header_reptielen


 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

 

Skinken

 

Reptielenpagina klik hier

 

Skinken, de familie Scincidae (v. Lat. scincus [Gr. skigkos] = Egyptische hagedis) van de Hagedisachtigen.

Anatomie en verspreiding
De meeste skinken zijn gekenmerkt door gladde hoornschubben, wat ze een glanzend uiterlijk geeft, en een op dwarsdoorsnede min of meer rond lichaam en staart. De poten zijn in verhouding kort en soms sterk gereduceerd. Zulke soorten lijken op hazelwormen en bewegen zich als een slang voort, bijv. de in Zuid-Frankrijk, Spanje en ItaliŽ voorkomende hazelskink (Chalcides chalcides). Het totaal afwezig zijn van de ledematen vindt men bij gravende vormen als de Griekse Ophiomorus punctatissimus. Er zijn echter ook gravers met normale poten, bijv. de Noord-Afrikaanse apothekersskinken of zandvissen (Scincus). Ongeveer de helft van de soorten is eierlevendbarend en enkele zijn zelfs echt levendbarend (d.i. met een placenta-achtige verbinding tussen moeder en embryo), bijv. de rondom de Middellandse Zee voorkomende Chalcides ocellatus. Deze ruim 600 soorten tellende familie komt in alle tropische en subtropische gebieden voor.

Verspreiding
Enkele geslachten hebben een zeer groot verspreidingsgebied: Eumeces-soorten en Mabuya-soorten komen zowel in AziŽ en Afrika als in Amerika voor; Lygosoma, met ca. 300 soorten het grootste geslacht, daarenboven nog in AustraliŽ. Zuidoost-AziŽ en het Australische gebied zijn het rijkst aan skinken en hier leeft ook een aantal afwijkende vormen, bijv. de door grote uitsteeksels op de kop weinig skinkachtige helmkopskinken (Tribolonotus) van Nieuw-Guinea, de kortstaartige dennenappelskink (Trachysaurus rugosa) en de met stekelige schubben bedekte Egernia-soorten in AustraliŽ, alsmede de met een grijpstaart uitgeruste boombewonende grootste skink, de 60 cm lange Corucia zebrata van de Solomoneilanden.
 

 

Reptielenpagina klik hier

 

Nieuwe pagina 1



uw eigen startpagina

© copyright WorldwideBase 2005-2009