header_reptielen


 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

 

Hagedissen

 

Reptielenpagina klik hier

 

Hagedissen (in engere zin) of Echte Hagedissen, de familie Lacertidae van de Hagedisachtigen. De uit ca. 200 soorten bestaande familie leeft ook in Afrika en AziŽ en heeft vooral in het mediterrane gebied een grote vormenrijkdom. De staart is bijna altijd langer dan kop en romp tezamen. De in Nederland voorkomende soorten zijn er beschermd.

Soorten in Nederland en BelgiŽ
De tot 20 cm lange grote hagedis, zandhagedis of duinhagedis (Lacerta agilis) komt in Nederland vooral voor op open zandgronden, maar ontbreekt op Texel, Ameland en in Drenthe; in BelgiŽ is zij beperkt tot de Antwerpse en Limburgse Kempen en tot Belgisch Lotharingen. De mannetjes zijn op de rug veelal groen, de vrouwtjes bruin. Het aantal eieren bedraagt vier tot dertien per legsel, afhankelijk van de grootte van het vrouwtje; ze worden meestal in juni gelegd en komen in september uit. De kleine hagedis of levendbarende hagedis (L. vivipara) komt vooral voor in het oosten en zuiden van Nederland (ook Terschelling) en in de meeste provincies van BelgiŽ. Zij prefereert meer begroeiing en vochtiger bodem dan de vorige soort. De tot 18 cm lange dieren zijn meestal licht- tot donkerbruin op de rug; de mannetjes hebben een oranje buik. Zij zijn eierlevendbarend; de drie tot tien jongen worden meestal in juli of augustus geboren. Deze is de enige hagedisachtige die tot boven de poolcirkel voorkomt, wat o.a. door het eierlevendbarend zijn mogelijk is. De in Oost-Belgische riviervalleien (van Vesder en Maas tot Lesse en Samber) algemene, even lange, grijs tot bruine, soms groenachtige muurhagedis (L. muralis) is ook enkele malen in Maastricht gevangen.

Overige Europese soorten

Bekende andere Europese Lacerta-soorten zijn de smaragdhagedis (L. viridis), tot 50 cm, en de parelhagedis (L. lepida), met haar lengte van maximaal 75 cm de grootste soort van de familie. Andere in Zuid-Europa voorkomende geslachten zijn de slangooghagedissen (Ophisops, 10Ė20 cm), met vergroeide oogleden, de zandlopers (Psammodromus, id.) en de franjevingers of franjetenen (Acanthodactylus, 12,5Ė25 cm). Er zijn meer dan 200 soorten hagedissen. Ze leven in AziŽ, Afrika en Europa. De meeste hagedissen zijn bodembewoners, enkele leven in bomen of in rotsspleten. Een ook bij ons veel voorkomende soort is de muurhagedis. Hij wordt maximaal 25 cm lang en leeft op rotsen en muren. De muurhagedis heeft een slank lichaam en de staart is meestal langer dan het lichaam. De kleur is, afhankelijk van het gebied, roodachtig-bruin of bruin. Het lichaam is bedekt met donkere vlekken. De muurhagedis houdt van de zon. Vanwege zijn levendige natuur heeft hij veel warmte nodig. Energiek klimt de hagedis over het gesteente om naar insecten, spinnen, wormen en slakken te zoeken. Als, direct na de winterslaap, de paartijd aanbreekt, vechten de rivaliserende mannetjes met elkaar. Daarbij heffen ze de kop op en ze blazen hun keel op om hun rivaal af te schrikken. Na de paring leggen de vrouwtjes van de muurhagedis maximaal 10 eieren in een gat, dat ze gegraven hebben, en bedekken ze met zand. Na twee tot drie maanden komen de jongen uit het ei. Een typische eigenschap van de hagedissen is dat ze in gevaarlijke situaties hun staart kunnen afwerpen. De vijand wordt daardoor afgeleid en de hagedis kan ontsnappen. Tot de grotere hagedissen behoort de smaragdhagedis. Deze leeft eveneens in Europa en wordt maximaal 40 cm lang. De staartlengte bedraagt maximaal 30 cm. De mannetjes hebben een prachtige groene kleur en hun lichaam is bedekt met zwarte stippen, de vrouwtjes zijn bruinachtig van kleur.
 

 

Reptielenpagina klik hier

 

Nieuwe pagina 1



uw eigen startpagina

© copyright WorldwideBase 2005-2009