header_reptielen


 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

 

Ringslang

 

Slangenpagina klik hier

 

ringslang, de soort Natrix natrix uit de onderfamilie Waterslangen van de familie Ringslangachtigen, de meest algemene van de drie soorten slangen in Nederland en België. Het talrijkst is de ringslang in streken waar hoge gronden aan waterrijke gebieden grenzen. Op die plaatsen kan zij zich zonnen en beschutting vinden in bijv. muizenholen, maar tevens zwemmen om kikkers en soms vissen te vangen. In het duingebied ontbreekt zij echter. Zuidelijker in Europa leven ook de verwante gewone dobbelsteenslang (N. tessellata; vanaf de Moezel) en de adderringslang (N. maura; vanaf Midden-Frankrijk). De laatste heeft een zigzagstreep op de rug en toont daardoor gelijkenis met de adder.

De hoofdkleur van de ringslang is olijfbruin of grijs met een zwart-wit gevlekte buikzijde. De geel tot witte of oranjerode vlekken op de achterkant van de kop zijn soms onduidelijk. Wijfjes kunnen meer dan 1 m lang worden, in Zuid-Europa bijna 2 m. De 10–25 eieren (afhankelijk van de grootte van het vrouwtje) worden in de zomer gelegd, vaak op plaatsen waar door broei enige warmteontwikkeling optreedt, zoals in oude mesthopen. Op zulke plaatsen overwinteren ringslangen ook vaak.

Ringslangen zijn niet in het bezit van giftanden en bijten vrijwel nooit als ze gevangen worden, maar verdedigen zich door een stinkende vloeistof uit te persen uit klieren die bij de cloaca liggen. De ringslang, die ongevaarlijk is voor de mens, leeft in Europa, Noordwest-Afrika en West-Azië. Het is één van de meest voorkomende en bekendste slangen in Europa. De lengte van een ringslang bedraagt tussen de 1 en 2 meter. De vrouwtjes zijn meestal sterker en langer dan de mannetjes. De tekening van hun huid is verschillend, want er bestaan negen ondersoorten. Gewoonlijk jaagt de ringslang overdag op het land en in het water naar vissen, kikkers, kleine zoogdieren en insecten. Deze worden meestal levend verslonden door de ringslang. De slang geeft ook een slijmerige afscheiding af die voor sommige kleine dieren dodelijk is. Deze afscheiding is voor de mens onschadelijk. De voortplanting van de ringslangen vindt vroeg in de zomer plaats. Daarbij probeert het mannetje het vrouwtje te verleiden door zijn ruwe keel tegen haar lichaam aan te wrijven. Als het vrouwtje bereid is winden de slangen zich om elkaar heen en paren ze. Na ongeveer twee maanden legt het vrouwtje maximaal 30 relatief ver ontwikkelde eieren op een beschutte plaats onder mos of bladeren. Na één tot twee maanden (afhankelijk van de temperatuur) komen de jongen uit het ei. Bij de geboorte zijn ze ongeveer 15 cm lang.
 

 

Slangenpagina klik hier

 

Nieuwe pagina 1



uw eigen startpagina

© copyright WorldwideBase 2005-2009