header_reptielen


 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

 

Slangenwaarheid

 

Slangenpagina klik hier

 

Slangen en hagedissen behoren samen tot de orde Reptielen.
Wetenschappers zijn van mening dat zij ongeveer 155 miljoen jaar geleden zich hebben ontwikkeld tot wat ze nu zijn. Die periode noemen we de KRIJTPERIODE. Waarschijnlijk zijn ze ontstaan vanuit dieren die lijken op onze Varanen.Er zijn ongeveer 3000 soorten slangen bekend. Daarvan is slechts 10% giftig, dus ongeveer 300 soorten. Slangen hebben, een lang lichaam zonder poten, beweegloze ogen en een gevorkte tong. Ze hebben hele dunne hoornplaatjes op de dikke huid, die hoornplaatjes noemen we ook wel schubben.
Bij de ene soort zijn die groter dan bij de andere soort.

De huid heeft bijna geen klieren. De opperhuid (die noemen we epidermis) heeft verschillende huidlagen, en zet steeds huidcellen af die doodgaan en een hoornlaag vormen. Door de verhoornde huid kunnen slangen goed tegen warmte, maar door hun huid adem halen gaat niet. Omdat de verhoornde huid bijna niets toelaat zou je denken dat slangen niet in droge gebieden kunnen leven.
Dit is niet waar, die verhoornde huid beperkt de verdamping. Maar let erop dat dieren die in een droge biotoop voorkomen wel wat vocht nodig hebben. Slangen hebben 160 tot 435 wervels, ze zijn dus heel flexibel. Slangen kunnen hun ribben vrijuit bewegen, dat komt omdat ze geen borstbeen hebben. Ook hebben slangen zwevende ribben, slangen kunnen hun ribben naar buiten draaien. Hierdoor kunnen ze grote prooien naar binnen werken. Nog een reden waarom ze grote prooien kunnen eten is omdat de kaken niet aan elkaar zijn vastgegroeid en omdat ze een uitstulpbare luchtpijp hebben. De slokdarm duwt die als het ware naar beneden.

De slokdarm is het bovenste gat en de luchtpijp het onderste gat. Slangen hebben geen neus, ze ruiken met hun tong. Door te tongelen brengen ze geurmoleculen naar het orgaan van Jacobson, dat ligt in het gehemelte. Sommige reuzenslangen kunnen warmte voelen door warmtegevoelige groeven in hun boven/onderlip. Je kunt die bij bijvoorbeeld Pythons heel goed zien. Dat orgaan noemen we een pitorgaan. Hierdoor kunnen deze slangen heel kleine warmteverschillen waarnemen. Op deze manier kunnen slangen zelfs in het donker een prooi "zien". Slangen hebben geen oren en geen trommelvlies, ze zijn stokdoof. Ze kunnen wel trillingen opvangen, via de grond bijvoorbeeld. De meeste slangen hebben maar 1 long, nou ja de rechter is niet helemaal goed ontwikkelt. Reuzeslangen (Python's, Boa's en Anaconda's) hebben wel 2 ontwikkelde longen. Ook hebben reuzeslangen nog restjes van poten, deze zijn te zien onder de geslachtsopening. Bij de Koningspython zijn deze heel duidelijk te zien. Slangen hebben geen poten, dat is duidelijk. Maar de vraag is natuurlijk, hoe bewegen zij zich dan wel? Slangen hebben daar een aantal technieken voor.

Golfbeweging
De golfbeweging is de bekendste manier waarop slangen zich in hoofdzaak voortbewegen. Het lichaam zwemt letterlijk vooruit in een reeks van bochten, waarbij het druk uitoefent op dingen in de omgeving (stenen, takjes of onregelmatigheden van de grond). Wanneer hij vooruit gaat, zal hij iedere keer nieuwe steunpunten moeten vinden.
Harmonicabeweging
De techniek van deze beweging lijkt op de beweging van een rups langs een tak, verschil is dat een slang zich in het horizontale vlak beweegt en de rups in het verticale. Als de slang rust ligt het lichaam in bochten opeengedrongen. Terwijl de staart een stevig houvast heeft, schieten kop en romp vooruit. Daarna houdt de slang zich met het voorste gedeelte vast en trekt hij de rest van het lichaam vooruit, om zich weer op te vouwen als voorbereiding op een volgende beweging.
Rechtlijnige beweging
Over het algemeen wordt deze techniek gebruikt door de zwaardere slangen (denk aan Boa's Pythons en grote Adders). Deze slangen hebben op hun buik grotere schubben dan op hun rug, je kunt dat erg goed zien. Bij deze techniek worden een aantal schubben mbv de buikspieren naar voren verplaatst, en vervolgens wordt hun vrije kant vastgehecht op de grond.
De rolbeweging
Vooral slangen die voorkomen in woestijnen gebruiken deze techniek. De slang tilt de kop en het voortste deel van zijn lijf omhoog en opzij, deze vormen een rechthoek met de richting die hij volgt. Daarna gaat het achterste deel van het lijf omhoog. Het voordeel van deze techniek is dat de slang niet helemaal op het hete zand komt, maar slechts voor een deel.

Er zijn ook slangen die zwemmen, graven, klimmen en springen!

Slangen vervellen als hun huid te klein is geworden, ze zijn dus gegroeid.
Bij een vervelling werpt een dier alleen de buitenste huidlaag af, niet zijn hele vel.
Jonge slangen vervellen vaak, ongeveer om de 4 tot 8 weken, volwassen slangen een stuk minder. Als een slang gaat vervellen kun je dat zien aan zijn blauwe ogen, lossere vel en verminderde etenslust. De slang ziet dan erg slecht en wil met rust gelaten worden. Voer hem dan niet meer. Het kan zijn dat je slang graag in het water ligt tijdens de vervelling of ergens langs schuurt, zijn vel komt dan beter los. De blauwe ogen verdwijnen na een paar dagen weer, de vervelling duurt dan niet lang meer. Als het goed is vervelt je slang in 1 keer.
Is dit niet het geval, dan help je hem een beetje met de rest. In een warm waterbad masseer je de rest van het vel eraf.
Let erop dat een slang niet goed vervelt als het te droog is in de bak. Verbeter hierbij dan wel de omstandigheden.

Doffe ogen, lossere huidslang in vervelling.

Slangen kun je knaagdieren geven. Levend of dood, sommige liefhebbers geven hun slang dode prooien. De kans dat het knaagdier de slang aanvalt bestaat dan niet. Persoonlijk geef ik de voorkeur aan levend voer, een slang pakt de prooi eerder omdat ie beweegt en warm is. Het is ook een feit dat slangen een pas gedode prooi eerder opeten dan eentje die weken in een vriezer heeft gelegen.
Geef nooit prooien die groter zijn dan het dikste deel van de slang. Er zijn een aantal manieren om je slang te voederen. In de bak, buiten de bak, aanbieden of zelf laten vangen. Ikzelf heb een koningspython die geef ik alleen witte muizen, 1 muis om de 9 dagen. Ik geef de voorkeur om een levende muis in het terrarium te zetten, mijn slang is op eigen terrein en voelt zich waarschijnlijk veiliger zo, hij moet de prooi zelf vangen. De eerste keer dat mijn slang een muis kreeg was hij er bang voor, hoe dat precies ging kun je lezen in het dagboek van mijn slang. Nu eet hij erg goed, zijn besluiptechniek wordt steeds beter. In principe zijn knaagdieren het beste voedsel voor een slang, op enkele slangensoorten na.

We kennen 4 gebitstypen bij slangen, daarvan behoren er 3 soorten bij de gifslangen en slechts 1 bij niet-giftige slangen. Bij alle niet-giftige slangen vinden we het aglyf gebit. De tanden van dit gebit zijn massief en staan naar achter geplaatst. De tanden kunnen niet bewegen.
 

 

Slangenpagina klik hier

 

Nieuwe pagina 1



uw eigen startpagina

copyright WorldwideBase 2005-2009