header_reptielen


 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

 

Kameleons

 

Reptielenpagina klik hier

 

Kameleons, de familie Chamaeleonidae van vaak bizar gevormde Hagedisachtigen. Er zijn ca. 85 soorten, verdeeld in twee geslachten: het grote geslacht Chamaeleo en het kleinere geslacht Brookesia. De familie komt vnl. voor op Madagaskar (ongeveer de helft van de soorten) en in tropisch Afrika, vooral in het oosten, maar ook op eilanden in de Indische Oceaan en in Zuidwest-Azi. De Noord-Afrikaanse gewone kameleon (Chamaeleo chamaeleon) is de enige soort die in Europa voorkomt, nl. in Zuid-Spanje, Portugal en op Kreta.

1. Anatomie en fysiologie

De grootte varieert van zr klein (ca. 4 cm) tot ruim 60 cm. Vrijwel alle soorten zijn boomdieren. De vijf vingers of tenen van een poot zijn steeds grotendeels met elkaar vergroeid tot een groepje van twee en een groepje van drie, waardoor een tangvormig grijporgaan is ontstaan, ideaal voor het omklemmen van takjes. De staart is meestal een grijpstaart. Op de snuit kunnen harde horens met een beenkern aanwezig zijn. Deze bij de mannetjes van de desbetreffende soorten veel sterker ontwikkelde horens dienen waarschijnlijk ter herkenning van de seksen. Kameleons zijn eierleggend, waarbij de eieren in de bodem begraven worden, of eierlevendbarend. In gevangenschap blijven de meeste soorten niet lang in leven.

1.1 Tong

In rust ligt de holle tong als een harmonica-achtig ineengeschoven kous om een puntig deel van het tongbeen. Na openen van de bek trekken kringspieren in de tong zich plotseling samen, waarna de tong bijna onzichtbaar snel naar voren schiet (bij sommige soorten tot lichaamslengte), met het verbrede en kleverige uiteinde de prooi (insecten) grijpt en vastplakt en door lengtespieren even snel weer teruggetrokken wordt.

1.2 Ogen

De dikke oogleden zijn met elkaar vergroeid en laten slechts een smalle spleet voor de pupil open. De uitpuilende ogen kunnen onafhankelijk van elkaar naar alle kanten draaien en geven het stilzittende dier een zeer groot gezichtsveld. Om de prooi nauwkeurig te lokaliseren vr het schieten met de tong, is stereoscopisch zien vereist en hoewel de ogen als bij andere reptielen aan de zijkant van de kop zitten, kunnen zij zover naar voren gedraaid worden dat tweeogig fixeren mogelijk is.

1.3 Kleur

De kleur van de kameleons is meestal groenig of bruinig, maar er zijn ook bontgekleurde soorten en alle kunnen onder invloed van licht, temperatuur en emoties zeer sterk en zeer snel van kleur veranderen; het is dus geen actieve aanpassing aan de kleur van de omgeving. (Omdat ze eveneens van kleur kunnen veranderen, worden Anolis-soorten [familie Leguanen] en Calotes-soorten [familie Agamen] ten onrechte ook wel kameleon genoemd.)

Kameleons komen op Madagaskar en in Afrika voor. Er bestaan ongeveer 100 soorten. Er komen ook enkele soorten in Azi voor. De enige soort die in Europa voorkomt, is de gewone kameleon die in Spanje en Portugal leeft. Kameleons behoren tot de hagedissen (reptielen).

De meeste kameleons leven in bomen. Ze hebben allemaal bepaalde karakteristieke eigenschappen. Hun lichaam is lateraal (aan de zijkant) afgeplat. Hun kop is versierd met kammen en hoorns. De ogen zijn groot en puilen uit. De ogen kunnen zich onafhankelijk van elkaar bewegen. Dit ziet er zeer eigenaardig uit.

Ze hebben, afhankelijk van de soort, twee of drie tenen aan de poten. Deze tenen dienen als grijptangen. Daarmee kunnen kameleons moeiteloos takjes omsluiten. Een extra houvast biedt de staart die zich om de tak heen rolt. Kameleons bewegen zich maar zeer zelden en als ze het doen bewegen ze zich heel langzaam. De tong van deze hagedissen is ook heel opvallend. Deze is bijna net zo lang als het hele lichaam. Door de tong bliksemsnel uit te steken, pakt de kameleon zijn prooi. De prooi, die meestal uit insecten bestaat, blijft aan het knotsvormig verdikte uiteinde van de tong vastkleven.

Van alle hagedissen heeft de kameleon het vermogen om van kleur te veranderen het meest ontwikkeld. Normaal gesproken heeft de kameleon een groene kleur waardoor hij niet opvalt in zijn omgeving. Zo kan hij ongemerkt zijn prooi besluipen of zich verbergen voor zijn vijand.  Wanneer de kameleon van kleur verandert, bij verandering van temperatuur en bij opwinding, voltrekt zich een gecompliceerd proces. De huidcellen bevatten pigmenten die onder invloed van het centrale zenuwstelsel kunnen samentrekken of uitrekken. Daardoor wordt de huid lichter of donkerder.

De kameleons leggen eieren om zich voort te planten. Het vrouwtje graaft en legt daar de eieren in. Bij enkele soorten worden de jongen levend geboren, dat wil zeggen dat ze volledig ontwikkeld uit het ei komen, direct nadat de moeder de eieren gelegd heeft.
 

 

Reptielenpagina klik hier

 

Nieuwe pagina 1



uw eigen startpagina

copyright WorldwideBase 2005-2009