het eind van de stuwbeweging van de armen.
De borstcrawl is de snelste slag en deze wordt dan ook meestal bedoeld als men spreekt over vrije slag. De armen worden een voor een doorgetrokken en over water naar voren gebracht. De ‘stuw’-arm wordt in het verlengde van de schouder ingezet, waarbij de elleboog hoger wordt gehouden dan de hand, die het eerst het water raakt. Op het moment dat de stuwarm aan de doorhaal is begonnen, wordt de andere arm uit het water gehaald en ontspannen naar voren gebracht. De armbewegingen volgen elkaar ononderbroken en gelijkmatig op. De benen bewegen zich licht gebogen onafhankelijk van elkaar in een op en neer gaande beweging. Een licht rollen van het lichaam is geoorloofd ter ondersteuning van de armdoorhaal en ter vergemakkelijking van de inademing, die geschiedt naar de zijde afgekeerd van de stuwarm. Het uitademen geschiedt onder water. De techniek werd in 1906 geďntroduceerd door C. Healy.
De rugslag of rugcrawl is als het ware een borstslag op de rug. De armen worden afwisselend over het water heen gebracht en door het water getrokken; de benen worden onder de waterspiegel snel op en neer bewogen. Deze techniek werd in 1934 vervolmaakt door A. Kiefer.
De vlinderslag is ontstaan uit de schoolslag, waarbij de armslag werd verlengd en de armen over het water naar voren werden gebracht. De benen worden gelijktijdig op en neer bewogen. De beenstuwing geschiedt door een felle neerslag van de onderbenen ondersteund door de bovenbenen. Het toepassen van de beenslag zoals bij de schoolslag is eveneens toegestaan. Het inademen geschiedt aan het eind van de doorhaal van de armen. De vlinderslag werd in 1953 erkend als afzonderlijke techniek.
Bij de vlinderslag zowel als bij de schoolslag moet het keerpunt met twee handen gelijktijdig worden aangetikt, waarna snel wordt ingehurkt, gedraaid en afgezet. Bij de rugslag behoeven keer- en eindpunt slechts met één hand te worden aangeraakt. Bij het keerpunt van de rug- en vrije slag is aanraking met enig lichaamsdeel voldoende. Bij het eindpunt behoeft slechts met één hand te worden aangetikt, waarbij bij de rugslag de rugligging niet mag worden verlaten. De gebruikelijke afstanden zijn 100 m en 200 m, bij de vrije slag bovendien 400 m, 800 m (dames) en 1500 m (heren). Men kent daarnaast individuele wisselslag (200 m en 400 m, waarbij een vierde van de afstand in elk van de technieken wordt gezwommen in de volgorde vlinderslag, rugslag, schoolslag, vrije slag). Ten slotte zijn er de estafettes 4 × 100 en 4 × 200 meter vrije slag en de 4 × 100 meter wisselslag in de volgorde rugslag, schoolslag, vlinderslag en vrije slag.
Buiten het verband van de FINA bestaat op beperkte schaal professionalisme in de zwemsport. Daarbij gaat het doorgaans om langeafstandsraces (10–50 km). Ook amateurs leggen zich hier wel op toe. Befaamd zijn sedert 1875 de individuele overtochten over Het Kanaal. Organisatorisch worden mede tot de zwemsport gerekend: a. waterpolo; b. schoonspringen, onderscheiden in kunstspringen van 1 m- en 3 m-plank en torenspringen van 5 m- en 10 m-toren. Het beoogt het maken van sierlijke bewegingen, die worden uitgevoerd tussen afzet en het moment waarop men het water bereikt. Internationaal bestaan springtabellen, waarin de puntenwaardering op grond van zgn. moeilijkheidsfactor is vastgesteld; c. kunstzwemmen, een vorm van beweging in het water die in 1940 in Amerika voor het eerst werd beoefend onder de naam ‘synchronized swimming’. Op de maat van de muziek worden boven en onder water bewegingen uitgevoerd. Kunstzwemmen wordt zowel alleen als in groepsverband beoefend.
Geheel zelfstandig heeft zich het sportduiken ontwikkeld.
 
   

Nieuwe pagina 1

© copyright WorldwideBase 2005-2009