|
Aardbevingen zijn een veel voorkomend en eigenlijk heel normaal
verschijnsel. Meestal hoor je er in het nieuws ook weinig van,
omdat het dan vaak om kleine aardbevingen gaat en er dan meestal
geen schade ontstaat. De aarde is eigenlijk 'altijd een klein
beetje in beweging' en maakt kleine schokkende bewegingen,
zonder dat we daar iets van kunnen merken. Enkele malen per jaar
komen er ernstige aardschokken voor.
Vaak denken we dat alle soorten aardbevingen dezelfde oorzaak
hebben, maar dit is niet waar. Aardbevingen kunnen op vier
manieren ontstaan :
- Doordat een meteoriet op aarde inslaat
- Door het instorten van ondergrondse grotten binnen in de aarde
- Door het uitbarsten van vulkanen
- Door plotselinge verschuiving van gesteentelagen
Deze laatste noemt men ook 'tektonische aardbevingen'. Op
onderstaande tekeningen zie je duidelijk de drie verschillende
vormen van verschuiving van gesteenten. Figuur 1 : de
horizontale verschuiving - figuur 2 : de verticale verschuiving
omhoog en figuur 3 : de verticale verschuiving omlaag.

figuur 1 |

figuur 2 |

figuur 3 |
De trillingen die vrijkomen bij een aardbeving worden gemeten
met een 'seismograaf'.
Op de foto hiernaast zie je een afbeelding van het begin
van een aardbeving. Zoals je ziet zijn er altijd kleine
trillingen. Pas als de wijzer heel ver uitslaat is er sprake van
een grote aardbeving. De kracht van een aardbeving kunnen we ook
uitdrukken volgens de bekende 'schaal van Richter'. Zo krijgt
elke aardbeving een getal, van 1 tot 12 . Een 1 op de schaal van
Richter is een hele zwakke aardbeving. Maar een 7 op de schaal
van Richter is al een sterke aardbeving en een 12 op de schaal
van Richter is een hele zware aardbeving, die het hele landschap
kan verwoesten en zelfs rotsen doet scheuren.
Rond het jaar 1620 kwam de geleerde en kaartenmaker
Francis Bacon op een idee. Terwijl hij naar de kaart van de
wereld keek, leek het net alsof de grote continenten
(werelddelen): Afrika, Noord- en Zuid-Amerika en Europa stukjes
van een legpuzzel waren en dat ze bijna in elkaar pasten. Op de
tekening hierbij kan je dat goed zien. Frances Bacon dacht dat
alle land vroeger aan elkaar vast had gezeten en nu langzaam uit
elkaar aan het drijven was.
Andere geleerden vonden zijn theorie maar niks en het idee werd
weer snel vergeten. Totdat in het begin van de jaren 60 van
vorige eeuw deze theorie weer werd opgediept. Het werd een ware
revolutie in de geschiedenis van de 'geologie'.
Het blijkt dat de aardkorst in het midden van de Atlantische
Oceaan regelmatig openscheurt en deze scheuren worden weer
opgevuld met vloeibaar gesteente (magma) uit de aarde. Op deze
manier wordt er steeds meer bodem op de oceaan gemaakt en
drijven de werelddelen steeds verder uit elkaar. Dit gebeurt
alleen bij de nieuwe oceanen zoals de Atlantische Oceaan en de
Indische Oceaan.
Omdat de nieuwe oceanen steeds groter worden, worden de oude
oceanen in elkaar gedrukt. De Middellandse Zee noemen we een
zee, maar eigenlijk is het een hele oude oceaan die zover in
elkaar gedrukt is dat hij steeds kleiner is geworden.
Hele grote platen steen en aarde van kilometers lang worden in
de geologie 'schollen' genoemd. Soms worden twee schollen langs
elkaar gedrukt zoals op de bodem van de Middellandse Zee. De
druk tussen de schollen wordt steeds groter en groter totdat ze
plotseling van elkaar los schieten. De schollen op de bodem van
de oceaan duwen dan in de grond van het vasteland van
Griekenland. De ene schol schuift over of onder de andere schol.
Dit noemen de geologen 'subductie'. De grond komt op die plek
omhoog en de aardbodem begint dan enorm te schudden en dit
noemen we een 'aardbeving'.
|